De Heilige Graal gevonden.

Sonny Rollins – Rollins in Holland – The 1967 studio & Live recordings, Featuring Ruud Jacobs & Han Bennink

Uitgave: Nederlands Jazz Archief & Resonance

Ultieme vondst in het NJA. Het is toch wat, wanneer je als zoeker naar muziek op het spoor komt van opnamen van een trio uit 1967, waarvan illegale opnamen de ronde doen, maar waarvan déze opnamen helemaal niet bekend waren en geluidstechnisch ook nog eens een hele hoge kwaliteit hebben. Dan ga je wel even uit je bol. Als die dan ook nog van de grootste nog levende tenorsaxofonist zijn, samen met een Nederlands ritme duo van grote klasse, dan is de vreugde niet te overzien. Na een tip van Ditmer Weertman de archivaris van het NJA, maakte Frank Jochemsen van het Nederlands Jazz Archief (NJA) dat drie jaar geleden mee. Toen kwamen de opnamen van het gelegenheidstrio Sonny Rollins, Ruud Jacobs en Han Bennnink uit 1967 boven water, tijdens digitalisering van aan het NJA gedoneerde banden. Hij heeft daarmee als een Ronde Tafel Ridder wèl zijn Heilige Graal gevonden!

Het zijn unieke opnamen die nu in het volle licht staan. Om ze uit te brengen was een samenwerkingsverband nodig van het Nederlands Jazz Archief met het Amerikaanse label Resonance. Een label dat gespecialiseerd is in het uitbrengen van schijnbaar verloren gegane of anderszins obscure live opnamen van Beroemde Grootheden in de Jazz.

Toen Ruud Jacobs de opnamen hoorde, merkte hij op dat hij wel wist dat hij toen goed speelde, “Maar zo goed, Nee.” En bij Sonny Rollins overtrof het ook de positieve herinneringen aan dit tourneetje door Holland. Michiel de Ruyter had het destijds in Arnhem over de mooiste Jazz gebeurtenis van de afgelopen 18 jaar! De man had toch echt heel veel meegemaakt op dat gebied! En Hans Dulfer tenslotte, meldde dat dit misschien wel het Beste Concert ooit was dat hij had meegemaakt.

Je wordt volledig van de sokken geblazen door de eerste tonen van het grote, donkerbruine geluid van de tenorsax van Sonny Rollins. Het is alsof de hemel helderblauw openbreekt nadat je de mistroostige Oostenrijkse Alpen doorgereden bent en de dalen zich verwijden naar het zonnige, mooi blauwe en heldergroene Italiaanse landschap. De eerste tonen van ‘Blue Room’ geven net zo’n euforische ervaring. Dat warme, volle geluid uit de tenorsax is overdonderend. Blijkt het ook nog eens op een van oorsprong Nederlandse tenorsax te te worden gespeeld: die van de Nederlandse tenorsaxofonist Jos van Heuverzwijn

Rollins proeft als het ware even het geluid van de tenor, terwijl hij wat licks en loopjes blaast, op weg naar het thema van ‘Blue Room’. Dan heel relaxed, komen de beide ritme mensen erbij en ontplooit het thema zich met een zekerheid, die als een warme douche over je heen sproeit. Zo moeten Han en Ruud het ook hebben gevoeld. Op zo’n moment word je als begeleider opgetild naar zijn niveau en begeleid je hem als zijns gelijke. 

De muziek op deze dubbel-cd is grofweg in drie hoofdstukken te verdelen: de nooit gebruikte vier stukken voor een radio-uitzending van de NCRV. Twee stukken die in de Go-Go club in Loosdrecht werden opgenomen, de thuishaven van Pim en Rita en het derde hoofdstuk de legendarische opname van dit trio in de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem, twee dagen ervoor. Daar traden de drie voor het eerst samen in de ring. Nooit samen gespeeld, laat staan geoefend en meteen voor de volle honderd procent een eenheid. Dat had Meneer Rollins nog niet meegemaakt! En hij vond het fantastisch. Meldde hij na het concert.

De iconische foto van het Arnhem concert, die we nog kennen uit het blad ‘Jazzwereld’

Voor iedereen die het vage geluid herinnert van de Sonny Rollins opname van ‘They Can’t Take that away’, zal met de ogen knipperen. Het geluid is behoorlijk verbeterd. Het is net of er wat dekens voor de microfoon zijn weggehaald. 

Natuurlijk kan je de muziek over je heen laten komen. Dat is sowieso een prachtig ruim twee uur durend feest om mee te maken. Je kunt ook langs prachtige weggetjes over deze dubbelaar zwerven: Zo kun je tot drie keer toe beluisteren hoe Rollins ‘Love Walked in’ aanpakt: Keurig voor de radio, in een kalm tempo met overtuiging gespeeld, of zoals in Loosdrecht, ruimschoots preluderend door allerlei motiefjes heen, om dan na zo’n drie minuten met zijn drieën het thema binnen te stormen. En tenslotte in Arnhem, waar hij ook zonder veel poespas, maar wel met duidelijk hoorbaar plezier, aan het thema begint en er dan als het ware stevig over begint te discussiëren, gaat onderzoeken wat er allemaal mee kan en hoe het moet.

Of, nog zo’n vergelijkend onderzoek: ‘Four’ staat er twee keer op. Een keer in de radiostudio. Lekker uptempo, mooi droog swingend, vol en ruimtelijk opgenomen. Rollins blaast het thema, werkt het uit en geeft al heel gauw het stokje over aan Jacobs, die uitgebreid soleert in zijn bekende gezwinde tempo, waarna Rollins met korte frasen Bennink langdurig achter de broek zit, die dat dan steeds weer van commentaar voorziet. 

Twee dagen eerder in Arnhem speelde hij ‘Four’ ook. Hier wordt dit thema in een razend tempo ter hand wordt genomen. De bas van Jacobs begeleidt dreunend op de tel. Rollins beukt zich met vaste hand door het thema en geeft er ongeëvenaard zijn visie op. Er zit in het begin, op 2:50 een rafeltje in de band, maar dat geeft niet in een uitvoering van ruim 22 minuten. De tenorist pakt motiefjes van het thema op allerlei manieren aan en omkleedt ze, zoekt naar andere benaderingen, ondertussen opgejaagd door de beide begeleiders. Op een gegeven moment neemt Jacobs ‘t heft in handen en laat langdurig horen, wat hij van ‘Four’ vindt. Waarna Han ook de ruimte neemt, in een soort vage vier om viertjes aangevuurd door de tenorist. Zijn echte solo wordt door hemzelf met kreten begeleid om het meer gewicht te geven. Als de tenor het weer overneemt, blijken ze achteraf pas halverwege de strijd. Ook al gaat Rollins dan even later op weg naar het eind. Hij stottert onderweg even, om weer op stoom te komen naar een nieuwe poging tot afsluiting. Vindt weer een nieuwe manier om het thema te interpreteren. En nog een keer, in zijn eentje. En steeds weer opnieuw, via een aanpalend themaatje, toch weer terug naar de basis. Het houdt niet op. Om tenslotte als hij in het eindspel te raakt, met een stukje van zijn geliefde Calypso, uiteindelijk toch al spelend bij de uitgang van de muziek te komen. De mensen die dat live hebben meegemaakt, zullen na afloop echt moeite hebben moeten doen om hun hoofd weer een beetje op orde te krijgen.

Sommige stukken hebben twee titels, omdat Rollins dan al gauw overgaat op de compositie waar hij dan echt mee aan de slag gaat. Dat is het geval bij ‘On Green Dolphin Street’ dat hij in ruim een halve minuut uitwerkt door op de hem bekende wijze een fragmentje uit het thema te blazen en dan daarover improviseert, een volgend fragmentje neemt, ook weer van pakweg 3 noten en daar dan ook heel even mee aan de gang gaat. Tot dat hij overgaat naar ‘There Will never be another You’. Waar hij datzelfde procedé toepast. Of hij gebruikt de tweede titel als het ware om daarmee de eerste rond te breien. Zoals met ‘Sonnymoon for two’, achter ‘They Can’t Take that away from me’ aan. Leuk om dat uit te zoeken. 

De bijna 90 minuten durende opname uit Arnhem heeft een mythische naam opgebouwd, in de afgelopen 53 jaar en voor de nieuwe luisteraar blijkt dat dat zeer terecht is. Blij toe dat dit nu voor iedereen toegankelijk is. Jochemsen heeft met deze cd dit verborgen pareltje aan de Gordel van Smaragd van Jaren-Zestig-schoonheden-in-de-Jazz prachtig opgepoetst en ‘aan den Volke’ geopenbaard. De officiële instanties kunnen nu maar losgaan met hun prijzen.

Er is in die tijd, de jaren zestig, namelijk veel schoons tot ons gekomen uit de opnamestudio’s van de VARA. Vaak met Meneer Bennink achter de trommels: Bij voorbeeld de Last Date opname van Eric Dolphy uit 1964, of een andere radio-opname van Michiel de Ruyter uit 1965 van Wes Montgomery en Clark Terry, toen met Pim en Ruud Jacobs en dan nu deze dubbelaar met Sonny Rollins uit 1967, opnieuw met Ruud Jacobs aan de bassnaren. Maar ook zonder Han is er veel moois uit Hilversum, nu studio 8, tevoorschijn gekomen: de Bill Evans opname uit 1969 die bij Resonance uitkwam onder de naam ‘Another Time’ als derde uur muziek op de plaat van het unieke, slechts een half jaar functionerende trio Evans, Gomez en DeJohnette. Ook deze laatste vondst werd met medewerking van dezelfde Frank Jochemsen bij het label ‘Resonance’ ondergebracht. 

Frank Jochemsen is nog lang niet oud. Hij mag zo nog jaren doorgaan.

Hier een omschrijving van de CD vanuit Resonance.

Rob Pronk – The Bebop Years – Studio sessions 1950-1957

Nederlands Jazz Arc hief 

Geschiedenis

Iedereen die een beetje op de hoogte is van de geschiedenis van de Nederlandse Jazz, weet dat in de Jaren vijftig van de vorige eeuw, de Nederlandse Jazz mondjesmaat op de plaat verscheen. De Legendarische Michiel de Ruiter heeft toen regelmatig gelobbyd bij Philips om dat voor elkaar te krijgen, maar met vage antwoorden als “Ja, Ja, nee, nee, komt nog wel eens.” Werd zijn streven voortdurend op de lange baan geschoven. Totdat hij van de musici hoorde dat de concurrerende platen maatschappij Bovema afspraken had gemaakt met de belangrijke Nederlandse Jazzgroepen voor plaatopnamen. Toen meldde hij aan Philips: “…dat het niet meer hoefde! Bovema deed het al.” Dat was tegen het zere been en in recordtijd maakte Philips opnamen en hun lp ‘Jazz Behind the Dikes’ lag ook nog een paar dagen eerder in de winkel dan ‘Jazz from Holland’ van Bovema. Michiel de Ruyter had zijn zin: De Nederlandse Jazz stond op de grammofoonplaat!

Alle lof daarvoor, maar één naam schitterde nagenoeg voortdurend door afwezigheid.  Die van Rob Pronk. En dat terwijl hij door de pers altijd als een van de belangrijkste Nederlandse Jazzmusici werd gezien. Hij was niet alleen pianist en trompettist, maar componeerde en arrangeerde ook! 

Op de uitgave van Bovema: vinden we twee opnamen van het Rob Pronk Trio. Terug te vinden op de al ruim 2 decennia niet meer verkrijgbare cd “Jazz from Holland” deel 6 in de serie “Terug naar toen” uit 1995. Pronk speelde ook mee op de twee opnamen van de Dutch All Stars, die toen ook werden opgenomen. Deze zijn alsnog in 2002 door het Nederlands Jazz Archief op cd gezet, op het nog verkrijgbare ‘Combo’s in Nederland, deel 2 (1950-’55)’. Op ‘Jazz Behind the Dikes III’ vinden we de naam Rob Pronk pas terug. Als groepslid van de Wessel Ilcken All Stars. Ze speelden onder andere ‘The Goofer’ van ene Robert Pronk.

Het Persoonlijk archief

Dankzij het feit dat het persoonlijk archief van Rob Pronk na zijn overlijden in 2012, bij het Nederlands Jazz Archief terecht is gekomen, vond de inventarisator daarin de opnamen die Rob Pronk in 1957 maakte voor de Wereldomroep. Voor ‘De Hollanders Overzee’. Die zijn nu compleet op cd gezet. Plus onder andere de opnamen van twee stukken op glasplaten uit 1950. Die kwamen ook uit Pronk’s archief. Daarop speelt het toenmalige Rob Pronk trio. Op een nummer zingt zijn zus Babes Pronk. 

Kortom deze cd is een behoorlijke aanvulling op de muzikale documentatie van Rob Pronk. Voor de volledigheid werden nog een paar nummers op de cd gezet, die in Stockholm werden opgenomen, omdat Rob Pronk daar achter de piano zat.

De Sessies

Er werden in 1957 drie sessies opgenomen met drie verschillende groepen, die ook heel verschillend klinken. Dat kwam deels doordat er een steeds kleinere groep achter de microfoons stond, maar ook omdat de muzikanten in de loop van die negen maanden steeds meer durfden en de lef kregen om zichzelf te zijn. 

Pronk speelt alleen trompet en Rob Madna is overal de pianist. Ook van hem is elke signaal de moeite waard. Niet alleen de gebroeders van Rooijen doen mee, naast Harry Verbeke en Toon van Vliet is het de moeite van het vermelden waard dat er een hele jonge Rudi Bink meeblaast.  Bovendien speelt er op elke sessie een andere bassist mee: Dick van der Capellen, Dick Bezemer of Ruud Jacobs! Vooral van de eerste is het bijzonder dat hij meespeelt. Van hem is uit deze tijd ook maar heel weinig muziek bekend.

Het lijkt wel of deze opnamen voor de Wereldomroep gemaakt zijn als aanvulling op de reeks die Philips maakte voor de ‘Jazz Behind the Dikes’ langspelers. Ze zijn er een noodzakelijke en prachtige aanvulling op. De sessies zijn niet chronologisch op de cd terecht gekomen. De laatste sessie komt eerst. Vervolgens de tweede sessie en uiteindelijk de eerste. 

Tijdens de eerste opnamesessiein januari, werden drie zelfgeschreven nummers opgenomen. Keurig op de 78-toeren lengte van 2 tot 3:30 minuten. Nog een beetje voorzichtig gespeeld, maar wel met drie trompetten en drie saxofoons. Rob Pronk, Jerry en Ack van Rooijen op trompet, Toon van Vliet en Rudi Brink speelden tenorsax en Harry Verbeke baritonsax. De ritmesectie bestond uit Rob Madna piano, Dick van der Capellen contrabas en Ruud Pronk drums. Stuk voor stuk legendarische namen uit de toenmalige moderne Nederlandse Jazz. 

Iedereen kreeg ruimte om te soleren. Want ja, dat is toch waarvoor je Jazz speelt: swingen en soleren. Het derde nummer was geschreven door Rob Pronk. Dat was tijdens deze sessie ook het enige nummer dat met meer lef in een lekker tempo werd gespeeld. 

De tweede sessie, September 1957, gaf een ander geluid: Toen klonken ze bijna Amerikaans vlot en lekker. Terwijl er “maar” twee trompetten en twee saxofonisten meespeelden. Rob Pronk zelf en Jerry van Rooijen op trompet. De tenorsaxofonisten waren Harry Verbeke en de toen nog maar 19 jaar oude Rudi Brink. Rob Madna zat achter de zwart-witte toetsen, Dick Bezemer was de zeer volwassen spelende bassist en Broer Ruud Pronk drumde. Hier speelden ze een stuk van Rob Pronk en een stuk of vijf standards uit het American Songbook. 

Het eigen nummer, ‘Four Roses’ werd zeg maar meer op een rustig zangtempo gespeeld en de standards wat sneller. Zelfs ‘Blue Monk’ werd iets sneller dan de originele opname van Monk gespeeld.  De klapper van deze sessie is ‘You Took Advantage of Me’. Hier klinkt de groep alsof het Amerikanen zijn die in Los Angeles werden opgenomen.

Bij de derde sessielijkt het wel alsof er niet meer zoveel geld was: Rob Pronk speelde trompet en altsaxofonist Herman Schoonderwalt stond naast hem. Hij zou 6 jaar later in 1963 de allereerste Wessel Ilcken prijs krijgen. Rob Madna was de pianist, Ruud Jacobs de negentienjarige bassist en Cees See de drummer. Een ander en veel belangrijker argument voor de juiste samenstelling van de groep hoor je in de muziek: die wordt veel volwassener en zelfverzekerder gespeeld. De muziek van deze sessie is ook veel persoonlijker van klank. Vandaar dat de cd ermee begint.

De Glasplaten

In 1950 heeft Pronk twee privé opnamen gemaakt op glasplaten. Daarop horen we Rob’s trio met Hans Tan contrabas en Jan Opgenhaeffen op drums. Op ‘I’ll remember April’ horen we de 19-jarige Babes Pronk zingen. Ook van haar zijn bijna geen opnamen bekend. Op de al eerdergenoemde ‘Royal Mixed’ cd zingt ze ‘Tea for Two’ bij het Flamingo Quintet in 1950.

De Zweedse opnamen

Deze zijn van augustus 1953. In die tijd speelden Rob Pronk en de gebroeders van Rooijen trompet in de Boyd Bachman-band. Deze toerde in Zweden en daar speelde ook de Stan Kentonband. Dus gingen de trompettisten natuurlijk luisteren. Voor plaatopnamen van enkele leden van de Kentonband zochten ze een pianist. Zodoende kwamen ze terecht bij Rob Pronk. Zo maakte hij in Stockholm zijn debuut op de plaat. Samen met de Kenton ritme tandem Don Bagley (bas) en Stan Levey (drums). Als blazers fungeerden op de eerste wee opnamen: Ake Persson, Frank Rosalino en Bob Burgess op trombone en op de andere twee Zoot Sims op tenorsax. Niet de minsten onder de Amerikaanse musici in die tijd. 

Bij de trombonisten speelt Pronk bij ‘Don’t Blame me’ een piano intro. Verder moet je diep in het geluid graven om de piano eruit te vissen. Achter Zoot Sims is de piano duidelijker te volgen. Ook bij ‘Rough chance on Love’ speelt de pianist ook een intro en is achter de tenorist goed te volgen.

Resumerend mag je wel stellen dat het Nederlands Jazz Archief met deze uit de archieven opgedoken opnamen opnieuw haar naam en bestaansrecht meer dan waar maakt. Zo wordt opnieuw voor iedereen een kostbaar stukje Nederlandse jazzgeschiedenis in het algemeen en van Rob Pronk in het bijzonder, toegankelijk gemaakt. 

Naschrift.

Rob Pronk verdween naar Duitsland, waar hij in het Kurt Edelhagen trompet speelde en al gauw ook ging schrijven en arrangeren. Dat werd dermate goed betaald, dat hij op latere leeftijd halfjaarlijks pendelde tussen Duitsland en Florida. 

Zijn Arrangementen en composities zijn met enige moeite nog wel te vinden. In dat verband mag wel worden genoemd dat het Metropole Orkest ruimschoots gebruik heeft gemaakt van zijn arrangementen en composities. Hij schreef er honderden.  Ook dirigeerde hij dit orkest op ettelijke cd’s.

In 1994 is op het obscure label ‘A la Bianca’ nog een cd verschenen ‘It Happened Yesterday’ met opnamen uit 1968 van het Rob Pronk Jazz-Orchestra, geproduceerd door Joop de Roo.  Deze cd kan worden gezien als deel een van een trilogie van drie Big Bandopnamen rond arrangementen van Rob Pronk en Jerry van Rooijen: deel 2: de Festival Big Band – ‘Explosive!’ Uit 1971, onder leiding van Jerry van Rooyen. Als derde cd geldt de opname uit 1973: ‘The Jerry van Rooijen Orchestra’ uit de reeks ‘Dutch Jazz Giants’. De box die door Point Entertainment op de markt kwam, nadat Mercury de box ‘Dutch Jazz Masters’ met 70 jaar Nederlandse Jazzgeschiedenis had uitgebracht. Met deze -toen nog LP – ’The Jerry van Rooijen Orchestra’ werd de trompettist Rick Kiefer gepresenteerd. Maar vooral geldt dat opnieuw Rob Pronk en Jerry van Rooijen de arrangeurs van de stukken waren. Dat maakte deze drie LP’s tot een drie-eenheid. 

Greetje Kauffeld’s ‘And Let the Music Play’ uit 1974 ook met arrangementen van Jerry van Rooyen en Rob Pronk maakt van de drie uitgaven een kwartet. ‘Explosive’ en ‘And Let the Music Play’ zijn nog te verkrijgen op het Berlijnse Sonorama Label. Joop de Roo, de producer van al dit moois, heeft die opnamen daar onder kunnen brengen, zodat ze opnieuw verkrijgbaar werden en nog zijn. 

  • Rob Pronk – The Bebop Years – Studio sessions 1950-1957 uitgebracht door het Nederlands Jazz Archief
  • Musici: 
  • – In 1957:
  • Rob Pronk, Jerry van Rooijen, Ack van Rooijen – trompet
  • Herman Schoonderwalt – altsax
  • Toon van Vliet, Ruud Brink – tenorsax
  • Harry Verbeke – tenorsax, bariton sax
  • Rob Madna – piano
  • Ruud Jacobs, Dick Bezemer, Dick van der Capellen – contrabas
  • Cees See, Ruud Pronk – drums
  • – In 1950:
  • Babes Pronk – zang
  • Rob Pronk – piano
  • Hans Tan – contrabas
  • Jan Opgenheaffen – drums
  • – In 1953:
  • Ake Persson, Frank Rosalino, Bob Burgess – trombone
  • Zoot Sims – tenorsax
  • Don Bagley – contrabas
  • Stan Levey – drums

Rita Reys – Collected

Rita Reys – zang
Wessel Ilcken -drums
Trio Pim Jacobs – Piano, bas, gitaar
en vele Nederlandse en Amerikaanse Artiesten.

Rita Reys is nog altijd een populaire zangeres. Al sinds jaar en dag komen er verzamel-cd’s van haar uit. Een vorig overzicht van het oeuvre van haar, ‘Songs of a Lifetime’ uit 2007 is niet meer te krijgen. Met dit nieuwe album heeft Universal in samenwerking met CNR music en Sony Music in deze leemte voorzien. Uit bijna elke plaat zijn wel een of twee nummers gekozen. Daarmee zijn de eerste twee cd’s gevuld.

Collected
Het overzicht bestrijkt de periode van 1955 tot aan haar opnamen uit 2004. ‘My Funny Valentine’ haar signaturesong, opent de reeks. Van hun ‘Trouw-elpee’, ‘Marriage in Jazz’, hieronder in zijn geheel te beluisteren, zijn ook twee stukken genomen. De meest actuele songs komen van de cd ‘Beautiful Love’. Deze is opgedragen aan haar overleden echtgenoot Pim Jacobs. Dat zijn: ‘I get along without you very well’ en ‘You’re my Everything’. Suggestieve titels die aangeven dat ze ondanks haar leeftijd en zonder hem, het toch goed redt.

Het accent van dit album ligt op zowel het jazzzingen als op mooie zang. Daar zat voor Rita geen verschil in. Haar muziek was altijd heel toegankelijk, ondanks dat ze de songs altijd naar haar stem boog: ze legde haar eigen nuances. Ze zorgde er wel altijd voor dat de song herkenbaar bleef. Haar zang was onverbrekelijk verbonden met het sierlijke en precieze begeleiden van ega Pim Jacobs. Daarnaast heeft ze ook veel met orkesten opgenomen. Uit die opnamen is een ruime keus gemaakt.

De derde cd
Deze werd gevuld met songs die destijds niet op een LP of Cd terecht waren gekomen. Onder andere op de singles uit de Jaren zestig van de vorige eeuw. Zo ook de vier opnamen, die exclusief op haar uitverkochte verzamelbox uit 2007 stonden. Die zijn nu ook weer beschikbaar.

De drie goed gevulde schijfjes vormen een mooie doorsnede van haar oeuvre. Voor hen die kennismaken met de muziek van Rita Reys is het een uitnodiging om op zoek te gaan naar de cd’s waarop de songs staan die hen nieuwsgierig maken. Doordat een frisse keuze is gemaakt, kun je de cd’s ook als zeer gewaardeerde achtergrond muziek inzetten.

Uitgebracht: Juli 2018
Label: Universal,
Prijs: €16,90

 

De Lp ‘Marriage in Jazz’ uit 1960.