Rob Pronk – The Bebop Years – Studio sessions 1950-1957

Nederlands Jazz Arc hief 

Geschiedenis

Iedereen die een beetje op de hoogte is van de geschiedenis van de Nederlandse Jazz, weet dat in de Jaren vijftig van de vorige eeuw, de Nederlandse Jazz mondjesmaat op de plaat verscheen. De Legendarische Michiel de Ruiter heeft toen regelmatig gelobbyd bij Philips om dat voor elkaar te krijgen, maar met vage antwoorden als “Ja, Ja, nee, nee, komt nog wel eens.” Werd zijn streven voortdurend op de lange baan geschoven. Totdat hij van de musici hoorde dat de concurrerende platen maatschappij Bovema afspraken had gemaakt met de belangrijke Nederlandse Jazzgroepen voor plaatopnamen. Toen meldde hij aan Philips: “…dat het niet meer hoefde! Bovema deed het al.” Dat was tegen het zere been en in recordtijd maakte Philips opnamen en hun lp ‘Jazz Behind the Dikes’ lag ook nog een paar dagen eerder in de winkel dan ‘Jazz from Holland’ van Bovema. Michiel de Ruyter had zijn zin: De Nederlandse Jazz stond op de grammofoonplaat!

Alle lof daarvoor, maar één naam schitterde nagenoeg voortdurend door afwezigheid.  Die van Rob Pronk. En dat terwijl hij door de pers altijd als een van de belangrijkste Nederlandse Jazzmusici werd gezien. Hij was niet alleen pianist en trompettist, maar componeerde en arrangeerde ook! 

Op de uitgave van Bovema: vinden we twee opnamen van het Rob Pronk Trio. Terug te vinden op de al ruim 2 decennia niet meer verkrijgbare cd “Jazz from Holland” deel 6 in de serie “Terug naar toen” uit 1995. Pronk speelde ook mee op de twee opnamen van de Dutch All Stars, die toen ook werden opgenomen. Deze zijn alsnog in 2002 door het Nederlands Jazz Archief op cd gezet, op het nog verkrijgbare ‘Combo’s in Nederland, deel 2 (1950-’55)’. Op ‘Jazz Behind the Dikes III’ vinden we de naam Rob Pronk pas terug. Als groepslid van de Wessel Ilcken All Stars. Ze speelden onder andere ‘The Goofer’ van ene Robert Pronk.

Het Persoonlijk archief

Dankzij het feit dat het persoonlijk archief van Rob Pronk na zijn overlijden in 2012, bij het Nederlands Jazz Archief terecht is gekomen, vond de inventarisator daarin de opnamen die Rob Pronk in 1957 maakte voor de Wereldomroep. Voor ‘De Hollanders Overzee’. Die zijn nu compleet op cd gezet. Plus onder andere de opnamen van twee stukken op glasplaten uit 1950. Die kwamen ook uit Pronk’s archief. Daarop speelt het toenmalige Rob Pronk trio. Op een nummer zingt zijn zus Babes Pronk. 

Kortom deze cd is een behoorlijke aanvulling op de muzikale documentatie van Rob Pronk. Voor de volledigheid werden nog een paar nummers op de cd gezet, die in Stockholm werden opgenomen, omdat Rob Pronk daar achter de piano zat.

De Sessies

Er werden in 1957 drie sessies opgenomen met drie verschillende groepen, die ook heel verschillend klinken. Dat kwam deels doordat er een steeds kleinere groep achter de microfoons stond, maar ook omdat de muzikanten in de loop van die negen maanden steeds meer durfden en de lef kregen om zichzelf te zijn. 

Pronk speelt alleen trompet en Rob Madna is overal de pianist. Ook van hem is elke signaal de moeite waard. Niet alleen de gebroeders van Rooijen doen mee, naast Harry Verbeke en Toon van Vliet is het de moeite van het vermelden waard dat er een hele jonge Rudi Bink meeblaast.  Bovendien speelt er op elke sessie een andere bassist mee: Dick van der Capellen, Dick Bezemer of Ruud Jacobs! Vooral van de eerste is het bijzonder dat hij meespeelt. Van hem is uit deze tijd ook maar heel weinig muziek bekend.

Het lijkt wel of deze opnamen voor de Wereldomroep gemaakt zijn als aanvulling op de reeks die Philips maakte voor de ‘Jazz Behind the Dikes’ langspelers. Ze zijn er een noodzakelijke en prachtige aanvulling op. De sessies zijn niet chronologisch op de cd terecht gekomen. De laatste sessie komt eerst. Vervolgens de tweede sessie en uiteindelijk de eerste. 

Tijdens de eerste opnamesessiein januari, werden drie zelfgeschreven nummers opgenomen. Keurig op de 78-toeren lengte van 2 tot 3:30 minuten. Nog een beetje voorzichtig gespeeld, maar wel met drie trompetten en drie saxofoons. Rob Pronk, Jerry en Ack van Rooijen op trompet, Toon van Vliet en Rudi Brink speelden tenorsax en Harry Verbeke baritonsax. De ritmesectie bestond uit Rob Madna piano, Dick van der Capellen contrabas en Ruud Pronk drums. Stuk voor stuk legendarische namen uit de toenmalige moderne Nederlandse Jazz. 

Iedereen kreeg ruimte om te soleren. Want ja, dat is toch waarvoor je Jazz speelt: swingen en soleren. Het derde nummer was geschreven door Rob Pronk. Dat was tijdens deze sessie ook het enige nummer dat met meer lef in een lekker tempo werd gespeeld. 

De tweede sessie, September 1957, gaf een ander geluid: Toen klonken ze bijna Amerikaans vlot en lekker. Terwijl er “maar” twee trompetten en twee saxofonisten meespeelden. Rob Pronk zelf en Jerry van Rooijen op trompet. De tenorsaxofonisten waren Harry Verbeke en de toen nog maar 19 jaar oude Rudi Brink. Rob Madna zat achter de zwart-witte toetsen, Dick Bezemer was de zeer volwassen spelende bassist en Broer Ruud Pronk drumde. Hier speelden ze een stuk van Rob Pronk en een stuk of vijf standards uit het American Songbook. 

Het eigen nummer, ‘Four Roses’ werd zeg maar meer op een rustig zangtempo gespeeld en de standards wat sneller. Zelfs ‘Blue Monk’ werd iets sneller dan de originele opname van Monk gespeeld.  De klapper van deze sessie is ‘You Took Advantage of Me’. Hier klinkt de groep alsof het Amerikanen zijn die in Los Angeles werden opgenomen.

Bij de derde sessielijkt het wel alsof er niet meer zoveel geld was: Rob Pronk speelde trompet en altsaxofonist Herman Schoonderwalt stond naast hem. Hij zou 6 jaar later in 1963 de allereerste Wessel Ilcken prijs krijgen. Rob Madna was de pianist, Ruud Jacobs de negentienjarige bassist en Cees See de drummer. Een ander en veel belangrijker argument voor de juiste samenstelling van de groep hoor je in de muziek: die wordt veel volwassener en zelfverzekerder gespeeld. De muziek van deze sessie is ook veel persoonlijker van klank. Vandaar dat de cd ermee begint.

De Glasplaten

In 1950 heeft Pronk twee privé opnamen gemaakt op glasplaten. Daarop horen we Rob’s trio met Hans Tan contrabas en Jan Opgenhaeffen op drums. Op ‘I’ll remember April’ horen we de 19-jarige Babes Pronk zingen. Ook van haar zijn bijna geen opnamen bekend. Op de al eerdergenoemde ‘Royal Mixed’ cd zingt ze ‘Tea for Two’ bij het Flamingo Quintet in 1950.

De Zweedse opnamen

Deze zijn van augustus 1953. In die tijd speelden Rob Pronk en de gebroeders van Rooijen trompet in de Boyd Bachman-band. Deze toerde in Zweden en daar speelde ook de Stan Kentonband. Dus gingen de trompettisten natuurlijk luisteren. Voor plaatopnamen van enkele leden van de Kentonband zochten ze een pianist. Zodoende kwamen ze terecht bij Rob Pronk. Zo maakte hij in Stockholm zijn debuut op de plaat. Samen met de Kenton ritme tandem Don Bagley (bas) en Stan Levey (drums). Als blazers fungeerden op de eerste wee opnamen: Ake Persson, Frank Rosalino en Bob Burgess op trombone en op de andere twee Zoot Sims op tenorsax. Niet de minsten onder de Amerikaanse musici in die tijd. 

Bij de trombonisten speelt Pronk bij ‘Don’t Blame me’ een piano intro. Verder moet je diep in het geluid graven om de piano eruit te vissen. Achter Zoot Sims is de piano duidelijker te volgen. Ook bij ‘Rough chance on Love’ speelt de pianist ook een intro en is achter de tenorist goed te volgen.

Resumerend mag je wel stellen dat het Nederlands Jazz Archief met deze uit de archieven opgedoken opnamen opnieuw haar naam en bestaansrecht meer dan waar maakt. Zo wordt opnieuw voor iedereen een kostbaar stukje Nederlandse jazzgeschiedenis in het algemeen en van Rob Pronk in het bijzonder, toegankelijk gemaakt. 

Naschrift.

Rob Pronk verdween naar Duitsland, waar hij in het Kurt Edelhagen trompet speelde en al gauw ook ging schrijven en arrangeren. Dat werd dermate goed betaald, dat hij op latere leeftijd halfjaarlijks pendelde tussen Duitsland en Florida. 

Zijn Arrangementen en composities zijn met enige moeite nog wel te vinden. In dat verband mag wel worden genoemd dat het Metropole Orkest ruimschoots gebruik heeft gemaakt van zijn arrangementen en composities. Hij schreef er honderden.  Ook dirigeerde hij dit orkest op ettelijke cd’s.

In 1994 is op het obscure label ‘A la Bianca’ nog een cd verschenen ‘It Happened Yesterday’ met opnamen uit 1968 van het Rob Pronk Jazz-Orchestra, geproduceerd door Joop de Roo.  Deze cd kan worden gezien als deel een van een trilogie van drie Big Bandopnamen rond arrangementen van Rob Pronk en Jerry van Rooijen: deel 2: de Festival Big Band – ‘Explosive!’ Uit 1971, onder leiding van Jerry van Rooyen. Als derde cd geldt de opname uit 1973: ‘The Jerry van Rooijen Orchestra’ uit de reeks ‘Dutch Jazz Giants’. De box die door Point Entertainment op de markt kwam, nadat Mercury de box ‘Dutch Jazz Masters’ met 70 jaar Nederlandse Jazzgeschiedenis had uitgebracht. Met deze -toen nog LP – ’The Jerry van Rooijen Orchestra’ werd de trompettist Rick Kiefer gepresenteerd. Maar vooral geldt dat opnieuw Rob Pronk en Jerry van Rooijen de arrangeurs van de stukken waren. Dat maakte deze drie LP’s tot een drie-eenheid. 

Greetje Kauffeld’s ‘And Let the Music Play’ uit 1974 ook met arrangementen van Jerry van Rooyen en Rob Pronk maakt van de drie uitgaven een kwartet. ‘Explosive’ en ‘And Let the Music Play’ zijn nog te verkrijgen op het Berlijnse Sonorama Label. Joop de Roo, de producer van al dit moois, heeft die opnamen daar onder kunnen brengen, zodat ze opnieuw verkrijgbaar werden en nog zijn. 

  • Rob Pronk – The Bebop Years – Studio sessions 1950-1957 uitgebracht door het Nederlands Jazz Archief
  • Musici: 
  • – In 1957:
  • Rob Pronk, Jerry van Rooijen, Ack van Rooijen – trompet
  • Herman Schoonderwalt – altsax
  • Toon van Vliet, Ruud Brink – tenorsax
  • Harry Verbeke – tenorsax, bariton sax
  • Rob Madna – piano
  • Ruud Jacobs, Dick Bezemer, Dick van der Capellen – contrabas
  • Cees See, Ruud Pronk – drums
  • – In 1950:
  • Babes Pronk – zang
  • Rob Pronk – piano
  • Hans Tan – contrabas
  • Jan Opgenheaffen – drums
  • – In 1953:
  • Ake Persson, Frank Rosalino, Bob Burgess – trombone
  • Zoot Sims – tenorsax
  • Don Bagley – contrabas
  • Stan Levey – drums

XYZ de Son Bent Braam

Michiel Braam laat weer eens ouderwets van zich horen. In samenwerking met twee originele leden van zijn Bik Bent Braam uit 1995/1996 heeft hij zijn XYZ-repertoire van die periode nogmaals uitgevoerd. Zij het wel heel anders! De stukken werden niet zozeer gekopieerd, maar naar het Latijns Amerikaanse idioom toegeschreven. Vanzelfsprekend is de bezetting van het orkest vijfentwintig jaar later, op drie oorspronkelijke leden na, anders.

Deze suite was niet zijn eerste. Michiel Braam componeerde toen al veel in de vorm van Suites. Maar deze vulde wel een compleet concert. Mensen die een van de concerten meegemaakt hebben staat die gebeurtenis nog goed voor de geest.

Ondanks de verschillende benadering in 2019 ten opzichte van 1996 en een nagenoeg volledige nieuwe bezetting van de band, ontstaat er toch een mooi gevoel van herkenning. Om niet te zeggen een feestelijk gevoel. Het is een lange suite van zesentwintig delen, voor elke letter een. Voor de remake van dit muzikale Alfabet van 1995/1996 is Braam uitgegaan van dezelfde bouwstenen, maar doordat ze anders ingekleurd zijn, er andere ‘metselaars’ aan te pas kwamen en andere ‘specie’, kreeg het geheel vanzelfsprekend een totaal ander aanzicht. Daardoor mag je wel zeggen dat het nieuwe muziek is geworden. Dat is het leuke aan Braams’ muziek. Er wordt bij hem altijd een andere twist aan de muziek gegeven en de vrijheid en de inbreng van de muzikanten staan bij hem voorop. Niet zonder trots vertelde hij zo’n twintig jaar geleden wel, dat zijn stukken na afloop van de tournee vaak onherkenbaar veranderd waren door de inbreng van de musici.

Tussen de zesentwintig stukken vindt iedere luisteraar zijn eigen favorieten. Het aardige is, dat je tijdens de opeenvolgende luistersessies, met je voorkeur langzaamaan van het ene stuk naar het andere schuift. 

Meteen vanaf het begin word je door de muziek opgetild, meegenomen in een feestelijke draaikolk. Soms zijn de overgangen naar de volgende ‘letter’ wat bruusk. Van het opgewonden, blije ‘Bienestar’ naar het kalmpjes gespeelde, stadig stappende ‘Chachachando’, schrik je wel even, maar je wordt meteen weer opgetild door de muziek. Een kolfje naar de hand van Efraïm Trujillo. 

Maar elke keer kom je in een andere heerlijke werveling van muziek. Soms lijk je in rustig vaarwater te komen, maar blijkt dat er voor de luisteraar toch wel enige chicanes te nemen zijn.  Je wordt er ontegenzeggelijk telkens weer vrolijk van.  

Angelo Verploegen, Joël Botma – trompet

Ilja Reijngoudt, Jeroen Verberne – trombone

Efraïm Trujillo – Sopraansax, klarinet, Fluit

Bart van der Putten – altsax

Frank Nielander – Tenorsax, sopraansax

Jesse Schilderink – tenorsax

Michiel Braam – piano

Aty de Windt – baby bass

André Groen, Danny Rombout en Martin Gort – percussie 

Kenturah’s Kitchen – MoSaVans

Kenturah’s Kitchen – Mosavans Zennez

Dit is de derde cd van dit trio. De naam is geïnspireerd op het werk van de Amerikaanse Schilder Kenturah Davis. Zij vermengt portretkunst met D=design. Ed Baatsen komt uit de opgeheven groep ‘Special Delivery. Samen met zijn trio-leden zoekt hij ook naar een vernieuwde samenwerking van de drie instrumenten, waarbij de drie muzikanten veelal hun eigen weg gaan. Dat klinkt als het zoeken naar een ideale vorm van Anarchisme: de juiste man op de juiste plek en als iemand het beter kan of weet, neemt die het voortouw en stapt de ander opzij. Harmonie en samenwerking in optima forma. Dat het begrip Anarchisme in het algemeen spraakgebruik verworden is tot de beschrijving van chaos, is op zijn zachtst gezegd jammer te noemen. Maar dat geldt voor meer stromingen waarvan de opzet door egoïstisch denken verworden is tot een dictatoriaal systeem. Datzelfde speelt ook in bijvoorbeeld de Rooms Katholieke Kerk, bij het Communisme of het Liberalisme. In principe streven al die bewegingen hetzelfde na: een ideale wereld, waar iedereen gelukkig is. Alleen de uitwerking door de mensen laat te wensen over. Goed, genoeg Kerst- en Nieuwjaarsgedachten. De cd.

Baatsen heeft voor elk stuk eigen probleemstellingen opgezet en past hij onopvallend verschillende maatsoorten toe. Daarmee schuurt hij tegen het gangbare klankenpatroon aan. Dat geeft zijn stukken meer byte.

Om de materie in het openingsstuk ‘Mosavans’ complex te maken heeft Ed Baatsen het eigenzinnige en ontregelende van Thelonious Monk (‘Mo’ in de titel) en Eric Satie (‘sa’) in het thema en de improvisatie verwerkt en het harmonische spel van Bill Evans (‘vans’) ingepast. Als het thema afgerond is, komt ‘Mysterioso’ van Monk om de hoek kijken. Verder op komt tijdens samenwerking met bassist Slinger de vertragende werking, die Eric Satie nogal eens toepaste, naar voren.

In het Driedelige ‘Trammelant’ hoor je bij vlagen het rock-drummen terug, een teken dat hier rock- en hiphopelementen zijn verwerkt. De bas geeft een ritmische drive aan de delen. Een drive die de piano er in het eerste deel ingebracht heeft en die de bas gedurende de drie delen als een ostinato motief vasthoudt. 

Zo worden de muzikale problemen aan de orde gesteld en op heel harmonische wijze uitgewerkt. De drie werken daarbij op aangename wijze samen. Elk lid van het trio krijgt de tijd om zijn zegje c.q. oplossing aan te dragen en in goede samenwerking tot een goed einde te brengen. 

Ed Baatsen – Piano – Han Slinger – contrabas – Bert Kamsteeg – drums

Instant Composers Pool & Nieuw Amsterdams Peil – De Honde Mepper

Op haar nieuwe uitgave werkt ICP samen met het Nieuw Amsterdams Peil (NAP). Dit ensemble bestaat voor een deel uit musici die ook in het Asko ensemble meespelen. In dat ensemble hebben ze ook wel composities van wijlen Misha Mengelberg -de ziel en oprichter van het ICP- gespeeld. Ook heeft het Asko Ensemble eerder samengespeeld met het ICP.

De muziek op deze cd neigt meer naar de uitvoeringspraktijk zoals die in Moderne klassieke muziek gangbaar is. Maar misschien komt dat, doordat ik die manier van precies spelen, veelal exact volgens de partituur, minder aantrekkelijk vind. Het mag wel een beetje schuren, je mag als luisteraar overvallen worden met onverwachte dingen, desoriënterende gebeurtenissen. Als dat dan maar met vakmanschap wordt gedaan. 

De twee suites, ‘De purperen Sofa’ en ‘Dressoir’ zijn gearrangeerd voor deze combinatie. Daardoor worden ze beeldender en kleurrijker uitgevoerd dan door het ICP alleen. 

 ‘Dressoir’, is een suite van Misha Mengelberg in negen deeltjes. Elk deeltje in de suite heeft zijn eigen sfeer meegekregen. De deeltjes zijn ingetogen. De vijftien musici van de combinatie ICP en NAP geven de onderdelen van ‘Dressoir’ met hun uitgebreide klankenpalet een prachtige uitvoering. Vooral de banjo geeft het geheel precies die sfeer die je doet denken aan de oude dressoir bij je grootouders in hun donkere huiskamer.

‘Een hutje van Gras’, lijkt heel sikkisch, maar de diverse motiefjes zijn ragfijn en zingen zich als ‘t ware los van de eenheid die ze samen vormen. Vooral wanneer je zo’n motiefje blijft volgen.

De ‘Hondemepper’ is een klassiek gespeelde compositie waarin solo’s dat strakke beeld verstoren. Zoals in de solo van trombonist Wolter Wierbos die een tegenspartelende hond verbeeldt. Een cineast zou het thema zo in een film kunnen verbeelden.

‘Pools and Pals’ van Ab Baars, met invloeden van Strayhorns ‘Depka’ uit de ‘Far East Suite’, geeft de ICP-leden de ruimte om even ‘zichzelf’ te zijn. Daar hoor je dat altijd verrassende geluid van het ICP in terug.

De drie niet-Mengelberg composities zijn ‘Lento’ van zijn Misha’s vader Karel Mengelberg, ‘Cro Magnon Nights’ van Herbie Nichols en ‘Reflections’ van Thelonious Monk. Zij worden door de combinatie (!) geheel naar de eisen van die composities uitgevoerd. Gedisciplineerd en ingetogen in ‘Lento’ dat door een trio musici uit beide ensembles, wordt gespeeld. Voluit in ‘Cro Magnon Nights’ van Nichols en lekker gedragen in Monk’s ‘Reflections’. De contrabassolo van Ernst Glerum is een toonbeeld van schoonheid. 

Al met al geeft deze combinatie van ensembles weer eens aan hoe veelzijdig deze musici zijn. 

Instant Composers Pool & Nieuw Amsterdams Peil

Tineke Postmas’ nieuwe cd Freya

Uit Het Friesch Dagblad van 19 maart 2020
Het Amerikaanse Tineke Postma Quintet met Ralph Alessi trompet, Matthew Brewer contrabas, Dan Weiss drums, Tineke Postma en Kris Davis piano.
Tineke Postma op het Jarasum Festival. Let op dit is niet de Amerikaanse groep, maar haar kwartet met Jan van Duikeren trompet/bugel, Clemens van der Feen contrabas en Tristan Renfrow drums

Pat Metheny – From this Place

De nieuwe cd van Metheny, waarop de muziek van Metheny met zijn vernieuwde Unity Band, wordt ingekleurd met een compleet symfonieorkest. Is dit nieuwe muziek of ligt dit in de lijn van de verwachtingen? Ik denk het laatste. Daarom eerst wat biografische feiten op een rijtje, die naar deze opname hebben geleid.

De Pat Metheny/Lyle Mays band

Allereerst speelde Metheny regelmatig met een kwartet/kwintet waarin Lyle Mays achter de toetsen zijn vaste maatje was. Van 1977 (Watercolors) tot en met 2005 (‘The Way up’). Die platen en de daaraan vastgeknoopte tournees kun je zien als de constante in Metheny’s oeuvre. Maar je kunt deze groep net zo goed zien als stoplap tussen de vele verschillende muzikale activiteiten die hij ontplooide. Laten we het er op houden dat al die verschillende activiteiten voor Pat Metheny even belangrijk waren. De kwaliteit van deze groep, ondanks de diverse personele wisselingen, bleef heel constant en werden door zijn fans en andere muziekliefhebbers hogelijk gewaardeerd. In 2005 bleek de koek echter op. 

Het Metropole Orkest

In 2003 deed Metheny al een grote stap in de richting van de nieuwe 2020 uitgave ‘From This Space’. Dat jaar was hij namelijk Artist in Residence bij het North Sea Jazz Festival. Deze alleseter speelde toen zo’n twee concerten per avond, met voornamelijk Nederlandse Sterren uit de Jazzscene. Een van de overweldigende gebeurtenissen in mijn oren was dat jaar het openingsconcert van de zaterdag: Metheny bij het Metropole Orkest. Als ik me goed herinner ging het onder andere om de muziek van de cd ‘We Live Here’. Daarmee bewees het Metropole voor mij hoe goed dit orkest wel was: de complexe muziek van de Pat Metheny Group uit 1995 werd toen op perfecte wijze compleet akoestisch uitgevoerd! Voor Metheny zal het ’t bewijs zijn geweest dat hij zijn muziek dus ook akoestisch kon uitvoeren. Dat hij daar 17 jaar mee heeft gewacht, zullen we maar wijten aan zijn overvolle agenda.

Exotische gitaren

Een van de bijzondere dingen die hij ook deed was het experimenteren met gitaren. Zo bouwde hij zijn ‘Picassogitaar’ met 42 snaren. Dat is een gitaar met veel klankmogelijkheden. Er zaten naast de zes gebruikelijke snaren, een aantal mee resonerende snaren op en een hoeveelheid snaren, die een harpachtig geluid voort konden brengen. Als experimenteel hoogtepunt in dit verband geldt wel zijn ‘Orchestrion’ project. Aan zijn gitaar had hij de grote hoeveelheid instrumenten gehangen, die hij met zijn snaren via een MIDI kon bedienen. Als vondst was het gebruik van een gitaar als aanstuurder van alle overige instrumenten natuurlijk bijzonder.  

Overgang

Na regelmatig schakelen tussen oude (de Heath Brothers) en nieuwe (zoals Brad Mehldau en Christian McBride) Jazzgiganten, kwam hij in 2012 dan op de proppen met zijn Unity Band. Naast de gitarist speelden mee: saxofonist Chris Potter, bassist Ben Williams & drummer Antonio Sanchez. Zijn nieuwe Pat Metheny group. Tussen 2012 en 2015 heeft hij een paar cd’s met deze groep volgespeeld.

Wat zegt de gitarist zelf over de cd?

Metheny vertelt in zijn zorgvuldig samengestelde, begeleidende tekst dat het opname proces vrij spontaan bij hem opkwam. Van Ron Carter hoorde hij hoe Miles Davis zijn opnamen maakte: de musici werden terplekke verrast met de nieuwe composities en zij maakten daar dan met hun vakmanschap nieuwe muziek van. Dat deed Metheny ook bij deze opnamesessies. Plus dat hij tijdens de opnamen in zijn hoofd onder de muziek begeleidende lijnen hoorde. Dus werden twee arrangeurs waar Metheny al eerder mee had gewerkt, Alan Broadbent en Gil Goldstein gevraagd om arrangementen te schrijven. Zo creëerde hij opnieuw de hem zo vertrouwde muziek van zijn Metheny/Mays groep. De koek was dus nog niet echt op! 

En wat is het resultaat?

Na een pauze van vijf jaar heeft hij zijn nieuwe schijf het licht doen zien met een vernieuwde Unity Band. Voor deze uitgave heeft hij dus achteraf de opnamen van zijn groep voorzien van arrangementen die werden uitgevoerd door een Studio Symfonie orkest uit Hollywood. Zo komen dus al zijn ervaringen van de afgelopen 45 jaar samen tot dit geheel. De muziek op ‘From This Space’ heeft door deze manier van werken de bekende warme, softe klank gekregen die je in het verleden ook van hem hoorde. In wezen brengt deze cd, weliswaar op een andere manier samengesteld, meer van hetzelfde. Daar is niets op tegen. Tenslotte wordt deze muziek algemeen gewaardeerd. Door maker en luisteraar. Maar om het als nieuw en bijzonder te verkopen, gaat wel wat te ver. Hoogstens als anders opgebouwd. Dat komt dichterbij de waarheid.

De cd beluisterend hoor je een verhaal terug van de gang van het leven: In het begin opgewekt, met een warme, sterke spanningsboog en langzaamaan ervaar je in de muziek het tot rust komen. Het aloude adagium van de lange weg naar Tipperary gaat hier op: Oude soldaten sterven niet, maar vervagen. Frappant is dat de muzikale neergang zich eigenlijk echt inzet in de titelsong: die schreef hij op de ochtend nadat Trump november 2016, tot president van de Verenigde Staten was gekozen. Dat verklaart ook de frontfoto. ‘From this Place’ en de laatste twee stukken daar achteraan, geven blijk van berustende contemplatie. Metheny is zo bezien al vijftig jaar een soldaat, hij heeft grote muzikale overwinningen geboekt en mag zich langzaamaan terugtrekken. Of hij dat ook doet…

Pat Matheny – From this Space  op Nonesuch

Pat Metheny – Gitaar, keyboards, Gwilym Simcock – piano, Linda May Han Oh – bas en zang, Antonio Sanchez – drums, Luis Conte – Percussion 

The Hollywood Studio Symphony Gedirigeerd door Joel McNeely 

Meshell Ndegeocello – zang op ‘From this Place’