John Coltrane – 5 original Albums

Dakar

Cecil Payne, Pepper Adams – baritonsax
Mal Waldron – piano
Doug Watkins – bas
Art Taylor – drums

Lush Life

Donald Byrd – trompet
Earl May, Red Garland – bas
Art Taylor, Louis Hayes, Al Heath – drums

Soultrane

Red Garland – piano
Paul Chambers – bas
Art Taylor – drums

Bahia

Wilbur Hardin – trompet
Red Garland – piano
Paul Chambers – bas
Art TaylorJimmy Cobb – drums

The Last Trane

Donald Byrd – Trompet
Red Garland – piano
Paul Chambers, Earl May – bas
Louis Hayes, Art Taylor – drums

John Coltrane werd 23 september 1926 geboren en op 17 juli 1967 overleed hij. Ruim veertig jaar oud. Eigenlijk is hij netto slechts een periode van twaalf jaar daadwerkelijk ontwikkelend in de Jazz bezig geweest.

Universal heeft in 2016 een set van vijf albums van John Coltrane uitgebracht uit de Prestige tijd onder de naam ‘5 original Albums’. De opnamen stammen uit de periode maart 1957 – december 1958. Uit de recordings die Coltrane in die tijd maakte voor Prestige zijn nog 13 albums met muziek van  hem samengesteld. In deze periode bij Prestige werden nog veel meer platen opgenomen waar Coltrane als sideman aan deelnam. Een drukke tijd dus voor de tenorist.

De opnamen voor deze vijf cd’s bij Prestige speelden zich voor een deel af rond de tijd dat Coltrane eind april 1957 uit het kwintet van Miles was gezet omdat hij van de Heroïne af moest: zijn onaangepaste gedrag was niet meer om te harden. Aangezien hij toch al bezig was met afkicken, was dit ontslag de laatste stimulans om–cold turkey- met deze drug te stoppen. Vanaf dat moment won hij dat gevecht tegen de verslaving. Zijn hele constitutie werd steeds beter. Niet in de laatste plaats zijn muziek. Deze vijf LP’s zijn in die overgangstijd opgenomen.
Red Garland (piano), Paul Chambers (bas) en Art Taylor (drums) speelden op bijna alle opnamen in de ritmesectie. Op de oudste opnamen, van Dakar, spelen Mal Waldron, Doug Watkins en Art Taylor achter de saxofonist.
De Dakar opnamen blijken nog van voor eind april 1957 te zijn en komen verhalend over: veelal melodieus en met veel gevoel voor de Blues. Hier doen ook de baritonsaxofonisten Pepper Adams en Cecil Payne aan mee. Deze beide knorrepotten kleuren de muziek van Coltrane mooi in.

Op de andere LP’s  hoor je dat hij steeds gedurfder speelt. Hier hoor je de ‘Sheets of Sounds’ terug. Coltrane legde dat uit met de opmerking dat hij elk akkoord in zijn geheel wilde spelen. Daarvoor moest hij dan soms 5 of 7 noten spelen waar 2 of 4 noten normaal is. Daardoor lijkt het alsof hij zich letterlijk door de noten rolt, om er maar zoveel mogelijk mee te nemen. Als je dat weet, herken je dat bijvoorbeeld in ‘Slo Blues’ op Lush Life.

De hoezen van Lush Life en Soultrane brachten me terug in de tijd: die staarden me altijd aan in winkels en (jazz-)tijdschriften in de jaren zestig. Nu heb ik ze dan toch keer. En ik mag wel zeggen: Lush Life had wel eerder in huis mogen komen. De muziek op deze cd houdt het midden tussen prachtige ballads met als slot een mid-tempo ‘I Hear a Rhapsody’ In de Billy Strayhorn compositie ‘Lush Life’ wordt Coltrane door Paul Chambers met gestreken bas en door Red Garland op de piano breed begeleid. Als Coltrane na het bewandelen van de compositie zijn visie op het werk van Strayhorn laat horen, komt Louis Hayes op drums erbij. Voor Red Garland moet het een feest geweest zijn om zijn visie op ‘Lush Life’ te laten horen. Uiteindelijk mag ook Donald Byrd soleren. Met krap veertien minuten is dit het leeuwendeel van kant twee en niet voor niets het titelnummer. Op kant een heeft Coltrane ‘slechts’ bas en drums tot zijn beschikking. Daardoor kan hij volop schitteren boven de stadig geplukte bas van Earl May en het stimulerende drumwerk van Art Taylor.

Soultrane  blijkt ook een heel toegankelijke plaat te zijn, waarvan het slotnummer als een fury wordt gespeeld. Terwijl dat –‘Russian Lullaby’- geschreven is als een slaapliedje. ‘Good Bait’ van Tadd Dameron, het openingsnummer, wordt net zoals ‘Theme for Ernie’ in een rustig tempo gespeeld.
In Bahia hoor je ook dat hij zich meer toelegt op het spelen van de complete akkoorden, de zogenaamde Sheets of Sound.  In ‘Goldsboro Express’ deed hij dat net zo snel als die Express reed.
De Lp’s zijn destijds in de loop van de tijd uitgebracht, Daarbij hebben ze de chronologie niet echt in het oog gehouden.  ‘The Last Trane’ kwam als ‘nakomertje’ achteraan, in plaats als derde, chronologisch de juiste plek. De titel ‘The Last Trane’ is suggestief: Het is niet zozeer zijn laatste opname ooit, maar het is de plaat die Prestige in 1966 uitbracht met de laatste van de Coltrane-opnamen die ze nog in hun kluizen hadden liggen.

Opgenomen in: Hackensack, New Jersey bij Rudy van Gelder
TitelOpnamenUitgebracht in
Dakar 12 maart 1957, 20 april 19571963
Lush Life31 mei 1957, 10 januari 19581961
The Last Trane16 augustus 1957, 26 maart 19581966
Soultrane7 februari 19581958
Bahia 11 juli 1958, 26 december 19581965
Label:Prestige, Universal Music

Prijs van de box: vanaf €17,-

Terzijde 1
In de periode dat deze LP’s werden opgenomen, kreeg Coltrane ook beter contact met Thelonious Monk. In het voorjaar van 1957 nam hij in eerste instantie de tijd om de stukken van Monk, bij de pianist thuis, in te studeren. Puur uit nieuwsgierigheid. Toen hij in Augustus 1957 de kans kreeg om in het kwartet van Monk mee te spelen, was dat helemaal een kolfje naar zijn hand. Daarvan hebben we de cd ‘Live at the Five Spot’ aan overgehouden. Een opname die Naima Coltrane met slechts een microfoon van dit kwartet maakte. Mooier van klank en productie is de in 2007 teruggevonden band van een Live opname voor een charitatief concert in de Carnegie Hall op 29 november 1957. Coltrane en Monk laten dan een staaltje wonderschone muziek horen.

Terzijde 2
Nog een bijzonderheid is dat in deze tijdsspanne ook de lp Blue Train bij Blue Note werd opgenomen. Coltrane had een mondelinge afspraak met Blue Note lopen dat hij nog eens een LP bij hen zou  opnemen. Dat werd dus Blue Train. Dit is een van de beroemdste platen van Coltrane geworden. Met complexere muziek dan op de Prestige platen staat. Dat komt waarschijnlijk omdat er bij Blue Note altijd tijd om te oefenen werd gegeven. Daardoor konden arrangementen worden uitgewerkt en ingeoefend. Dat geeft ook het verschil aan met de Prestige opname filosofie: niet te veeleisend zijn en als de muzikant het oké vond, werd er niet meer opnieuw gespeeld.

Terzijde 3
In 1960 pas kregen we hier in Europa plotseling te horen waarmee Coltrane toen mee bezig was. Toen kwam hij met het Miles Davis Quintet mee naar Europa en deed tijdens de concerten zijn eigen ding. Die onderzoekingen in wat allemaal kon, kwamen schockerend over. En werden veelal niet door iedereen op juiste waarde geschat. In diezelfde tijd zat de Jazz in zijn geheel in een overgangsfase van Hardbop naar de Free Jazz. Coltrane bij Miles was hier in Europa een van de eerste signalen van wat er in de V.S. gaande was op Jazzgebied.

Terzijde 4
In zijn Discografie op: https://www.jazzdisco.org/john-coltrane/catalog/ kun je precies nagaan aan welke opnamesessies Coltrane deelnam en op welke platen Coltrane (mee-) speelde.

John Scofield – Combo 66

John Scofield
Gerald Clayton – piano, orgel
Vincente Archer – Bas
Bill Stewart – drums

In de Maand september kwam John Scofield’s cd ‘Combo 66’ uit. Hij heeft de titel opgehangen aan zijn leeftijd: 66. Die past wel in het rijtje verwijzingen naar oud en ouder worden van zijn vorige cd’s: ‘Past Present’ uit 2015 en ‘Country for old men’ uit 2016. Na zijn deelname aan de sterrengroep Hudson, in 2017 is hij nu weer terug als bandleider en dus belangrijkste solist. De stukken zijn ook nu weer in een steady tempo. Noot voor noot, melodisch zonder groove werk, maar stevig en voortvarend met hier en daar een lekker rafelig randje. Sco zet de stukken helder en duidelijk neer. Bij ‘Icons at the Fair’ vermeldt hij in zijn schrijven, dat het is geïnspireerd door zijn samenspelen destijds met Herbie Hancock, door licks van Miles Davis en door Paul Simon’s ‘Scarborough Fair. Een wat onorthodoxe combinatie. Het resultaat is een fris en opgewekt stuk muziek, waarvan niets meer aan Scarborough Fair herinnert. Ook de rockende Hancock en Davis zijn achter de coulissen verdwenen. Kortom, het is een echte Scofield geworden.

Toots Herdacht

Zijn ‘King of Belgium’ Heeft niets met de koning van dat land te maken, maar alles met de in augustus 2016 overleden mondharmonica prins Toots Thielemans,. Het is een soft swingend muziekje geworden met een ‘walking bass’, waarmee de gitarist zijn bewondering voor de man met het broodje klank geeft. Piano en gitaar klinken keurig unisono samen door het thema. Door de solo’s klinkt het plezier heen. Iets wat bij Toots ook altijd het geval was. Toetsenist Gerald Clayton heeft zich prima aangepast aan Scofields stijl. Hij blijkt veelzijdig want hij speelt op zijn eigen platen bescheidener. Bassist Vincente Archer speelt hier heel ingetogen in vergelijking met zijn spel bij de Robert Glasper groep, maar veegt zijn baspaadje goed schoon. Bill Stewart drumt opnieuw achter Scofield, zoals hij de afgelopen jaren steeds deed. Geen hemelbestormende muziek die alles omver gooit, maar een mooi stuk werk waar je als luisteraar veel plezier aan hebt.

Opnameplaats en -datum: Toronto, 30 juli 2018
Uitgebracht: 28 september 2018
Label:  Universal
Prijs: € 20,-

Bokanté & Metropole Orkest – ‘What Heat’

Het Metropole orkest olv Jules Buckley
Bokanté:
Malika Tirolien – Zang
Roosevelt CollierChris McQueen en Bob Lanzetti – gitaar
Michael League – Bas
Jamey Haddad, Andre Ferrari en Keita Ogawa – slagwerk

De initiatiefnemer van de groep Bokanté is Michael League, de bassist en leider van Snarkey Puppy. Nu heeft hij een deze groep samengesteld waarvan de muziek gestoeld is op een combinatie van de Blues, geworteld in de Afrikaanse en Arabische muziek, met sporen van muziek uit de Cariben. Naast zijn bas en de zangeres heeft hij drie gitaristen en drie slagwerkers opgenomen. Ze hebben elk hun verschillende instrumenten, naast akoestische gitaar de Dobro en de Saz. De percussionisten gebruiken een grote variatie aan slaginstrumenten. Het is onvoorstelbaar om deze drie te horen samenwerken en hoe de drie snaren bespelers hun eigen instrumenten van elkaar laten onderscheiden. De zangeres Malika Tirolien is een openbaring. Haar stem bepaalt als ‘dritte im bunde’, een belangrijk deel van het complexe geluid, naast de band en het orkest.

Metropole en Bokanté passen als Ying en Yang in elkeer

Voor dit bijzondere project heeft Michael League opnieuw contact opgenomen met het Metropole Orkest. Samen met dirigent Jules Buckley heeft hij een aantal arrangementen  geschreven. Ze hebben de onmetelijke mogelijkheden van dit orkest volledig benut, zonder dat orkest of band elkaar in de hoek drukken. Het is een organische samenwerking geworden waarbij het grote Nederlandse orkest inclusief de strijkerssectie, als Ying in het Yang van Bokanté past en zo de stukken compleet maken. Met andere woorden het is stevige muziek geworden waarnaar het goed luisteren is.
Op deze cd hoor je meer Afrikaanse, Arabische en Caraïbische accenten dan in ‘Sylva’, de eerste krachttoer van League met het Metropole uit 2013. Een prestatie Michael League en het Metropole waardig.

Bokanté

Opname plaats en datum:
Bokanté: New York, Istanbul (contrabas)
Metropole orkest: 6-8 Januari 2018 Uitgebracht: 28 september 2018
Label: Realworld
Prijs:
CD: €17,-
2-LP: € 28,-

‘Fanm’ en beelden van de opname:

‘All the Way Home’, in ballet uitvoering