De Vriendendag van het Nationaal Jazz Archief 2019

De Vrienden dag van het Nederlands Jazz Archief in de Voormalige Vara Studio’s 7 en 8, nu het Muziek Centrum van de Omroep op 16 juni 2019

Inleiding
Dit jaar was de Vrienden dag niet op zaterdag, maar op de zondag. Wij waren ongeveer de enigen die het gebouw van het MCO bevolkten.
We hoorden in het inleidende praatje dat de subsidie voor de collectie van het NJA in ieder geval tot 2021 doorgaat. Maar, begrepen we, de steun van de Vrienden blijft essentieel! In een filmfragment met een mooie opname van Boy’s Big Band, zagen we ook de zaal waarin we zaten. Er werd met veel liefde en vakmanschap gespeeld. Voor Boy moest het duidelijk met meer gevoel want hij tikte de opname af, omdat hij vond dat de sfeer van de Zade (de voormalige Amsterdamse Jazzclub de Sheherazade in Amsterdam) in gedachte gehouden moest worden.

De partituren van Misha Mengelberg
Dr. Floris Schuiling is gepromoveerd op de partituren van Misha Mengelberg. Daarvoor heeft hij het boek “The Instant Composers Pool and Improvisation beyond Jazz” geschreven. Op het grote scherm toverde hij in de eerste voordracht een intrigerende reeks partituren van Misha Mengelberg tevoorschijn, waarmee hij aantoonde dat Misha een precieze notatie van zijn composities voorstond. Behalve als een van de muzikanten zijn blaadje voor een compositie kwijt was. Dan tekende hij of de muzikant zelf, even de muziekbalk en vulde de partij in. Het bleek ook dat Misha lang niet altijd uitging van de nootjes, maar vooral van de personen die zijn werk speelden. Dat maakte hem vergelijkbaar met Duke Ellington, die zijn werken ook voor en vooral op de kwaliteiten van zijn orkestleden schreef. Daarnaast bleek dat Misha niet vies was om met beelden en complexe opdrachten te werken. Eisen die je als muzikant moest kunnen herkennen. De luisteraar en bezoeker van concerten, dus de betrekkelijke buitenstaander onderkent en herkent die opdrachten lang niet altijd. Soms bleek dat hij minimal music achtige opdrachten in zijn partituren verwerkte. Dan mochten de muzikanten bijvoorbeeld bepaalde fragmenten herhalen zo vaak als ze er zin in hadden. Op die manier verandert een stuk dus voortdurend! Ook bracht Schuiling een onderscheid aan tussen klassieke en improvisatiemuziek: Bij de klassieke muziek is de notatie van de componist het enige uitgangspunt, bij de andere stroming,- de improvisatiemuziek – is de uitvoerende het meest belangrijk. Sterker nog, de leden van het ICP, de Instant Composers Pool, het orkest waarvoor Misha in de regel schreef, wisten en weten, dat ze de notatie van het stuk helemaal niet zo serieus hoefden te nemen. Getuige de uitspraak van Tobias Delius, dat de notatie bij het spelen eerder voor verwarring zorgt, terwijl bij het improviseren de stukken juist beter uit de verf kwamen. In plaats van te lezen en spelen wordt er door improvisatoren bij het spelen naar elkaar geluisterd en op elkaar gereageerd! “Je moet niet vooraf bepalen wat er komen moet, dan gaat het juist fout!” stelde Tobias Delius. Dit was geheel in de geest van Misha’s adagium: improviseren is reageren op de omgeving. Han en Misha hebben dat tijdens hun langdurige periode van duo-optredens tot in het absurde toegepast. Elkaar ontregelen was dan voor beide een eerste vereiste. Schuiling nam aan het eind van zijn voordracht nog even de tijd om uit te leggen dat ze bij het ICP gebruik maakten van ‘virussen’. Daarvoor legde hij uit hoe ’n virus als ‘De Paardenbloem’ werkt. Het is een fragmentje dat als een overgang ingebouwd kan worden door een van de muzikanten. Naarmate meer orkestleden daar in meegaan, ontstaat er een overgang naar een ander stuk. Blijkt ‘De Paardenbloem’ op een bepaald moment niet ‘levensvatbaar’ dan keert de aangever ook terug naar het stuk dat op dat moment werd gespeeld. Al met al gaf Floris Schuiling een prachtig inkijkje in de mogelijkheden die Misha in zijn composities had ingebouwd. Dat werkte heel verhelderend. Daarvoor had hij wel wat meer tijd nodig dan de hem toegemeten dertig minuten, maar daar had hij alleen zelf last van.

De Broche die de Zomer Jazz Fiets Tour in Groningen uitgaf bij een Jubileum van het Festival.

Dertig objecten rond Jazzfestivals.
Loes Rusch, Ook al dr. geworden op een Jazz-onderwerp zoals Floris Schuiling, vertelde over haar tentoonstelling met objecten van Jazzfestivals. Haar argument voor zo’n tentoonstelling is dat die voorbeelden voortdurend een ander verhaal vertellen, afhankelijk van het moment dat er naar gekeken wordt: telkens wordt met andere blik en andere kennis naar die achtergebleven spullen gekeken. Afhankelijk van de tijd krijg je andere inzichten. Niet alleen zijn die attributen een melding van het betreffende festival, maar ook een teken des tijds. Ze laten bijvoorbeeld zien welke de ontwikkelingen er zijn van reclame maken en aandacht trekken. Van schriftelijke informatie, via speldjes naar buttons en linnen tasjes.

Voorbeelden van linnen tasjes die door Jazzfestivals zijn uitgegeven. Elke keer als deze tasjes gebruikt worden, maak je rteclame voor dat festival.

Tot en met broches aan toe. Dank zij het bewaren van die parafernalia in de archieven, kan zo’n uitbeelding worden gemaakt. Later, tijdens de lunch hadden we volop de gelegenheid om de tentoonstelling te bewonderen.

De Ruud Bos Secret All Star Band

John Engels en Jan Huydts, die zojuist het eerste exemplaar van de nieuwe cd met de muziek van Ruud Bos hebben ontvangen.

Vervolgens mocht Frank Jochemsen zijn nieuwe product presenteren: de cd met de muziek van Ruud Bos voor vele VPRO-televisieprogramma’s. Inclusief een aantal Standards. Daarvoor riep hij John Engels en Jan Huydts naar voren. Musici en leraren, die de jaren zestig nog aan den lijve hadden meegemaakt. Het aardige van die presentatie was dat we van het eerste nummer, ‘Han’s Blues’ een filmverslag kregen. Zo konden we ook op beeld kennis maken met de muziek. Altijd ontroerend en verrijkend. Zeker als je juist in die tijd, de jaren Zestig van de vorige eeuw, kennis hebt gemaakt met Jazz in het algemeen en Boy’s Big band in het bijzonder. Die mensen terug te zien, weliswaar in een andere setting, blijft een groot genoegen.

Harry Geelen, de tekstschrijver en vertaler voor Edin Rutten, die even door Edwin in het zonnetje wordt gezet. Op de achtergrond en zwaar overbelicht, Jean Marie van dam achter de piano en Edwin Corzilius aan de contabas. Geheel rechts Edwin Rutten

Edwin Rutten zingt.
Voor de lunch kreeg Edwin de gelegenheid om ons terug in de tijd te voeren. Met de vertalingen van Harry Geelen van bekende Standards sloeg de vonk van herkenning elke keer weer over. Hier en daar werd een nootje niet op zijn kop getroffen, maar Gershwin’s ‘A Foggy Day in London Town’ werd als ‘Ontmoeting in the Mist’ in de vertaling van Hans Andreus, helemaal gaaf uitgevoerd. Gershwin schrijft zo, dat je dat foutloos zingt. En Hans Andreus vertaalde de tekst vrij en qua strekking toch heel precies. Hij trok het liedje ook nog even naar Amsterdam. Met het trio Frits Landesbergen, Edwin Corzilius en Jean Louis van Dam achter hem is Edwin al vele jaren vertrouwd.

Ditmer Doet Dienske
Na de lunch voerde Ditmer Weertman, de collectiebeheerder en de echte archiefman van het NJA, ons terug naar de Jaren Dertig en Veertig met zijn verhaal over Dolf Dienske, muzikant, geluidsman en organisator van (verhulde) Jazz Festivals in de Tweede Wereld Oorlog. Zijn archief is kort geleden overgedragen aan het Jazz Archief. In 1933 richtte hij zijn Geluids Technisch Bureau op. Daarmee nam hij vele muzikanten en groepen op. Daarvan maakte hij dan een of meer 78-toeren platen. Uit het verhaal van Ditmer bleek wel dat Dienske bij de upper ten van de Nederlandse Jazz hoorde. Althans, hij kreeg de medewerking van diverse mensen als Red Debroy, die in zijn ensemble speelde, Van Steensel van der Aa, Iwan Poustochkine en een jonge Boy Edgar, zaten in de Jury voor de twee festivals die hij in 1941 en 1942 met dansorkesten organiseerde. Weer een puzzeltje in de geschiedenis van de Nederlandse Jazz gelegd.

Rein de Graaff in gesprek met Bert Vuijsje over zijn New York Cd

Rein de Graaff twee keer doorgezaagd.
Tenslotte werd ‘The Big Bopper’ uit de Veenkoloniën twee keer geïnterviewd.
Eerst door Bert Vuijsje over de tweede Nederlandse Jazz-LP die in Verenigde Staten werd opgenomen: ‘New York Jazz’. Die LP, nu cd met een ander frontje, werd in 1979 opgenomen en is nog steeds een voorbeeld van authentieke Bebop. Rein meldde, niet zonder trots, dat deze cd bij heel veel Amerikaanse Jazzmusici in huis ligt. Het bleek dat Rein’s voorkeur in eerste instantie uitging naar de ritmesectie: bassist Sam Jones en drummer Louis Hayes! Met hen had hij via de langspeelplaat al heel vaak samen gespeeld. Als saxofonist wilde hij iemand die speelde als Hank Mobley. Dat werd Ronnie Cuber. En vertelde Rein, met hem ben ik nog steeds heel goed bevriend. Voor de trompet koos hij de toen nog jonge Tom Harrell, omdat hij deze trompettist op een Lp een mooi geluid vond hebben. Hoe ze het vonden om met jou te spelen? Vroeg Bert. “Prima!” Zei Rein, een beetje verbaasd over de vraag. Ze hebben de muziek in 6 uur tijd opgenomen: een keertje doorspelen en vervolgens de definitieve takes. Goed 36 minuten muziek. Geen alternatieve takes. Het resultaat op de plaat is alles wat er is. Van het openingsnummer –fifty six – vertelde Rein nog, dat dit door Johnnie Griffin geschreven was op het akkoordenschema van ‘The Masquerade is over (and so is Love)’. Maar in plaats van het als een ballad te spelen, moest het bloedsnel worden gespeeld. Louis Hayes vroeg verbaasd of het echt zo snel moest. Vermoedelijk omdat hij dacht dat die Dutchman dat niet zou kunnen. Rein reageerde met de opmerking: “You’re the Famous Louis Hayes, aren’t you?” in de geest van: Dat kan je toch wel? Waarop Hayes mompelde “Ok, tel maar af.” Hij twijfelde duidelijk aan de kwaliteiten van Rein, niet aan de zijne.

Mijke van Wijk ingesprek met Rein de Graaff over zijn Laatste cd

Vervolgens ondervroeg Mijke van Wijk, hem spits en alert over zijn laatste cd: de trio-cd ‘Early morning Blues’ en ondervroeg hem, waarom hij nou precies gestopt was. Zij is Radiojournalist die jarenlang op de gesneefde Radio 6 een Jazzprogramma had. Over de cd meldde Rein dat hij bij deze opname echt zichzelf was. Iets wat je maar een paar keer per jaar meemaakte. De opname ging als in een flow. De belangrijkste reden waarom hij gestopt was, vertrouwde hij haar toe, was het feit dat het hem veel te veel inspanning kostte om beroemde en/of legendarische musici uit de V.S. te halen en het organiseren van de tournees met die muzikanten. Dat vond hij echt te zwaar worden en veel te veel werk om nog te doen. Het spelen zelf was geen bezwaar. Muziek zit nog altijd in zijn hoofd. Daarom blijft hij nog steeds oefenen. Als laatste opmerking meldde hij dat de modale manier van spelen en los van akkoordenschema’s, zoals in de Free Jazz, best wel bevrijdend werkte. Maar dat hij toch met graagte is teruggekeerd naar het spelen van zijn geliefde Bebopmuziek.

Hij luidde zichzelf uit met een passend: ‘Yesterdays’.

Een reactie plaatsen