Riverbeast Daagt je uit!

Hermine Deurloo heeft, in tegenstelling tot haar grote confrater Jean Thielemans, een voortdurend wisselend gezelschap om haar heen. Speelde Toots destijds het liefst in een vast kwartet, Hermine krijgt het steeds weer voor elkaar om met andere musici een uitdaging in de muziek aan te gaan. In een ver verleden speelde ze als altist en haar mondharmonica als bij-instrument, bij Willem Breuker. Sindsdien heeft ze al meerdere cd’s opgenomen met telkens weer een ander gezelschap. Soms was dat een semi-vast trio, waar ze bij verzeild raakte en maar meteen een cd voor eigen rekening mee maakte: Glass Fish, met Tony Overwater, Joshua Samson en Jesse van Ruller; of ze stelde zelf een trio samen met pianist Rembrandt Frerichs, cellist Jörg Brinkmann en drummer Jim Black. op haar cd ‘Living Here’. In 2006 heeft ze zelfs een hele bigband achter haar gehad. Op diezelfde cd (‘Soundbite’) heeft ze zelfs Michiel Borstlap weten te strikken om op een paar stukken mee te spelen. Anderszijds speelt ze ook als gast mee met groepen en solisten. Bijvoorbeeld bij Corrie van Binsbergen en de jonge groep Tyranni Flock.

‘Riverbeast’ Voor deze cd heeft ze opnieuw een trio van nieuwe mensen achter haar weten te formeren. Plus een reeks van muzikanten die hier en daar de songs verrijken met hun stem, gitaar, conga’s, basklarinet of cello’s. Voorwaar opnieuw een prestigieus en internationaal gezelschap. Met de chromatische mondharmonica die als een als zangstem boven alles uittorent. 

Mede dankzij het conga werk van gastspeler Rodriguez komt het openingsnummer van de cd, ‘The Man with the Hat (on the train)’ er heel relaxed uit, terwijl je toch zou denken dat dat de handtekening van Steve Gadd zou zijn. Hermine speelt een aangename groove alsof het een toegankelijk popnummer is. Achterin het stuk is haar begeleiding uitgebreid met twee gestreken cello’s. Maar vergis je niet: er wordt gespeeld met akkoordwisselingen, met mollen en kruisen waardoor de muziek muzikaal heel interessant wordt. 

In ‘If we Can’t trust each other’ laat ze de hoofdrol aan zanger Alain Clark en blaast achter zijn zang mooie begeleiding die de inhoud van de tekst versterkt. 

De stukken worden afwisselend van kleur doordat ze in diverse nummers verschillende instrumenten naast de chromatische mondharmonica mee laat spelen. bDe cello’s hebben we al genoemd, de gitaar van Luca Benedetti geeft samen met Steve Gadd een mooie drive in Benedetti’s compositie ‘Hoop and Pole’.  Het daar opvolgende nummer, ‘So long Redhead’ is weer nostalgisch. Het afscheid in de titel wordt zo bevestigd.

Met de basklarinet van Scott Robinson en de twee cello’s van Marika Hughes en Hank roberts krijgt het titelnummer ‘Riverbeast’ een donkere ondertoon. Dat maakt het geheel wat bluesy van klank.

In ‘Zombie Chicken’ schuift ze snel en toch met veel gemak, met haar mond over de windgaatjes in haar mondharmonica, zodat er als het ware vegen-van-geluid ontstaan. ‘Sheets of sounds’ zou je heel brutaal in het Engels zeggen. 

En de ‘Road to Gargonza’ lijkt zo te horen een weg met veel hindernissen. Ook hier hoor je weer dat glijden naar nieuwe nootjes.

De muziek is dus heel gelaagd in plaats van eenvoudig en groovy. Dat maakt het geheel des te attractiever, het prikkelt je luistergenot en daagt je uit om haar muziek verder te onderzoeken. 

Hermine Deurloo – Riverbeast op ZenneZ

Hermine Deurloo – Chromatische Harmonica

Steve Gadd – drums

Kevin Hays – piano, Fender Rhodes

Tony Scherr – basgitaar, gitraar

Gasten:

Alain Clark – zang in ‘If we can’t Trust Each other

Reyer Zwart – basgitaar (op 7), gitaar (op 9)

Luca Benedetti – gitaar (op 3)

E.J. Rodriguez – conga’s (op 1 en 8)

Scott Robinson basklarinet (op 5)

Kevin Hays (zang (op 10)

Marika hughes en Hank Roberts – cello (op 1, 5 en 6) (arr.: Tony Scherr)

Rembrandt Frerichs trio – Graffiti Jazz

Zowel Rembrandt Frerichs als Tony Overwater hebben in de loop van hun carrière gelijkwaardige ontwikkelingen doorgemaakt. Regelrechte actuele jazz tijdens de opleiding, spelen met grote Amerikaanse Jazzmusici en het doorgronden van de Arabische muziek. Beide zijn in staat om flexibel met nieuwe ontwikkelingen om te gaan.

De nieuwe cd van het trio ‘Graffiti Jazz’ is enerzijds te zien als een vervolg op hun cd ‘A Long Story Short’ uit 2014. Nu brengen ze voor de Jazz nieuwe begrippen in, door oneven en langere maatsoorten als 19/8. Op de cd valt het trio hiermee meteen in huis in ‘Binnen zonder kloppen’. Of ze gebruiken een eeuwenoude ritmische eenheid van dertig tellen uit de Arabische muziek, wat ze doen in ‘The King’s rhythm’. Dat is nog eens wat anders dan Europese maatsoorten als 4/4 of het meestal folkloristische 9/8. Of Frerichs heeft in ‘The Big Over Easy’ een alternatief ritme voor het slagwerk bedacht, dat toch swingt. Dat ze ook heel conventioneel een toegankelijke en aangename ballad kunnen spelen blijkt uit ‘After Johannes’. Het venijn zit ‘m hier in de herkomst van het thema: geleend van de eind 19e-eeuwse klassieke componist Johannes Brahms.

Ondanks al deze vernieuwingen wordt in de composities van de hand van de pianist/componist met veel discipline en vaak in uptempo krachtige jazz tevoorschijn getoverd. Iets waar slagwerker Planjer zijn hand niet voor omdraait en de bassist Overwater ook uiterst bedreven in blijkt. Het trio is voor deze opname ook teruggekeerd naar de conventionele muziekinstrumenten als de vleugel en de contrabas. 

Het enige stuk dat niet van de hand van Rembrandt Frerichs is, is het geraffineerde ’50 ways to leave your lover’ van Paul Simon. Het eigene van het Trio ligt ‘m hier in het verwerken van het relaxte keurslijf van het drummotief van Steve Gadd: met zijn drieën verwerken ze het dit in een staccato ritme en gedisciplineerd. Zoals gebruikelijk herken je de oude hit van Paul Simon er wel in terug, maar het is geheel ge“Frerichs’d”. In feite is Tony Overwater de hoofdpersoon in dit stuk, omdat hij op zijn contrabas de hoofdmoot van het stuk uitvoert.  

Voor het hoesje hebben ze opnieuw gekozen voor een statische foto van het trio, ook al lijkt het een dynamisch gebeuren: het trio poseert alsof ze graffiti aan het spuiten zouden zijn. Er is heel veel voor te zeggen, dat hun muziek even kleurrijk is als de vele verschillende, kleurrijke spuitbussen die bij het spuiten van Graffiti worden gebruikt. Frerichs geeft als hoofdargument dat hun muziek dezelfde euforie geeft, die hij ook voelde als jonge graffitikunstenaar. Nu is niet het illegale element, maar zijn het de ongebruikelijke factoren in de muziek die deze vreugde teweegbrengen. Niet alleen bij de muzikant, maar ook bij de luisteraar.  

Al met al is het een bijzondere en spannende cd, met veel humor in de stukken door de verwerking van al die bijzondere, nieuwe elementen.

Rembrandt Frerichs – Vleugel, Tony Overwater – contrabas, Vinsent Planjer – slagwerk

Rembrandt Frerichs Trio – Graffiti Jazz – Zennez

Dash – Rewired.

Deze cd is het resultaat van het feit dat het Trio in de zomer van 2018, elke week een dag in de week buffelden op een compositie, in hun eigen repetitieruimte. Die zomer was niet direct het seizoen waar je een gevarieerde reeks weersomstandigheden meemaakte.

Ornstein geeft aan in de begeleidende tekst dat ze niet verder gingen dan één compositie, per dag. Een enkele keer gingen ze zelfs niet verder dan één take. De cd is dus het resultaat van een langdurig proces en niet van een geconcentreerde opnamesessie. Daardoor ontloop je het risico dat een bepaalde sfeer of invloed de overhand heeft op de hele sessie. Menselijk gezien, hoogstens de hitte… Nu ligt in de muziek het accent vooral op het compositorische en improvisatorische vermogen van de componist/blazer in het bijzonder. Zonder Oele en Hoeke te kort te willen doen, want zij dragen met hun inbreng tenslotte de blazer. Bij vier stukken krijgen zij mede de credits. Die stukken zullen dus terplekke geïmproviseerd zijn. Of soms werd het thema in de loop van die dag door het herhaalde spelen dusdanig veranderd en aangepast, waardoor het niet meer het resultaat was van het uitvoeren van een uitgeschreven idee, maar de uitkomst van het voortdurend veranderen en gezamenlijk aanpassen van het oorspronkelijke idee. 

Ondanks de lange periode van opnemen, is het toch een mooie eenheid geworden. Het is echt een exposé van het inkleuringsvermogen door het trio. Elk nummer heeft zijn eigen kleur en sfeer. Hoogstens dat de beide laatste nummers wat uit de toon vallen, want typisch geïmproviseerd. 

Toch is het geen reguliere saxofoon-bas-drums plaat geworden. Dat komt omdat Maarten Ornstein een stapel elektronica gebruikt heeft om het sax- en klarinetgeluid naar zijn hand te zetten.  De stukken zijn toch heel egaal van intensiviteit geworden. Er zijn geen explosies van geluid. Dat maakt het geheel heel aantrekkelijk.

Nota Bene, de groepsfoto bekijkend, realiseer je je opeens dat er geen bekkens bij het drumstel staan.  En die zijn ook niet te horen! En de Bassdrum staat er ook niet op. Nog eens luisteren om na te gaan of de bekkens ook tijdens de opname ontbreken. Bij de intro van ‘No Boogie’ hoor je nog de tik op een klankschaal en in het slotnummer van de cd hoor je nog wel bekkens. En de Bassdrum komt tijdens de muziek ook niet voor het licht. Op de achtergrond van de foto staan overigens trommels zat opgeborgen. Ha, Han B. Is niet de enige die drastisch aan zijn drumstel sleutelt! 

Dash – Riwired op ZenneZ

Maarten Ornstein – tenorsax, Alex Oele – basgitaar, Eric Hoeke – drums