North Sea Jazz Festival, 1976 – 2005

Vijftien jaar na dato heeft Theo van den Hoek de gelegenheid te baat genomen om nog eens terug te kijken op zijn turbulente leven als festival organisator. De Friese schrijver en Jazzliefhebber Max van den Broek mocht het verhaal schrijven en samenstellen. Naast de gesprekken met Van den Hoek, kreeg hij ook een stapel knipsels mee waaruit hij kon putten. Het boek is eigenlijk te zien als drie verhalen: 

  • – De periode van dertig jaar Festivals in Den Haag,
  • – de artiesten en tenslotte
  • – de perikelen die leidden tot de verhuizing naar Rotterdam. 

In het eerste deel krijg je een kijkje achter de schermen, hoe de organisatie reilde en zeilde. En vooral waar Theo van den Hoek verantwoordelijk voor was. Vooral de logistiek van de artiesten vormden zijn vaste taak. Hoe krijg je de artiesten met hun steeds meer uitdijende apparatuur op tijd in de zaal en weer op weg naar het volgende concert. Daarnaast steekt hij de loftrompet over Paul Acket, de initiator en vormgever van het festival. En uiteraard duiken er voortdurend verhalen over de muzikanten op. 

In het hoofdstuk over de artiesten verdedigt hij het uitgangspunt van Paul Acket voor dit festival: De mix van stijlen en er moet wel een vleugje Jazz in de muziek te bespeuren zijn, al is het maar swing.  Swing is in wezen de spanningsboog die wordt gecreëerd en elke zichzelf respecterende muzikant zorgt ervoor dat hij de luisteraar in zijn spel/zang meeneemt. Elke artiest doet dat op zijn eigen wijze. En natuurlijk trek je met beroemde popartiesten meer mensen naar het festival, dat is evident. Zo kun je volgens de filosofie van Paul Acket, ook de minder bekende Jazzmuzikanten uitnodigen en betalen.

Zodoende kon je als jazzliefhebber toch je ‘eigen’ concerten opzoeken. In 1976 kon ik onder andere het concert dat het Dick van der Capellen trio toen gaf, meemaken. Dat bleek in de Bon Bini zaal te zijn, in mij herinnering een lastig te vinden soort klaslokaal, waar de stoelen en bureautjes, een beetje opzijgeschoven, nog in stonden. Voor een trio van hun statuur, onwaardig! Dat er maar een paar mensen luisterden, vond ik uiterst pijnlijk voor het trio.

Werd er in het gedeelte over het Festival al rijkelijk met artiestennamen gestrooid, het tweede hoofdstuk staat bol van de anekdotes over de artiesten. Grappige, navrante, tedere en aparte verhalen. Zo bleek dat het zigeunerorkest ‘La Romanderie’ met de complete gezinnen in de woonwagens aan kwam zetten. Dat Oscar Peterson gek was op Indisch eten en Ray Charles zich persoonlijk rijkelijk extra liet betalen als er televisiecamera’s stonden opgesteld.

In het derde deel wordt de verhuizing naar Rotterdam beschreven. Uiteraard vanuit de visie van Theo van den Hoek. Voor hem stond vast dat hij het festival dolgraag voor Den Haag wilde behouden, maar het Congresgebouw werd door de gemeente langzaam maar zeker uitgekleed en uiteindelijk verkocht.  Het festival paste niet meer in de plannen van de kopers en de gemeente deed hoegenaamd niets om het festival te behouden. Ergens in het gemeentelijk apparaat heeft men de vink over het touwtje laten vliegen. Toen werd aangekondigd dat er stappen werden gezet om toch te verhuizen, reageerde de gemeente niet adequaat. Rotterdam wel. Daar stond men direct klaar om het Festival te ontvangen, met ook nog allerlei jazzactiviteiten in de stad zelf: North Sea Round Town. Volgens Van den Hoek wilde de Haagse gemeente graag dat het Festival aan Den Haag zat vastgebakken, maar men vergat dat een bedrijf sneller en adequater reageert dan een ambtelijk apparaat. En dat het festival tenminste op gelijke grootte wilde blijven. In Den Haag bleek dat niet meer mogelijk. Toen de vogel gevlogen was, trok men zich daar de haren uit het hoofd, vanwege het enorme inkomstenverlies voor de stad. 

Het boek leest als een trein. Soms kom je wel eens een spelfoutje tegen en merk je dat een krantenartikel uit die tijd wel erg precies is geciteerd, maar dat doet niets af aan het feit dat de geschiedenis van het Festival met dit boek een nieuwe belichting heeft gekregen.

  • Max van den Broek
  • – North Sea Jazz Festival – De Haagse Jaren volgens Theo van den Hoek.
  • – Uitgeverij Aspekt
  • – Soesterberg, 2020

Plaats een reactie

3 × 2 =