Rein de Graaff Trio en Alto Madness

 

Pianist Rein de Graaff op 8 maart 2019 tijdens zijn afscheidsconcert bij Hothouse Redbad in Leeuwarden. Foto Willem de Rhoter

 

De drie Altsaxofonisten die bij het Rein de Graaff Trio speelden. van Links naar rechts: (drummer Eric Ineke) Benjamin Herman, Maarten Hogerhuis en Tineke Postma. Foto Willem de Rhoter.
Het Trio Rein de Graafff met de drie altsaxofonisten, van links naar rechts: pianist Rein de Graaff, altsaxofonist Benjamin Herman, bassist Marius Beets, altist Maarten Hogerhuis, drummer Eric Ineke en saxofoniste Tineke Postma. Foto Willem de Rhoter.

 

Rein de Graaff stopt er mee.

Al sinds mensen heugenis draait Rein de Graaff in het Nederlandse Jazz Circus mee als beboppianist van de hoogste rang. De Bebop is zijn grote liefde en dat speelt hij altijd. Behalve enige tijd in de jaren zeventig, toen hij samen met Dick Vennik modern ging spelen in de geest van John Coltrane. Daar kwam hij al gauw van terug, omdat hij veel liever strikt Bebop wilde spelen.
Dit jaar stopt de grootste amateur (=liefhebber!) onder de Jazz Professionals.
Rein de Graaff staat in de V.S. bekend als de ideale begeleider in Europa. Zodoende heeft hij door de jaren met tientallen Amerikaanse saxofonisten en trompettisten gespeeld. Niet in de laatst plaats doordat hij heel veel Jazzcontacten in de V.S. had. Door zijn zorg en aandacht voor het welzijn van de vaak aan drugs en/of alcohol verslaafde musici, creëerde hij een veilige omgeving voor hen. Ook dank zij de grondige kennis van de te spelen stukken bij het Rein de Graaff trio kregen de Amerikanen de ruimte om veel geïnspireerder te spelen.
In eerste instantie had hij in de jaren Zestig een kwartet met Dick Vennik op tenorsax en fluit.  Eerst met Pierre Courbois achter het drumstel, vanaf eind jaren zestig Eric Ineke. Henk Haverhoek was de bassist. Later had hij een vast trio om gastsolisten te begeleiden. Eerst met Koos Serierse de bassist en nadat Koos met pensioen ging, stond Marius Beets achter de contrabas. Eric Ineke was altijd van de partij.

Rein werd in Nederland echt bekend, door de stoomcursussen Bebop die hij van 1987 tot in 1995 gaf. Voor die concerten wist hij elke keer weer bekende en onbekende, oude en jonge Amerikaanse musici te strikken, die met hem optraden. Vandaar dat in die tijd bij Timeless Records veel cd’s van hem verschenen onder de naam van die Amerikaanse solisten. Dat hij als initiatiefnemer de bandleider zou zijn, vond hij blijkbaar niet interessant. Voorbeelden van die cd’s zijn: ‘Tenor Conclave’ uit 1992 met Teddy Edwards, Buck Hill en Von Freeman, ‘Thinking of You’ uit 1993, met Conte Candoli en Bob Cooper en ‘Baritone Explosions’ uit 1994 en met Ronnie Cuber en Nick Bregnola. De contacten met al die musici bouwde hij al op vanaf de jaren zestig, toen hij op ‘Bedevaart‘ ging naar New York. Daar ontmoette hij vele musici en speelde met ze.

Zomaar een paar cd’s.
New York Jazz
Toen hij in 1979 van zijn platenbaas Wim Wigt de gelegenheid kreeg om een plaat opname in New York te maken, wist hij de ‘oude getrouwe’ ritmesectie Sam Jones op bas en Louis Hayes op drums te strikken en als blazers de jonge honden Tom Harrell op trompet en Ronnie Cuber op baritonsaxofoon. Dat werd wat je noemt een ‘blowing session’ De cd staat dan ook in New York trouw in de schappen en wordt nog steeds verkocht!
Vanaf de eerste maat van het openingsnummer ‘Fifty Six’ van Johnnie Griffin jaagt Ronnie Cuber door de akkoorden. Zo hoort dat bij een stuk van de hand van de om zijn snelheid van spelen gevreesde Griffin. Tijdens zijn solo bedient de pianist hem met akkoorden, zodat Cuber nog wel weet waar hij is. Tom Harrell zet vervolgens een bedachtzame intro in, maar verzeilt algauw ook in het snelle tempo dat ze spelen. ‘A Monk’s Dream’, ook van Johnnie Griffin, spelen ze meer in een rustiger, Monkiaans tempo. De Bud Powellcompositie ‘Wail’ heeft weer een uitdagend snel tempo. In Rein de Graaff’s compositie ‘81st and 1st’ wordt ook weer met een halsbrekend tempo genomen. Bij elkaar een zeer geslaagde opname die zich terecht in de belangstelling van bop liefhebbers mag verheugen. “Dit is wel een Ruige Plaat hoor!” meldde Rein 8 maart in Leeuwarden zelf over deze opname.

Nostalgia
Een andere bijzondere cd is Nostalgia. Daarop vind je opnamen van drie verschillende sessies: Enkele stukken met het Metropole orkest uit 1992, twee duo stukken met Barry Harris uit 1991 –met Koos Serierse en Eric Ineke in de begeleiding en vier Cool stukken uit 1994, in de traditie van Lee Konitz en Warne Marsh, maar dan met Gary Forster en Marco Kegel op altsax. In die drie verschillende disciplines hoor je de veelzijdigheid van de pianist uit Veendam.
Met het Metropole speelt Rein vooral mooi en sierlijk. Dat past wel bij dit orkest. Samen met Barry Harris raast hij als een bezetene door Au Privave en in een rustiger tempo wordt Nostalgia mooi uitgewerkt. Deze opname is gemaakt in Groningen in 1991.
In die tijd maakte ik ze bij de opening van het Middelsee Jazztreffen in Leeuwarden ook mee ze als een echt duo. Een adembenemende gebeurtenis die slechts door twee luisteraars werd bijgewoond. Dat hadden de beide kemphanen geen oog voor, zo druk hadden ze het met elkaar. De adembenemende tempi die ze daar tegen elkaar opzetten, gaf beide pianisten duidelijk ontzettend veel plezier. Zelfs voor mijn verbijsterde oren was het duidelijk dat die ‘Hollandse Kaaskop’ niet onderdeed voor de in de bebop gedrenkte Barry Harris. Na afloop waren ze beide uiterst tevreden over de ‘strijd’ die ze hadden gestreden.
In de laatste serie stukken op de cd ‘Nostalgia’ spelen Gary Forster en de Nederlandse Marco Kegel mee. Zij geven een stijlvast voorbeeld hoe Cool Jazz in de traditie van Lennie Tristano moet klinken. Een feest voor liefhebbers van fijnzinnig weefwerk van twee blazers.

Afscheid
Van de afgelopen zestig jaar heeft Rein er twintig samen met Marius Beets en Eric Ineke op alle podia in Nederland en op vele in Europa gespeeld. Altijd met Nederlandse solisten en vaker nog met Amerikaanse blazers. Dat gebeurde tijdens door hem zelf of door Wim Wigt georganiseerde tournees in binnen- en buitenland. Daarbij meldde hij dan trots dat ze tijdens het concert ‘echte Jazz’ zouden horen. Bebop dus van de bovenste plank. Alhoewel er ook wel eens een solist tussen te vinden was als de tenorist Doug Webb, die het presteerde om met ‘Impressions’ van John Coltrane aan te komen en de zaal volkomen plat te spelen. Dat kon ook Bij Rein de Graaff.

Als reden van zijn afscheid van de podia geeft hij aan dat het organiseren van de tournees hem teveel moeite ging kosten. De leeftijd van 76 gaat ook meespelen.
Voor de liefhebbers van zijn ‘echte Jazz’ is het jammer dat deze integere en bescheiden muzikant van de podia verdwijnt.

Keith Jarrett – After the Fall

Het 35-jarige trio Keith Jarrett, Gary Peacock en Jack DeJohnette  heeft dit voorjaar weer een cd bij ECM uitgebracht. Even gauw geteld is dit de 23e uitgave. Elke willekeurige groep zou trots zijn op zo’n hoeveelheid platen en cd’s. Voor Jarrett is het ‘slechts’ een deel van zijn productie. Hij speelt solo, heeft klassieke cd’s, werkt(-e) met zijn Europese kwartet en dan ook nog met een Amerikaanse groep. Het houdt niet op met deze man. Er wordt gefluisterd dat hij al 80 cd’s op zijn naam heeft staan.

Toch maar eens oefenen?
Bij deze opname in 1998 was de pianist aan het genezen van een chronisch vermoeidheidssyndroom. Daarom wilde hij na vijftien jaar optreden, voor de eerste keer een oefensessie houden. Om te weten te komen of hij al een concert aankon. De pianist stelde voorzichtigheidshalve dat het trio zich beperkte tot bebopstukken, omdat die het dichtst bij hem lagen en ‘dus het minst vermoeiend’ zouden zijn. Terwijl die Jazzrichting toch zo’n complexe vorm van musiceren is. Die oefensessie lukte redelijk dus organiseerden ze een concert in de dichtstbijzijnde concerthal: in Newark New Jersey. Dit concert staat op deze cd.

Hoog niveau en organisch samenspel
Het blijft onwaarschijnlijk hoe deze drie bijna zonder voorbereiding elke keer weer op zo’n hoog en aangenaam niveau samenspelen. Het is voor de nauwkeurige luisteraar een genoegen om de creativiteit van Jarrett te volgen en tegelijkertijd kan je het ook gebruiken als achtergrondmuziek van hoog niveau. Ondanks zijn soms verbaasde gekreun in de geest van : ‘Wat heb ik nou weer voor moois gemaakt.’ Je kunt het natuurlijk ook zien als een opmaat naar de volgende stap in zijn spel.
Het meest bekende stuk op de cd is ‘Autumn Leaves’. Als je volgt wat hij precies doet tijdens zijn solo, blijft het thema in je hoofd resoneren. En hij parafraseert maar door in een rustig tempo. Zo gaat het met al die stukken: Scrapple from the Apple’, ‘Old Folks’. Het zijn bekende vehikels die hij uit en te na kent.
Als Gary Peacock na krap zeven minuten de solo overneemt, plukt hij in een fors tempo de ene chorus na de andere en ook hij bewaart de sfeer van de song. Op een gegeven moment groeit het trio naar vrijer en gezamenlijk improviseren over de herfstbladeren. Weken de heren toch af van de stelregel voor dit concert: alleen Bebop. Een prachtig voorbeeld van hun werk.

Fris en als nieuw
Op de tweede cd begint het trio met een hele opgewekte versie van ‘Bouncing with Bud’. Dat doet hij helder en duidelijk. Een heerlijke uitvoering.
Tegen het eind van concert ging de pianist even op de populaire toer: Het was 14 november en ‘Santa Claus’ mocht wel weer eens van stal worden gehaald om ‘naar de stad te komen’. De kerstsong werd omgetoverd tot een groovy en bouncing stuk muziek. Naar verhouding rockt het er over. Het modernere ‘Moment Notice’ van Coltrane werd daarna misschien als een soort compensatie ingezet, maar het parelt ondertussen wel naar hoger sferen.
Al met al opnieuw een veelzijdige cd van dit trio, die altijd kan en overal goed past.

Opname plaats: New Jersey Performing Arts Center op 14 november 1998
Uitgebracht: 26 september 2018
Op ECM

Keith Jarrett – piano
Gary Peacock – Contrabas
Jack DeJohnette – Drums

Frans Vermeerssen Quintet: One for Rahsaan

OUD GOUD

De Concerten van Reeds & Deeds dit seizoen, geven mooi de gelegenheid om Frans Vermeerssens ‘One for Rahsaan’ uit de kast te trekken en weer eens op te zetten. Het is zijn eerste eerbewijs aan de muziek van Roland Kirk. Het was 13 januari 1995 en in het Bimhuis werd het concert van het Frans Vermeerssen Quintet opgenomen. Vermeerssen was voor die tijd actief in Groningen. Onder andere met zijn ‘All Ears’. Hij heeft daarna jarenlang in Michiel Braam’s Bik Bent Braam gespeeld en bij de Contraband van Willem van Manen. Hij richtte zijn eigen band ‘The Talking Cows’ waarmee hij drie cd’s maakte. Hier in Friesland werkt hij al jaren met het Fries Project. Met hen beweegt hij zich door een breed palet van de populaire muziek zoals Soul, Jazz en tango.
Het Trio Braam-DeJoode-Vatcher als ritmesectie, is een motor. Die houd je onherroepelijk op de rails en is tevens niet te beroerd om lekker verwarrend te stoken. Het zijn drie verstokte improvisatoren die met veel discipline samen muziek maken. De Amerikaanse Cellist Paul Stouthamer vulde het kwartet aan.
Het begint direct voortvarend met ‘Many Blessings’. Met de gedreven bas van Wilbert de Joode achter je kom je vlot in de vierde versnelling. Vermeerssen heeft daar geen moeite mee en speelt even intens het thema. Na de solo van Paul Stouthamer, krijgen we een samenspel van Michiel Braam en Wilbert de Joode. Eigenlijk blijft de pianist voor zijn doen hier heel bescheiden bezig.

– Bekoorlijke blues

Roland Kirk heeft in zijn composities driftig gebruik gemaakt van de Blues. Daardoor zijn z’n composities vaak heel eenvoudig. Door de herhaling zijn ze bekoorlijk. De muzikant, solist moet zijn mogelijkheden zelf uitbreiden.
De wat chaotische manier van spelen van Roland Kirk wordt door het kwintet duidelijk niet gevolgd. Ze voeren zijn composities strak uit. Ze krijgen van de vijf een fikse lift naar de muzikale verworvenheden van 1995. Het stempel dat de ritmesectie met Michiel Braam, Wilbert de Joode en Michael Vatcher op de muziek legt is onmiskenbaar. Vatcher en De Joode stuwen dat het een aard is. Frans Vermeerssen laat zich door hen heerlijk voortjagen en zo bouwen ze de spanningsboog op en houden hem in stand. Braam soleert op zijn bekende niets ontziende manier van spelen.
Doordat er slechts op een saxofoon tegelijk wordt geblazen, wordt het spel beweeglijker dan bij Roland Kirk zelf. Het is daardoor ook interessanter. Een waardevol document.

Frans Vermeerssen – tenorsax en sopraansax
Paul Stouthamer – Cello
Michiel Braam – Piano
Wilbert de Joode Contrabas
Michael Vatcher – Drums

Opgenomen: Live in het Bimhuis Amsterdam op 13 november 1995
Op Arecords.
Nog bij de concerten van Reeds & Deeds verkrijgbaar. Zolang de voorraad strekt