Lucky Thompson – The Paris Small group Sessions 1956 – 1959

Oud Goud

Het Spaanse Label ‘Fresh Sound’ heeft alle opnamen van Lucky Thompson met kleine groepen in Parijs bij elkaar gezocht en in 2017 op vier volle cd’s uitgebracht. 74 Pareltjes van deze tenorsaxofonist

Wie houdt van bebop met een fijn Frans sausje, kan aan deze box veel plezier beleven. De ondergewaardeerde Amerikaanse tenorsaxofonist Lucky Thompson blijkt  in Frankrijk in de periode van 1956 tot in 1959 een heel oeuvre aan Standards en eigen composities bij elkaar te hebben opgenomen. Altijd met Franse musici, alleen de eerste sessie was zijn collega ex-patriot trompettist Emmett Berry erbij. Ook zo’n naam die je nagenoeg nooit tegenkomt. Kenny Clarke kwam september 1957 ook nog een keer langs. En hij heeft in 1957 met zijn quintet tijdens een complete opnamesessie, Sammy Price begeleid.

De precisering van ‘kleine groepen’ is wel noodzakelijk en het ziet er naar uit dat deze verzameling uitputtend is  voor wat betreft de kwartet- en quintet opnamen. Althans bij de Franse opnamen die ik van Lucky Thompson in de kast heb staan vind ik niets terug van deze box

Lucky Thompson was een van de eerste tenoristen die bebop speelde. Hij heeft nog enkele plaatopnamen gemaakt met Charlie Parker in 1946. een zelfbewuste tenorsaxofonist die zei waar het op stond, als hij vond dat hij niet goed behandeld werd door de labels en labeltjes. Daardoor kreeg hij in de V.S. geen poot meer aan de grond en vertrok in 1956 naar Frankrijk, om daar zijn geluk te beproeven. Daar werd hij als Amerikaans Jazz Musicus met open armen ontvangen en vrijwel meteen de opname studio’s in gesleept. De Franse drummer Gérard ‘Dave’ Pochonet was daar mede ‘schuldig’ aan. Voor de tenorist was het gelukzalig om zo in de watten te worden gelegd. De pianisten Henri Renaud of Martial Solal verdeelden de  opname sessies onder elkaar. Lijkt het wel. De Belgische bassist Benoit Quersin deed meestal mee, anders was Pierre Michelot wel van de partij en een heel enkele keer Gilbert Gassin of Jacques B. Hess. 

Zoals gezegd, de 74 stukken zijn voornamelijk Standards en soms werden er alleen eigen composities van Lucky Thompson opgenomen. Er zijn geen alternatieve takes bijgevoegd, zo die er zijn. De muziek is blijkbaar van de oude LP’s (25 en 30 cm) afgehaald. (Net zoals dat ook bij de Rita Reys verzameling van dit label ‘Fresh Sound’ het geval is.) Per opname vind je één tot acht stukken. In dat laatste geval was zanger-pianist Sammy Price de hoofdpersoon.

Het gaat te ver om alle achttien opname sessies na te lopen. Hij heeft in deze periode 22 eigen composities opgenomen. Duidelijk is wel dat ‘Lucky’ Thompson het in die tijd in Frankrijk zeer naar zijn zin had. Zo zou hij in 1956 met de big band van Dizzy Gillespie mee naar het Midden Oosten, maar zegde die trip na zijn eerste plaat opname af. Al gauw had hij meer opgenomen dan daarvoor in de V.S. In deze periode eind jaren Vijftig, is hij nog wel een paar keer naar de States geweest, maar kwam steeds weer terug naar Europa.

Hij heeft hier nog regelmatig kunnen spelen. Opnamen uit 1968 en 1969 in Rotterdam, Rome en Warschau  bewijzen dat. Daarna keerde hij definitief terug naar ‘The States’ en heeft nog enkele langspelers opgenomen en lesgegeven.  Daarna heeft hij vanaf halfweg de jaren ’70 de saxofoon niet meer aangeraakt. Hij vereenzaamde en kreeg langzaamaan de ziekte van Parkinson. Uiteindelijk werd hij begin jaren ’90 opgenomen in een verzorgingstehuis waar hij stierf. 

Lucky Thompson – Complete Parisian Small Group Sessions 1956 – 1959

www.freshsoundrecords.com

Mingus en het Metropole Orkest

Oud Goud (vernieuwd)

Charles Mingus’ muziek wordt nog steeds gespeeld, en hoe!

Veertig jaar geleden op 5 januari 1979 overleed Charles Mingus. Hij was bassist, componist, groepsleider, autobiograaf, pooier en een uiterst recalcitrant figuur. Hij wordt door de kenners in de Jazz in een adem genoemd met grootheden als Charlie Parker en Duke Ellington, zijn grote voorbeeld. In de jaren vijftig heeft hij verschillende keren een eigen label opgezet om zijn muziek en dat van musici die ook bij de gevestigde platenmaatschappijen geen kans kregen, uit te geven. Later onder het contract bij het label Columbia, kreeg hij voortdurend ruzie. Onder andere omdat hij de Gouverneur van Kansas in ‘Fables of Faubus’ voor rotte vis uitschold omdat die verbood zwarte studenten toe te laten  op z.g. ‘Witte’ scholen. Dat nummer heeft hij dan ook ongecensureerd, ook op zijn eigen labeltje opgenomen. Een andere keer nam hij voor een LP een nummer op dat hij al eerder op de plaat had gezet. Weliswaar onder een andere naam, “Want dat horen ze toch niet!” zei hij.

Zijn muziek wordt tot de dag van vandaag door een grote big band in New York levend gehouden, onder aanvoering van zijn weduwe Sue Mingus. Enkele jaren geleden kreeg die band nog een Grammy voor de cd  ‘Live at Jazz Standard’.
Ook in Nederland blijkt hij nog steeds populair. Het Metropole orkest heeft in 2009 in Amsterdam en Groningen concerten gegeven onder leiding van John Clayton, ter herinnering aan het feit dat de lp’s ‘Mingus Ah Um’ en ‘Mingus Dynasty’ in 1959 werden uitgebracht. Die waren speciaal voor deze gelegenheid voor het complete Metropole Orkest, dus inclusief strijkerssectie, gearrangeerd. Sue Mingus beleefde het als een Grote Gebeurtenis, omdat zijn stukken voor groot orkest waren gearrangeerd!
In 2011 werd bij het blad Jazzism een deel van dit concert op cd meegegeven. In 2012 werd het complete concert op het label BHM uitgebracht. Een groots monument voor deze bassist-componist.

In 2017 kreeg het Metropole orkest voor de vijfde keer op rij een uitnodiging om een van beroemde BBC Night of the Proms te verzorgen. De setlist van het ‘2009-concert’ werd uitgebreid met een aantal zangnummers van de Joni Mitchell cd ‘Mingus’. De laatste muziek waar aan Mingus heeft meegewerkt.
Speciaal voor dit concert werden enkele grootheden uitgenodigd om te komen soleren: de Amerikanen Shabaka Hutchings op basklarinet Leo Pellegrino op baritonsax, Christian Scott op trompet, zangeres Kandace Springs en uit de eigen gelederen op trombone: Bart van Lier. Toen werd het ‘2009’ concert uitgebreid met songs van de Joni Mitchell uitgave ‘Mingus’

Het hele concert kun je volgen op You Tube. Het is een twee uur durende sensatie van Mingus stukken gearrangeerd voor groot orkest. Een zeldzame belevenis. Je mist misschien de ambiance van die grote zaal, maar het feit dat je allemaal Mingus stukken voor je kiezen krijgt is werkelijk fantastisch. Het Orkest onder leiding van Jules Buckley steekt in glanzende vorm. Bart van Lier laat horen en zien hoe je op Mingusstukken improviseert en Leo Pellegrino doet daar op zijn beurt nog een schepje bovenop.

Als je onder het beeld op ‘meer weergeven drukt, vind je als eerste reactie de complete setlist, met precies aangegeven wanneer het volgende nummer begint. Een mooi ‘spoorboekje’. Zie de bijlage.

Bijlage:
Beneath the Underdog: Charles Mingus Revisited (Prom 53) – BBC Proms 2017

Bijlage 2, de Setlist:
Part 1:
00:00 Inleiding
04:05 Boogie Stop Shuffle with Shabaka Hutchings, Christian Scott, Bart van Lier. Arranged by John Clayton.
09:27 Celia with Christian Scott, Bart van Lier. Arranged by Outi Tarkiainen.
16:25 O. P. (Oscar Pettiford) with Christian Scott, Bart van Lier, Paul van der Feen. Arranged by Ilja Reijngoud. 26:47 I x Love with Christian Scott, Bart van Lier, Leo Pellegrino, Marc Schoken, Rik Mol. Arranged by Vladimir Nikolov.
35:17 Goodbye Pork Pie Hat with Peter Tiehuis, Bart van Lier. Arranged by Vladimir Nikolov.
42:10 II B.S. with Christian Scott, Leo Pellegrino, Bart van Lier. Arranged by John Clayton.
48:07 Weird Nightmare with Kandace Springs, Shabaka Hutchings. Arranged by Stefan Behrisch.
56:50 Gunslinging Bird with Bart van Lier, Leo Pellegrino. Arranged by Gil Goldstein.
1:04:39 Intermission
Part 2:
1:07:20 Fables of Faubus with Christian Scott, Shabaka Hutchings. Arranged by Tom Trapp.
1:17:34 Duke Ellington’s Sound of Love with Kandace Springs. Arranged by Laura Winkler.
1:25:07 Hora Decubitus with Shabaka Hutchings, Christian Scott, Bart van Lier. Arranged by Ilja Reijngoud.
1:31:29 God Must be a Boogie Man with Kandace Springs. Arranged by Vince Mendoza.
1:35:56 The Dry Cleaner from Des Moines with Kandace Springs, Marc Scholten. Arranged by Tim Davies.
1:39:46 Brasshouse with Leo Pellegrino, Martijn Vink.
1:42:46 Moanin’ with Leo Pellegrino. Arranged by Tom Trapp.
Encore:
1:50:24 Better Git It in Your Soul with Leo Pellegrino, Christian Scott, Shabaka Hutchings, Bart van Lier, Hans Vroomans. Arranged by Tom Trapp.

 

 

Carla’s Christmas Carols

Carla Bley – Carla’s Christmas Carols

Met Steve Swallow en het Ed Partyka Brass Quintet.

Wat ik nou een pracht van een kerstplaat vind is deze van Carla Bley, die al in 2009 werd uitgebracht. Zelf speelt ze piano en celesta en Steve Swallow bas en Klokkenspel. Ook heeft ze het koperkwintet van Ed Partyka uitgenodigd.

De songs zijn zodanig door Carla Bley gecomponeerd of gearrangeerd dat ze na verloop van tijd uit de rails lopen. Het is een feest hoe zij de muzikale zinnen hun eigen weg laat lopen. En toch klopt het fantastisch. Je moet alleen niet het origineel willen horen, want dan wordt je horendol. Kan je dat loslaten dan geniet je je wild van de onorthodoxe wijze waarop de akkoorden en lijnen net effe anders lopen.

Het begint meteen in ‘O Tannenbaum’. Al gauw krijg je kruisen en mollen te horen, die verwarring stichten.
En dan ‘The Christmas song’ van Mel Tormé. Je twijfelt of het nou wel goed is wat je hoort. Door de meerstemmigheid krijgt de melodie meer spanning. Je denkt: “Dat is vals!” En dat is het mooi niet. Een pracht manier om zo’n klassieker fris bloed te geven. De solisten worden zo uitgenodigd om hun eigen gang te gaan binnen de wegen die Bley heeft aangegeven. Daardoor wordt het bijna een nieuwe compositie. Maar toch komen ze als goede musici weer terug op het uitgangspunt.

In ‘Ring Christmas Bells’ hoor je de hedendaagse gewoonte om de akkoorden prikkelend uit te breiden. In ‘God Rest Ye Merry Gentlemen (part one en Two) wordt er door het koperkwintet  een boeiende oneven maatsoort (5/4) tegenaan gezet. Door die twist wordt je ook weer getriggerd. Deel een is voor het koperkwintet en in deel twee werkt Mevrouw Bley het thema voorbeeldig uit op de piano. Waarbij ze natuurlijk ook op de haar bekende wijze gaat improviseren, heerlijk. Dan komt het koperquintet er in, met de bas van Steve Swallow. Ze weven dan toch weer hun 5/4 maat er in. Allemaal in een prachtig arrangement van haar.

‘ It came upon a Christmas clear’ wordt in de beste Wynton Marsalis traditie uitgevoerd, maar ja. Carla Bley schrijft het toch weer haar kant op. En zo gaat het maar door.
Rest me nog te zeggen dat ook ‘Jingle Bells’ en ‘O Holy Night’ op het programma staat.
Nou geef ik nooit sterren, maar voor deze kerstplaat een uitzondering: Ik zie hier wel vijf sterren aan het firmament!

Carla Bley – Piano, Celesta
Steve Swallow – bas, klokkenspel
Het Ed Partyka Brass Quintet:
Tobias Weidinger – trompet, fluegelhorn (lead), klokkenspel
Axel Schlossser – trompet, Fluegelhorn (solo) Chimes
Christine Chapman – hoorn
Adrian Mears – trombone
Ed Partyka bastrombone, tuba

Opgenomen: 2008
Uitgebracht Oktober 2009
Label: Watt/35
Prijs: Niet meer in de handel.
Op Amazon.de zag nog een paar exemplaren.
Zo ook op Discogs.
Verder vanzelfsprekend als mp3

Art Blakey and the Jazz Messengers in Scheveningen

Art Blakey And the Jazz messengers Live in Scheveningen – fondamenta | Devialet

Art Blakey – drums
Lee Morgan – trompet
Benny Golson – tenor saxofoon
Bobby Timmons – piano
Jymie Merritt – contrabas

Dit is Hardbop op zijn best. Art Blakey is er zo ongeveer de uitvinder van. Zijn discografie is onmetelijk groot. Zeker eind jaren vijftig zijn er vele opnamen, officieel en illegaal uitgebracht. De muziek op deze nieuwste cd  met het live concert in Scheveningen is opgedoken in de VARA archieven bij Beeld en Geluid. Het bijzondere van deze uitgave is dat de praatjes van Blakey tussen de stukken door als aparte nummers zijn opgenomen. Dat verhoogt de sfeer even, maar op de cd zakt de spanningsboog van het concert wel in. Zijn aankondigingen met het herhaaldelijk melden dat zijn platen op Blue Note uitkomen zijn bedoeld als running gag, maar gaan gauw vervelen. Wie de gesproken teksten er uit wil halen, houdt ruim 72 van de  van de 80 minuten concert over.
De iconische groep
Deze ‘jaargang’ van de Messengers is iconisch, dank zij de composities van Benny Golson uit deze tijd. ‘Along Came Betty’, ‘Whisper Not’ en ‘I Remember Clifford’, zijn stukken die nog steeds overal op het repertoire staan.

Tijdens dit concert in de Haagse badplaats werd gewoon goed gespeeld. ‘Moanin’. ‘Along Came Betty’, ‘Evidence’, oftewel ‘Justice’ bij de band van Blakey, ‘I Remember Clifford’ ‘ Just by myself’ en ‘Whisper not’ stonden op het programma. Evenals de klassiekers ‘Now’s the Time’ van Charlie Parker en ‘Night in Tunesia’ van Dizzy Gillespie.

Lee Morgan is in vorm. Zijn solo Feature is ‘I Remember Clifford’, als herinnering aan zijn grote voorganger Clifford Brown.  In Morgan’s solo in ‘Just by myself’ zit een klein rafeltje in de opname techniek. Benny Golson gorgelt heerlijk in zijn eigen ‘Whisper not’. Boby Timmons soleert in ‘Moanin’ en Blakey zelf raast door ‘Night in Tunesia’. Bassist Jymie Merrit, door Blakey voorgesteld als ‘The Workhorse of our new Organisation’, wijst de band, ‘solid as a rock’ de weg door de stukken.
Uniek?
Voor de bezitters van de lp/cd ‘Moanin’ is het wel degelijk de moeite waard om van deze nieuwe cd werk te maken. Op ‘Scheveningen’ staan slechts twee stukken die ook op ‘Moanin’ staan. Wie de Parijse Live-cd heeft, krijgt met deze nieuw uitgekomen dubbelaar drie nieuwe stukken.

 

Opgenomen 29 november 1958 in Scheveningen
uitgebracht: Fondamenta | Devialet
verkrijgbaar a €22,95 bij: Challenge-New Arts

 

Frans Vermeerssen Quintet: One for Rahsaan

OUD GOUD

De Concerten van Reeds & Deeds dit seizoen, geven mooi de gelegenheid om Frans Vermeerssens ‘One for Rahsaan’ uit de kast te trekken en weer eens op te zetten. Het is zijn eerste eerbewijs aan de muziek van Roland Kirk. Het was 13 januari 1995 en in het Bimhuis werd het concert van het Frans Vermeerssen Quintet opgenomen. Vermeerssen was voor die tijd actief in Groningen. Onder andere met zijn ‘All Ears’. Hij heeft daarna jarenlang in Michiel Braam’s Bik Bent Braam gespeeld en bij de Contraband van Willem van Manen. Hij richtte zijn eigen band ‘The Talking Cows’ waarmee hij drie cd’s maakte. Hier in Friesland werkt hij al jaren met het Fries Project. Met hen beweegt hij zich door een breed palet van de populaire muziek zoals Soul, Jazz en tango.
Het Trio Braam-DeJoode-Vatcher als ritmesectie, is een motor. Die houd je onherroepelijk op de rails en is tevens niet te beroerd om lekker verwarrend te stoken. Het zijn drie verstokte improvisatoren die met veel discipline samen muziek maken. De Amerikaanse Cellist Paul Stouthamer vulde het kwartet aan.
Het begint direct voortvarend met ‘Many Blessings’. Met de gedreven bas van Wilbert de Joode achter je kom je vlot in de vierde versnelling. Vermeerssen heeft daar geen moeite mee en speelt even intens het thema. Na de solo van Paul Stouthamer, krijgen we een samenspel van Michiel Braam en Wilbert de Joode. Eigenlijk blijft de pianist voor zijn doen hier heel bescheiden bezig.

– Bekoorlijke blues

Roland Kirk heeft in zijn composities driftig gebruik gemaakt van de Blues. Daardoor zijn z’n composities vaak heel eenvoudig. Door de herhaling zijn ze bekoorlijk. De muzikant, solist moet zijn mogelijkheden zelf uitbreiden.
De wat chaotische manier van spelen van Roland Kirk wordt door het kwintet duidelijk niet gevolgd. Ze voeren zijn composities strak uit. Ze krijgen van de vijf een fikse lift naar de muzikale verworvenheden van 1995. Het stempel dat de ritmesectie met Michiel Braam, Wilbert de Joode en Michael Vatcher op de muziek legt is onmiskenbaar. Vatcher en De Joode stuwen dat het een aard is. Frans Vermeerssen laat zich door hen heerlijk voortjagen en zo bouwen ze de spanningsboog op en houden hem in stand. Braam soleert op zijn bekende niets ontziende manier van spelen.
Doordat er slechts op een saxofoon tegelijk wordt geblazen, wordt het spel beweeglijker dan bij Roland Kirk zelf. Het is daardoor ook interessanter. Een waardevol document.

Frans Vermeerssen – tenorsax en sopraansax
Paul Stouthamer – Cello
Michiel Braam – Piano
Wilbert de Joode Contrabas
Michael Vatcher – Drums

Opgenomen: Live in het Bimhuis Amsterdam op 13 november 1995
Op Arecords.
Nog bij de concerten van Reeds & Deeds verkrijgbaar. Zolang de voorraad strekt

John Coltrane – 5 original Albums

Dakar

Cecil Payne, Pepper Adams – baritonsax
Mal Waldron – piano
Doug Watkins – bas
Art Taylor – drums

Lush Life

Donald Byrd – trompet
Earl May, Red Garland – bas
Art Taylor, Louis Hayes, Al Heath – drums

Soultrane

Red Garland – piano
Paul Chambers – bas
Art Taylor – drums

Bahia

Wilbur Hardin – trompet
Red Garland – piano
Paul Chambers – bas
Art TaylorJimmy Cobb – drums

The Last Trane

Donald Byrd – Trompet
Red Garland – piano
Paul Chambers, Earl May – bas
Louis Hayes, Art Taylor – drums

John Coltrane werd 23 september 1926 geboren en op 17 juli 1967 overleed hij. Ruim veertig jaar oud. Eigenlijk is hij netto slechts een periode van twaalf jaar daadwerkelijk ontwikkelend in de Jazz bezig geweest.

Universal heeft in 2016 een set van vijf albums van John Coltrane uitgebracht uit de Prestige tijd onder de naam ‘5 original Albums’. De opnamen stammen uit de periode maart 1957 – december 1958. Uit de recordings die Coltrane in die tijd maakte voor Prestige zijn nog 13 albums met muziek van  hem samengesteld. In deze periode bij Prestige werden nog veel meer platen opgenomen waar Coltrane als sideman aan deelnam. Een drukke tijd dus voor de tenorist.

De opnamen voor deze vijf cd’s bij Prestige speelden zich voor een deel af rond de tijd dat Coltrane eind april 1957 uit het kwintet van Miles was gezet omdat hij van de Heroïne af moest: zijn onaangepaste gedrag was niet meer om te harden. Aangezien hij toch al bezig was met afkicken, was dit ontslag de laatste stimulans om–cold turkey- met deze drug te stoppen. Vanaf dat moment won hij dat gevecht tegen de verslaving. Zijn hele constitutie werd steeds beter. Niet in de laatste plaats zijn muziek. Deze vijf LP’s zijn in die overgangstijd opgenomen.
Red Garland (piano), Paul Chambers (bas) en Art Taylor (drums) speelden op bijna alle opnamen in de ritmesectie. Op de oudste opnamen, van Dakar, spelen Mal Waldron, Doug Watkins en Art Taylor achter de saxofonist.
De Dakar opnamen blijken nog van voor eind april 1957 te zijn en komen verhalend over: veelal melodieus en met veel gevoel voor de Blues. Hier doen ook de baritonsaxofonisten Pepper Adams en Cecil Payne aan mee. Deze beide knorrepotten kleuren de muziek van Coltrane mooi in.

Op de andere LP’s  hoor je dat hij steeds gedurfder speelt. Hier hoor je de ‘Sheets of Sounds’ terug. Coltrane legde dat uit met de opmerking dat hij elk akkoord in zijn geheel wilde spelen. Daarvoor moest hij dan soms 5 of 7 noten spelen waar 2 of 4 noten normaal is. Daardoor lijkt het alsof hij zich letterlijk door de noten rolt, om er maar zoveel mogelijk mee te nemen. Als je dat weet, herken je dat bijvoorbeeld in ‘Slo Blues’ op Lush Life.

De hoezen van Lush Life en Soultrane brachten me terug in de tijd: die staarden me altijd aan in winkels en (jazz-)tijdschriften in de jaren zestig. Nu heb ik ze dan toch keer. En ik mag wel zeggen: Lush Life had wel eerder in huis mogen komen. De muziek op deze cd houdt het midden tussen prachtige ballads met als slot een mid-tempo ‘I Hear a Rhapsody’ In de Billy Strayhorn compositie ‘Lush Life’ wordt Coltrane door Paul Chambers met gestreken bas en door Red Garland op de piano breed begeleid. Als Coltrane na het bewandelen van de compositie zijn visie op het werk van Strayhorn laat horen, komt Louis Hayes op drums erbij. Voor Red Garland moet het een feest geweest zijn om zijn visie op ‘Lush Life’ te laten horen. Uiteindelijk mag ook Donald Byrd soleren. Met krap veertien minuten is dit het leeuwendeel van kant twee en niet voor niets het titelnummer. Op kant een heeft Coltrane ‘slechts’ bas en drums tot zijn beschikking. Daardoor kan hij volop schitteren boven de stadig geplukte bas van Earl May en het stimulerende drumwerk van Art Taylor.

Soultrane  blijkt ook een heel toegankelijke plaat te zijn, waarvan het slotnummer als een fury wordt gespeeld. Terwijl dat –‘Russian Lullaby’- geschreven is als een slaapliedje. ‘Good Bait’ van Tadd Dameron, het openingsnummer, wordt net zoals ‘Theme for Ernie’ in een rustig tempo gespeeld.
In Bahia hoor je ook dat hij zich meer toelegt op het spelen van de complete akkoorden, de zogenaamde Sheets of Sound.  In ‘Goldsboro Express’ deed hij dat net zo snel als die Express reed.
De Lp’s zijn destijds in de loop van de tijd uitgebracht, Daarbij hebben ze de chronologie niet echt in het oog gehouden.  ‘The Last Trane’ kwam als ‘nakomertje’ achteraan, in plaats als derde, chronologisch de juiste plek. De titel ‘The Last Trane’ is suggestief: Het is niet zozeer zijn laatste opname ooit, maar het is de plaat die Prestige in 1966 uitbracht met de laatste van de Coltrane-opnamen die ze nog in hun kluizen hadden liggen.

Opgenomen in: Hackensack, New Jersey bij Rudy van Gelder
TitelOpnamenUitgebracht in
Dakar 12 maart 1957, 20 april 19571963
Lush Life31 mei 1957, 10 januari 19581961
The Last Trane16 augustus 1957, 26 maart 19581966
Soultrane7 februari 19581958
Bahia 11 juli 1958, 26 december 19581965
Label:Prestige, Universal Music

Prijs van de box: vanaf €17,-

Terzijde 1
In de periode dat deze LP’s werden opgenomen, kreeg Coltrane ook beter contact met Thelonious Monk. In het voorjaar van 1957 nam hij in eerste instantie de tijd om de stukken van Monk, bij de pianist thuis, in te studeren. Puur uit nieuwsgierigheid. Toen hij in Augustus 1957 de kans kreeg om in het kwartet van Monk mee te spelen, was dat helemaal een kolfje naar zijn hand. Daarvan hebben we de cd ‘Live at the Five Spot’ aan overgehouden. Een opname die Naima Coltrane met slechts een microfoon van dit kwartet maakte. Mooier van klank en productie is de in 2007 teruggevonden band van een Live opname voor een charitatief concert in de Carnegie Hall op 29 november 1957. Coltrane en Monk laten dan een staaltje wonderschone muziek horen.

Terzijde 2
Nog een bijzonderheid is dat in deze tijdsspanne ook de lp Blue Train bij Blue Note werd opgenomen. Coltrane had een mondelinge afspraak met Blue Note lopen dat hij nog eens een LP bij hen zou  opnemen. Dat werd dus Blue Train. Dit is een van de beroemdste platen van Coltrane geworden. Met complexere muziek dan op de Prestige platen staat. Dat komt waarschijnlijk omdat er bij Blue Note altijd tijd om te oefenen werd gegeven. Daardoor konden arrangementen worden uitgewerkt en ingeoefend. Dat geeft ook het verschil aan met de Prestige opname filosofie: niet te veeleisend zijn en als de muzikant het oké vond, werd er niet meer opnieuw gespeeld.

Terzijde 3
In 1960 pas kregen we hier in Europa plotseling te horen waarmee Coltrane toen mee bezig was. Toen kwam hij met het Miles Davis Quintet mee naar Europa en deed tijdens de concerten zijn eigen ding. Die onderzoekingen in wat allemaal kon, kwamen schockerend over. En werden veelal niet door iedereen op juiste waarde geschat. In diezelfde tijd zat de Jazz in zijn geheel in een overgangsfase van Hardbop naar de Free Jazz. Coltrane bij Miles was hier in Europa een van de eerste signalen van wat er in de V.S. gaande was op Jazzgebied.

Terzijde 4
In zijn Discografie op: https://www.jazzdisco.org/john-coltrane/catalog/ kun je precies nagaan aan welke opnamesessies Coltrane deelnam en op welke platen Coltrane (mee-) speelde.