Moon Trio – Monochromes.

Monochromes: eenkleurige schilderijen. Dan denk ik aan de overleden Friese kunstenaar Harmen Abma uit Hilaard. Hij was lid van de ’bende van de Blauwe Hand’ Een groep revolutionaire Friese kunstenaars in de jaren Zestig van de vorige eeuw. Hij heeft in de jaren Zeventig nog werk ingeleverd voor de Beeldende Kunstenaars Regeling, een soort bijstandsregeling voor kunstenaars in die tijd, waarvoor ze wèl kunst in moesten leveren. Hij leverde toen onder meer schilderijen in, waar op hij met een potlood heel gedisciplineerd strepen trok. Afhankelijk van de hardheid/zachtheid van de stift kon je zien hoe die strepen dikker werden en hoe vaak hij de punt moest slijpen. Als er iets monochroom is, dan is dat het wel.

Jeroen van Vliet heeft voor de omslag van de cd een zwart-wit foto gebruikt en die twaalf keer afgedrukt, met verschillende belichtingen en ontwikkeltijden. Daardoor krijg je twaalf keer een ander beeld van hetzelfde vergezicht. Ook het boekje bij de vorige cd van het Moon Trio was al in zwart-wit uitgevoerd. Met ‘Monochromes’ is hij in deze gedachtegang doorgegroeid. Of ontwikkeld om in stijl te blijven.

Het trio gaat niet zover, dat je ook 13 keer hetzelfde stuk krijgt voorgeschoteld met net even andere accentuering. Althans, mijn muzikaal-theoretische kennis gaat niet zover dat ik in de stukken dezelfde uitgangspunten herken. Daarvoor is hij ook te veelzijdig en ook de beide kompanen zijn te veel op improvisatie ingesteld, om voortdurend hetzelfde te willen doen. 

Wat wel een overkoepelende overeenkomst is, is het filosofische dat uit de muziek naar voren komt. Je bent geneigd te denken dat hij telkens hetzelfde probleem op een andere wijze benadert. Of anders, de stukken zijn moment opnamen tijdens een reis waarbij niet zozeer het zicht, maar de manier waarop ernaar gekeken wordt, anders is. 

Telkens klinkt verbazing en bewondering uit de muziek en word je zelf ook gegrepen door de intimiteit die Van Vliet in zijn muziek legt. Dan is een mug, of vlieg, die hij door zijn zomerliedje ‘Simmer’ laat dansen uiterst irritant, maar geeft de sfeer van de zomer wel mooi weer. Nou hebben wij in huis alles afgesloten met horren, waardoor die vlieg voor mij dubbel irritant is! Bij ‘Nassau’ komt die zoemtoon nog een keer terug, of dat met meningsvorming heeft te maken mag de luisteraar zelf beoordelen.

Zeker is dat de stukken elk in hun trage rust een weldadige warmte suggereren. Een ervaring die altijd al uit zijn eigen muziek opstijgt. Wat dat aangaat is hij een musicus die zich qua muziek wel thuis zou kunnen voelen in de ECM stal.  Of hij de invloed van de Manfred Eicher zou accepteren, waag ik te betwijfelen. Jeroen van Vliet is voor zijn eigen muziek te veel een zelfstandige persoonlijkheid. 

Philipp Rüttgers – Twists of H.C. Andersen’s Untaped Fairy Tales

Philipp Rüttgers is de pianist-componist die in 2018 van het North Sea Jazz Festival de compositie opdracht kreeg. Daarvoor dook hij terug in zijn jeugd in het voormalige Oost Duitsland, toen hij de sprookjes van Hans Christiaan Andersen kreeg voorgelezen. Toen hij ze teruglas, ontdekte hij de diepere lagen in de sprookjes en stoelde daarop zijn composities. Bovendien heeft hij ook het geluid van Nina Hagen, de Punkers, Communes en de Tsjernobyl ramp in zijn composities verwerkt.
Hij schreef ze voor een onorthodox bezetting bestaande uit zang, piano, altviool, cello en slagwerk. Oene van Geel kan etherisch mooi en heel gemeen op zijn altviool spelen. Heidi Heidelberg kan met haar sopraan onnavolgbaar hoog en scherp klinken en ook intiem persoonlijk. De Cello van Jörg Brinkmann ken je eigenlijk alleen als passend mooi maar blijkt hier ook een agressieve rol te vervullen!.
De sprookjes die Rüttgers als uitgangspunt nam, zijn verhalen die gaan over het onoverbrugbare standsverschil en van de daaraan verbonden onvervulbare liefde. Daardoor is de muziek niet altijd even verkwikkend, maar wordt wel degelijk passend bij die thema’s uitgewerkt.

In ‘Sweethearts’ ontaardt de muziek na de inleiding in woest en weerspannig. In zijn solo pakt Jörg Brinkmann schitterend uit. Hij vertaalt de woede over de hindernis van het standsverschil met onverwachte felheid. En vervolgens komt die woede terug in de solo van de piano.
Het is boeiend om in ‘De keizer en de nachtegaal’ het verloop van het verhaal mee te maken. Je hoort hoe de nachtegaal van het hof wordt verbannen maar uiteindelijk de keizer weer tot leven wekt. De Altviool van Oene van Geel vervult hier in eerste instantie de hoofdrol.
In ‘The Mermaid’ klinkt de voorzichtige tederheid van de machteloosheid van onbeantwoorde liefde van de zeemeermin door in het samenspel van piano, altviool en cello. In She’s good for Nothing, wordt opnieuw met kracht het standsverschil tussen gelieven uitgewerkt. En opnieuw is de cello van Brinkmann het hoofdinstrument dat de kloof verklankt. In haar knetterend gezongen tekst vertelt Heidi Heidelberg de essentie van het sprookje van Andersen en het geheel ontaardt in een woede explosie. Zo wordt duidelijk dat deze 19e eeuwse handelswijze niet meer van deze tijd is. ‘Mirror of the Wicked’ is de feature voor de drummer.
Tenslotte geven de tekeningen in het tekstblad een sprookjesachtige sfeer weer, waar allerlei eigentijdse zaken vervreemdend in werken.

Philipp Rüttgers – Twists of H.C. Andersen’s Untaped Fairy Tales
Zennez

Philipp Rüttgers – Piano, Microphonic Soundbox
Heidi Heidelberg – zang, gitaar
Oene van Geel – Quintone (vijfsnarige altviool), zang
Jörg Brinkmann – Cello
Mark Schilders – drums, fx