Gerry Mulligan and the Concert Jazz band – Young Blood, Live in Amsterdam 1960

Het Nederlands Jazz Archief heeft het opnieuw voor elkaar gekregen om een unieke opname op cd te zeten. Het live concert van de Concert Jazz Band onder leiding van Gerry Mulligan. Als er één band is die ondanks haar korte -vijfjarige- bestaan een legendarische status heeft opgebouwd, dan is het wel dit orkest. Van de Concert Jazz Band zijn een aantal prachtige Europese live opnamen op de plaat gezet. 

In november 1960 heeft de Concert Jazzband door Europa getoerd. Van die concerten zijn enkele stukken uit Milaan en uit Berlijn op een Live plaat van het label Verve gezet. Van deze Europese tour bestaan ook cd’s van het concert in Zurich (17 nov.) en van het Parijse concert (19 nov.). Dat zijn prachtige voorbeelden van de mogelijkheden van deze band. 

Nu heeft het Nederlands Jazz Archief dan de derde concertopname van deze tournee uitgebracht en wel van het Amsterdam concert van 5 november. Dat was dus nog in het begin van de tournee. Dat is wel sensationeel.

Er zijn enkele verschillen met die concerten aan te wijzen. Het valt meteen op dat naast de altijd aanwezige baritonsaxofoon, ook de contrabas in ‘Amsterdam’ voor in het geluidsbeeld staat. Dat geeft een mooi fundament aan het geheel en het valt te meer op, omdat de bas bij een bigband zelden of nooit zo mooi te horen is. Op de foto achterop het cd-boekje zie je dat de bassist ook vooraan staat. 

In het Concertgebouw speelde de Band twee stukken die daarna niet meer ten gehore werden gebracht: ’18 Carrots For Rabbit’ en ‘Youngblood’. Het eerstgenoemde stuk had hij een jaar ervoor samen met Johnnie Hodges (bijgenaamd: ‘Rabbit’) op de plaat gezet. Deze Amsterdamse uitvoering is de tweede door de CJB en voor zover ik na kan gaan, ook de laatste uitvoering die werd vastgelegd. Je vindt het ook op de Live opname van het Newport concert van 1 juli 1960. Ook toen werd zo snel gespeeld.

Voor je gevoel lijkt het dat hier in Amsterdam wat opgewekter, iets sneller wordt gespeeld dan op de 19e in Parijs. En weer niet zo snel als op de beroemde live opname in New York, een maand later. Maar bij terugluisteren is dat alleen maar in de herinnering het geval: over het algemeen valt het verschil in tempo heel erg mee! Het geeft wel aan dat ze in Amsterdam met meer plezier gespeeld zouden hebben.

De setlist van ‘Amsterdam’ verschilt verder niet zo heel veel met die van de concerten in Zurich en Parijs. In ‘Barbara’s Theme’ heeft de contrabas de functie het orkest in het Parijse concert gekregen. Daardoor krijgt het samenspel van baritonsax, basklarinet en orkest hier niet die prachtige stemming als in ‘Parijs’. Het thema komt het uit de filmscore die Johnnie Mandel voor een film schreef, net zoals ‘I want to live’ zoals de film heet en ‘Black Nightgown’. Het blijken pareltjes te zijn op de kroon van dit orkest. 

‘Go Home’ had Mulligan opgepikt van zijn beroemde plaatopnamen met Good Old Ben Webster, van december 1959. Deze ballad was blijkbaar erg favoriet bij Mulligan. Die staat bij de neerslag van vele concerten genoteerd. Ook hier wordt het thema als gewoonlijk lekker relaxed ingezet waarna Mulligan soleert en Bob Brookmeyer het overneemt. Zoot Sims komt als derde solist naar voren. Na verloop van tijd ondersteunt Mulligan hem met obligato’s. Tenslotte speelt de Band een begeleidend motiefje en leidt zo het slotthema in. Een heerlijke ballad. 

Het daar opvolgende ‘Youngblood’ wordt ingeleid door de baritonspeler met de opmerking dat hij het (in 1952) schreef voor de Kenton Band “…toen hij nog jong was…”, “…en nog bloed had…” Dit titelstuk van de cd werd goed ‘doorbloed’ en in uptempo gespeeld. Met solo’s van de bassist, die begeleidend net zoals Ruud Jacobs ook wel deed, achter de solist even gedreven begeleidde als hij soleerde. 

‘As Catch Can’ is ook een fenomenaal strijdros waarop de solisten in hoog tempo hun inventiviteit tonen. Mulligan nam het mee uit de speellijst van zijn kwartet uit 1959 met Art Farmer en de West Coast ritmetandem Bill Crow en Dave Bailey. 

Ook deze derde Europese live-opname is een ideaal visitekaartje van deze legendarische band. Voor wie niet bekend is met deze muziek is het een uitstekend opstapje dat vraagt om meer.

Gerry Mulligan and the Concert Jazz band – Young Blood, Live in Amsterdam 1960 – Nederlands Jazz Archief – NJA 1902

Gerry Mulligan – Baritonsaxofoon

Nick Travis, Don Ferrara, Conte Candoli – trompet

Willie Dennis – trombone

Bob Brookmeyer – ventieltrombone

Alan Raph – bastrombone

Gene Quill – altsaxofoon, klarinet

Bob Donovan – altsaxofoon

Zoot Sims – altsaxofoon op de nummers 8, 9, 11

Jim Reider – tenorsaxofoon

Gene Allen – baritonsaxofoon, basklarinet

Buddy Clark – contrabas

Mel Lewis – drums

Native Speaker – Native Speaker

Dit trio is thuis in haar eigen muzikale doolhof. Hun improvisaties stralen zekerheid en een groot zelfvertrouwen uit. Ze weten wat kan en wat niet. Daarnaast is hun muziek ook een avontuur van zoeken naar nieuwe wegen. Dat geldt voor de muzikant, maar zeker ook voor de luisteraar 

De stukken zijn geschreven met telkens twee totaal verschillende uitgangspunten in het achterhoofd., een muzikaal en een niet muzikaal. Begrippen die op het eerste gezicht niet met elkaar verenigbaar zijn, maar muzikaal een prachtig resultaat geven. Zo koppelt componist Sued in ‘French Accent’ de Franse taal met zijn ervaringen in de band van Tancrède Kummer. In ‘Mates y Termos’ voegt hij de smaak van Mate, de nationale, Argentijnse thee die staat voor gastvrijheid, praten en gezelligheid, samen met de (toch wel) strenge muziek van de door Sued hooggeachte Paul Termos. 

Of hij zet vrijheid tegenover organisatie, wat ze uitzoeken in ‘Frases in Sueltas’ oftewel ‘Losse zinnen’. En het resultaat? Avontuur, Improvisatie en eenheid. Op zich zijn dat ook weer uitersten die onverenigbaar schijnen en toch bij elkaar kunnen passen. Om die twee tegenstellingen in deze compositie bij elkaar te brengen dien je zeer met elkaar verbonden en tolerant te zijn, je moet mekaar ruimte gunnen en je moet rekening met elkaar houden. Zoals dat in het gewone leven ook het geval is. In ‘Frases in Sueltas’ speelt een vierde man mee: gitarist Guillermo Celano. Of het ligt aan het feit dat hij ook van Argentijnse afkomst is, zoals Natalio Sued de tenorist en componist van het trio, weet ik niet, maar Celano past wonderwel goed in het klankbeeld. Het is niet verbazingwekkend dat het kwartet voor dit nummer de meeste tijd nam.

In ‘Ornette’ combineert Sued eenvoud met de muziek van Ornette Coleman. In wezen heeft Coleman destijds in zijn muziek de bebop ontdaan van eisen en voorwaarden: vereenvoudigd. Vervolgens is het weer heel lastig om in de geest van Ornette Coleman te spelen, omdat Ornettes oplossing, Harmolodics, weer een nieuwe, bewust aan te leren discipline vereist. Met andere woorden, deze muziek is als het leven zelf: complex en eenvoudig. En: Natalio Sued heeft het voor elkaar gekregen om improvisatie muziek boeiend te maken.

Rest me nog te zeggen dat Ben van Gelder verantwoordelijk is voor de gebruikte foto’s.

All of the tunes on this album contain both musical and extra-musical inspiration. I like to compose with something in mind other than a musical idea, and since I’m an easily impressionable person, I decided to pay tribute to many of the influences I have from playing, listening, reading, and basically from being in this world. 

We invited Guillermo Celano to play on four of the tunes. He clicked with Native Speaker’s sound almost immediately and we liked it so much that it was hard not to make him a permanent new member of the band.

CD: Native Speaker op trytone

Natalio Sued – tenorsaxofoon

Matt Adomeit – contrabas

Tristan Renfrow – drums

Guillermo Celano – Gitaar op vier stukken

Native Speaker op het Doek Festival 2017

Roberto Magris – Sun Stone

Roberto Magris Sextet – Sun Stone
JMood

Roberto Magris, de Italiaanse pianist die in het voormalige stadstaatje Triëst woont en meestal in De Verenigde Staten bij het label JMoods te vinden is, heeft weer een nieuwe cd aan zijn groeiende reeks toegevoegd. Hij heeft altijd wel een oude held gevonden die hij even uit de vergetelheid rukt. Daarin heeft hij wel wat van ‘onze’ schatgraver in de ‘echte Jazz’ Rein de Graaff. Magris schrijft zelf ook veel composities en is actief bij zijn label.

Voor deze cd heeft hij een nieuwe line up voor zijn sextet uitgenodigd waaronder ook de oude held Ira Sullivan op altsax, sopraansax en fluit. Die was in de jaren Vijftig van de vorige eeuw actief in de Hardbop scene speelde onder andere veel met Red Rodney. De overige musici zijn hier in Europa niet echt bekend. Tenorist Mark Colby heeft Chicago als thuisbasis. De overige musici komen uit de jazzscene van Florida en zijn op hun taak berekend! De slagwerker komt van Costa Rica. Dat belooft veel vuurwerk.
Met de drie blaasinstrumenten heeft Magris van de muziek een mooi geheel gemaakt. De stukken zijn uitgebreid en heel vloeiend gearrangeerd. Het lijkt wel of Magris een mooi waas over enkele stukken heeft gelegd. Vooral bij ‘Sunstone’. Ook in ‘Maliblues’ komt diezelfde klankkleur boven water. Trompettist Shareef Clayton soleert in het laatste geval iets minder geëmotioneerd, dat wil zeggen: minder overblazend en schetterend, aan zijn solo begint.

Ira Sullivan heeft op zijn dwarsfluit, alt en sopraan een groot aandeel in de solo’s. In ‘Planet of Love’ en de ‘Maliblues’ komt zijn dwarsfluit tevoorschijn. Hij speelt sopraan in ‘Look at the Stars’ en in de Italiaanse jaren Zestig hit ‘Innamorati’ soleert Sullivan op zijn alt.
Mark Colby speelt zijn solo’s rustig en weloverwogen, met voortdurend tussensprintjes. Roberto Magris zelf heeft een grote inbreng. Hij introduceert de stukken meest zelf op zijn piano, soleert in elk nummer en begeleidt intensief. Het resultaat is degelijke Neo-Bop muziek die de muzikanten rechtdoet en de liefhebber aangenaam bezighoudt.

Roberto Magris Sextet – Sun Stone
JMood

Shareef Clayton – Trompet
Mark Colby – tenorsax
Ira Sullivan – altsax, sopraansax en dwarsfluit
Roberto Magris – Piano
Jamie Ousley – contrabas
Rodolfo Zuniga – drums

 

Lucky Thompson – The Paris Small group Sessions 1956 – 1959

Oud Goud

Het Spaanse Label ‘Fresh Sound’ heeft alle opnamen van Lucky Thompson met kleine groepen in Parijs bij elkaar gezocht en in 2017 op vier volle cd’s uitgebracht. 74 Pareltjes van deze tenorsaxofonist

Wie houdt van bebop met een fijn Frans sausje, kan aan deze box veel plezier beleven. De ondergewaardeerde Amerikaanse tenorsaxofonist Lucky Thompson blijkt  in Frankrijk in de periode van 1956 tot in 1959 een heel oeuvre aan Standards en eigen composities bij elkaar te hebben opgenomen. Altijd met Franse musici, alleen de eerste sessie was zijn collega ex-patriot trompettist Emmett Berry erbij. Ook zo’n naam die je nagenoeg nooit tegenkomt. Kenny Clarke kwam september 1957 ook nog een keer langs. En hij heeft in 1957 met zijn quintet tijdens een complete opnamesessie, Sammy Price begeleid.

De precisering van ‘kleine groepen’ is wel noodzakelijk en het ziet er naar uit dat deze verzameling uitputtend is  voor wat betreft de kwartet- en quintet opnamen. Althans bij de Franse opnamen die ik van Lucky Thompson in de kast heb staan vind ik niets terug van deze box

Lucky Thompson was een van de eerste tenoristen die bebop speelde. Hij heeft nog enkele plaatopnamen gemaakt met Charlie Parker in 1946. een zelfbewuste tenorsaxofonist die zei waar het op stond, als hij vond dat hij niet goed behandeld werd door de labels en labeltjes. Daardoor kreeg hij in de V.S. geen poot meer aan de grond en vertrok in 1956 naar Frankrijk, om daar zijn geluk te beproeven. Daar werd hij als Amerikaans Jazz Musicus met open armen ontvangen en vrijwel meteen de opname studio’s in gesleept. De Franse drummer Gérard ‘Dave’ Pochonet was daar mede ‘schuldig’ aan. Voor de tenorist was het gelukzalig om zo in de watten te worden gelegd. De pianisten Henri Renaud of Martial Solal verdeelden de  opname sessies onder elkaar. Lijkt het wel. De Belgische bassist Benoit Quersin deed meestal mee, anders was Pierre Michelot wel van de partij en een heel enkele keer Gilbert Gassin of Jacques B. Hess. 

Zoals gezegd, de 74 stukken zijn voornamelijk Standards en soms werden er alleen eigen composities van Lucky Thompson opgenomen. Er zijn geen alternatieve takes bijgevoegd, zo die er zijn. De muziek is blijkbaar van de oude LP’s (25 en 30 cm) afgehaald. (Net zoals dat ook bij de Rita Reys verzameling van dit label ‘Fresh Sound’ het geval is.) Per opname vind je één tot acht stukken. In dat laatste geval was zanger-pianist Sammy Price de hoofdpersoon.

Het gaat te ver om alle achttien opname sessies na te lopen. Hij heeft in deze periode 22 eigen composities opgenomen. Duidelijk is wel dat ‘Lucky’ Thompson het in die tijd in Frankrijk zeer naar zijn zin had. Zo zou hij in 1956 met de big band van Dizzy Gillespie mee naar het Midden Oosten, maar zegde die trip na zijn eerste plaat opname af. Al gauw had hij meer opgenomen dan daarvoor in de V.S. In deze periode eind jaren Vijftig, is hij nog wel een paar keer naar de States geweest, maar kwam steeds weer terug naar Europa.

Hij heeft hier nog regelmatig kunnen spelen. Opnamen uit 1968 en 1969 in Rotterdam, Rome en Warschau  bewijzen dat. Daarna keerde hij definitief terug naar ‘The States’ en heeft nog enkele langspelers opgenomen en lesgegeven.  Daarna heeft hij vanaf halfweg de jaren ’70 de saxofoon niet meer aangeraakt. Hij vereenzaamde en kreeg langzaamaan de ziekte van Parkinson. Uiteindelijk werd hij begin jaren ’90 opgenomen in een verzorgingstehuis waar hij stierf. 

Lucky Thompson – Complete Parisian Small Group Sessions 1956 – 1959

www.freshsoundrecords.com

Boelo Klat en Marcel Kaptein

Waar Pop en Jazz elkaar ontmoeten, ontstaan vaak nieuw en onverwachte muzikale  ‘paadjes’ die voor de luisteraar niet altijd lekker begaanbaar lijken te zijn.

Toen Jazzpianist Boelo Klat en zanger Marcel Kapteijn elkaar een paar jaar geleden beide in de studio van Omrop Fryslân, opnamen maakten voor het Live programma van de Omrop, trok Marcel de stoute schoenen aan en stelde Boelo voor om samen ‘iets’ te gaan doen. Dat mondde uit in een vruchtbare samenwerking, waarin beide muzikanten hun ei helemaal kwijt konden en de luisteraars ook volledig aan hun trekken kwamen. Dat was 1 maart jongstleden heel goed te beluisteren in het Kleinste Theatertje van Fryslân van Bob de Boer in Koarnjum. Ook toen werden voor Omrop Fryslân opnamen van het duo gemaakt. Deze komen nog regelmatig op tv langs.

Marcel Kapteijn was in de jaren Tachtig en Negentig van de vorige eeuw een van de twee centrale figuren in de popgroep ‘Ten Sharp’. Daarin zong hij zo indringend, dat het zo dat zijn stem nu en dan wel perfect driestemmig over elkaar heen leek te buitelen.

Zijn muzikale maat en tegenhanger Boelo Klat heeft zich als pianist een eigen stijl ontwikkeld die zich het best laat omschrijven als verhalend en intiem, met sporen van zijn grote voorbeeld Thelonious Monk. Evenwel zonder even mysterieus te worden als hem. Klat is een meester in het verhalend spelen en vult en versterkt zo de zang van Kapteijn. Zijn pianospel vloeit prachtig samen met de zang en gaat heel verrassend, ook zijn eigen weg.

Als duo hebben ze elkaar gevonden in de ballads die Peter de Wijn voor Kapteijn schreef. De zanger is daarbij niet te benauwd om zijn pop achtergrond of zijn grote voorbeelden in zijn zang te verwerken.

Soms hoor je heel even een schim van de al weer vijf jaar geleden overleden Joe Cocker in zijn zang doorklinken, zoals in de fantastische Blues ‘Better version of Myself’. Maar in tegenstelling tot die ‘Zingende Loodgieter’ heeft Marcel Kapteijn een veel groter bereik met zijn stem, zodat hij de melodie niet hoeft te suggereren, maar die echt kan zingen! Dat maakt de songs op deze plaat ook indrukwekkend sterk.

Of je hoort in zijn teksten citaatjes terug uit grote pophits. Flarden die prachtig in de nieuwe teksten zijn verwerkt. Toen Peter de Wijn ‘Find us a River’ schreef heeft hij kort daarvoor vast Cocker’s ideale Rockplaat  ‘Maddogs & Englishmen’ op de draaitafel gehad. Ik moet tenminste steeds denken aan diens versie van ‘Cry me a River’. Qua tekst is ‘Find us a River’ overigens heel anders opgezet.

Samen maakten ze met hun muzikale kwaliteiten en hun verschillende achtergronden een cd met elf prachtige muzikale monumentjes. Muziek die je intensief kunt beluisteren, maar ook als welluidende achtergrond kunt draaien. In beide gevallen wordt je heel gauw hun muziek ingezogen, Zo intens wordt er gezongen en gespeeld.

Marcel Kaptein & Boelo Klat – Magnolia

YaYa Records & Publishing

Marcel Kapteijn – zang

Boelo Klat – piano

Presentatie: 22 september in Cultuurhuis ‘De Klinker’ Winschoten

http://www.stadmagazine.nl/muziek/marcel-kapteijn-boelo-klat-magnolia