Kenturah’s Kitchen – MoSaVans

Kenturah’s Kitchen – Mosavans Zennez

Dit is de derde cd van dit trio. De naam is geïnspireerd op het werk van de Amerikaanse Schilder Kenturah Davis. Zij vermengt portretkunst met D=design. Ed Baatsen komt uit de opgeheven groep ‘Special Delivery. Samen met zijn trio-leden zoekt hij ook naar een vernieuwde samenwerking van de drie instrumenten, waarbij de drie muzikanten veelal hun eigen weg gaan. Dat klinkt als het zoeken naar een ideale vorm van Anarchisme: de juiste man op de juiste plek en als iemand het beter kan of weet, neemt die het voortouw en stapt de ander opzij. Harmonie en samenwerking in optima forma. Dat het begrip Anarchisme in het algemeen spraakgebruik verworden is tot de beschrijving van chaos, is op zijn zachtst gezegd jammer te noemen. Maar dat geldt voor meer stromingen waarvan de opzet door egoïstisch denken verworden is tot een dictatoriaal systeem. Datzelfde speelt ook in bijvoorbeeld de Rooms Katholieke Kerk, bij het Communisme of het Liberalisme. In principe streven al die bewegingen hetzelfde na: een ideale wereld, waar iedereen gelukkig is. Alleen de uitwerking door de mensen laat te wensen over. Goed, genoeg Kerst- en Nieuwjaarsgedachten. De cd.

Baatsen heeft voor elk stuk eigen probleemstellingen opgezet en past hij onopvallend verschillende maatsoorten toe. Daarmee schuurt hij tegen het gangbare klankenpatroon aan. Dat geeft zijn stukken meer byte.

Om de materie in het openingsstuk ‘Mosavans’ complex te maken heeft Ed Baatsen het eigenzinnige en ontregelende van Thelonious Monk (‘Mo’ in de titel) en Eric Satie (‘sa’) in het thema en de improvisatie verwerkt en het harmonische spel van Bill Evans (‘vans’) ingepast. Als het thema afgerond is, komt ‘Mysterioso’ van Monk om de hoek kijken. Verder op komt tijdens samenwerking met bassist Slinger de vertragende werking, die Eric Satie nogal eens toepaste, naar voren.

In het Driedelige ‘Trammelant’ hoor je bij vlagen het rock-drummen terug, een teken dat hier rock- en hiphopelementen zijn verwerkt. De bas geeft een ritmische drive aan de delen. Een drive die de piano er in het eerste deel ingebracht heeft en die de bas gedurende de drie delen als een ostinato motief vasthoudt. 

Zo worden de muzikale problemen aan de orde gesteld en op heel harmonische wijze uitgewerkt. De drie werken daarbij op aangename wijze samen. Elk lid van het trio krijgt de tijd om zijn zegje c.q. oplossing aan te dragen en in goede samenwerking tot een goed einde te brengen. 

Ed Baatsen – Piano – Han Slinger – contrabas – Bert Kamsteeg – drums

Native Speaker – Native Speaker

Dit trio is thuis in haar eigen muzikale doolhof. Hun improvisaties stralen zekerheid en een groot zelfvertrouwen uit. Ze weten wat kan en wat niet. Daarnaast is hun muziek ook een avontuur van zoeken naar nieuwe wegen. Dat geldt voor de muzikant, maar zeker ook voor de luisteraar 

De stukken zijn geschreven met telkens twee totaal verschillende uitgangspunten in het achterhoofd., een muzikaal en een niet muzikaal. Begrippen die op het eerste gezicht niet met elkaar verenigbaar zijn, maar muzikaal een prachtig resultaat geven. Zo koppelt componist Sued in ‘French Accent’ de Franse taal met zijn ervaringen in de band van Tancrède Kummer. In ‘Mates y Termos’ voegt hij de smaak van Mate, de nationale, Argentijnse thee die staat voor gastvrijheid, praten en gezelligheid, samen met de (toch wel) strenge muziek van de door Sued hooggeachte Paul Termos. 

Of hij zet vrijheid tegenover organisatie, wat ze uitzoeken in ‘Frases in Sueltas’ oftewel ‘Losse zinnen’. En het resultaat? Avontuur, Improvisatie en eenheid. Op zich zijn dat ook weer uitersten die onverenigbaar schijnen en toch bij elkaar kunnen passen. Om die twee tegenstellingen in deze compositie bij elkaar te brengen dien je zeer met elkaar verbonden en tolerant te zijn, je moet mekaar ruimte gunnen en je moet rekening met elkaar houden. Zoals dat in het gewone leven ook het geval is. In ‘Frases in Sueltas’ speelt een vierde man mee: gitarist Guillermo Celano. Of het ligt aan het feit dat hij ook van Argentijnse afkomst is, zoals Natalio Sued de tenorist en componist van het trio, weet ik niet, maar Celano past wonderwel goed in het klankbeeld. Het is niet verbazingwekkend dat het kwartet voor dit nummer de meeste tijd nam.

In ‘Ornette’ combineert Sued eenvoud met de muziek van Ornette Coleman. In wezen heeft Coleman destijds in zijn muziek de bebop ontdaan van eisen en voorwaarden: vereenvoudigd. Vervolgens is het weer heel lastig om in de geest van Ornette Coleman te spelen, omdat Ornettes oplossing, Harmolodics, weer een nieuwe, bewust aan te leren discipline vereist. Met andere woorden, deze muziek is als het leven zelf: complex en eenvoudig. En: Natalio Sued heeft het voor elkaar gekregen om improvisatie muziek boeiend te maken.

Rest me nog te zeggen dat Ben van Gelder verantwoordelijk is voor de gebruikte foto’s.

All of the tunes on this album contain both musical and extra-musical inspiration. I like to compose with something in mind other than a musical idea, and since I’m an easily impressionable person, I decided to pay tribute to many of the influences I have from playing, listening, reading, and basically from being in this world. 

We invited Guillermo Celano to play on four of the tunes. He clicked with Native Speaker’s sound almost immediately and we liked it so much that it was hard not to make him a permanent new member of the band.

CD: Native Speaker op trytone

Natalio Sued – tenorsaxofoon

Matt Adomeit – contrabas

Tristan Renfrow – drums

Guillermo Celano – Gitaar op vier stukken

Native Speaker op het Doek Festival 2017

De Vriendendag van het Nationaal Jazz Archief 2019

De Vrienden dag van het Nederlands Jazz Archief in de Voormalige Vara Studio’s 7 en 8, nu het Muziek Centrum van de Omroep op 16 juni 2019

Inleiding
Dit jaar was de Vrienden dag niet op zaterdag, maar op de zondag. Wij waren ongeveer de enigen die het gebouw van het MCO bevolkten.
We hoorden in het inleidende praatje dat de subsidie voor de collectie van het NJA in ieder geval tot 2021 doorgaat. Maar, begrepen we, de steun van de Vrienden blijft essentieel! In een filmfragment met een mooie opname van Boy’s Big Band, zagen we ook de zaal waarin we zaten. Er werd met veel liefde en vakmanschap gespeeld. Voor Boy moest het duidelijk met meer gevoel want hij tikte de opname af, omdat hij vond dat de sfeer van de Zade (de voormalige Amsterdamse Jazzclub de Sheherazade in Amsterdam) in gedachte gehouden moest worden.

Dr. Floris Schuiling die de composities van Misha Mengelberg toelicht, met behulp van afbeeldingen. (foto: Ton van Leeuwen)

De partituren van Misha Mengelberg
Dr. Floris Schuiling is gepromoveerd op de partituren van Misha Mengelberg. Daarvoor heeft hij het boek “The Instant Composers Pool and Improvisation beyond Jazz” geschreven. Op het grote scherm toverde hij in de eerste voordracht een intrigerende reeks partituren van Misha Mengelberg tevoorschijn, waarmee hij aantoonde dat Misha een precieze notatie van zijn composities voorstond. Behalve als een van de muzikanten zijn blaadje voor een compositie kwijt was. Dan tekende hij of de muzikant zelf, even de muziekbalk en vulde de partij in. Het bleek ook dat Misha lang niet altijd uitging van de nootjes, maar vooral van de personen die zijn werk speelden. Dat maakte hem vergelijkbaar met Duke Ellington, die zijn werken ook voor en vooral op de kwaliteiten van zijn orkestleden schreef. Daarnaast bleek dat Misha niet vies was om met beelden en complexe opdrachten te werken. Eisen die je als muzikant moest kunnen herkennen. De luisteraar en bezoeker van concerten, dus de betrekkelijke buitenstaander onderkent en herkent die opdrachten lang niet altijd. Soms bleek dat hij minimal music achtige opdrachten in zijn partituren verwerkte. Dan mochten de muzikanten bijvoorbeeld bepaalde fragmenten herhalen zo vaak als ze er zin in hadden. Op die manier verandert een stuk dus voortdurend! Ook bracht Schuiling een onderscheid aan tussen klassieke en improvisatiemuziek: Bij de klassieke muziek is de notatie van de componist het enige uitgangspunt, bij de andere stroming,- de improvisatiemuziek – is de uitvoerende het meest belangrijk. Sterker nog, de leden van het ICP, de Instant Composers Pool, het orkest waarvoor Misha in de regel schreef, wisten en weten, dat ze de notatie van het stuk helemaal niet zo serieus hoefden te nemen. Getuige de uitspraak van Tobias Delius, dat de notatie bij het spelen eerder voor verwarring zorgt, terwijl bij het improviseren de stukken juist beter uit de verf kwamen. In plaats van te lezen en spelen wordt er door improvisatoren bij het spelen naar elkaar geluisterd en op elkaar gereageerd! “Je moet niet vooraf bepalen wat er komen moet, dan gaat het juist fout!” stelde Tobias Delius. Dit was geheel in de geest van Misha’s adagium: improviseren is reageren op de omgeving. Han en Misha hebben dat tijdens hun langdurige periode van duo-optredens tot in het absurde toegepast. Elkaar ontregelen was dan voor beide een eerste vereiste. Schuiling nam aan het eind van zijn voordracht nog even de tijd om uit te leggen dat ze bij het ICP gebruik maakten van ‘virussen’. Daarvoor legde hij uit hoe ’n virus als ‘De Paardenbloem’ werkt. Het is een fragmentje dat als een overgang ingebouwd kan worden door een van de muzikanten. Naarmate meer orkestleden daar in meegaan, ontstaat er een overgang naar een ander stuk. Blijkt ‘De Paardenbloem’ op een bepaald moment niet ‘levensvatbaar’ dan keert de aangever ook terug naar het stuk dat op dat moment werd gespeeld. Al met al gaf Floris Schuiling een prachtig inkijkje in de mogelijkheden die Misha in zijn composities had ingebouwd. Dat werkte heel verhelderend. Daarvoor had hij wel wat meer tijd nodig dan de hem toegemeten dertig minuten, maar daar had hij alleen zelf last van.

De Broche die de Zomer Jazz Fiets Tour in Groningen uitgaf bij een Jubileum van het Festival. (eigen foto)

Dertig objecten rond Jazzfestivals.
Loes Rusch, Ook al dr. geworden op een Jazz-onderwerp zoals Floris Schuiling, vertelde over haar tentoonstelling met objecten van Jazzfestivals. Haar argument voor zo’n tentoonstelling is dat die voorbeelden voortdurend een ander verhaal vertellen, afhankelijk van het moment dat er naar gekeken wordt: telkens wordt met andere blik en andere kennis naar die achtergebleven spullen gekeken. Afhankelijk van de tijd krijg je andere inzichten. Niet alleen zijn die attributen een melding van het betreffende festival, maar ook een teken des tijds. Ze laten bijvoorbeeld zien welke de ontwikkelingen er zijn van reclame maken en aandacht trekken. Van schriftelijke informatie, via speldjes naar buttons en linnen tasjes.

Voorbeelden van linnen tasjes die door Jazzfestivals zijn uitgegeven. Elke keer als deze tasjes gebruikt worden, maak je rteclame voor dat festival. 9eigen foto)

John Engels en Jan Huydts, die zojuist het eerste exemplaar van de nieuwe cd met de muziek van Ruud Bos hebben ontvangen. (foto Ton van Leeuwen)

Tot en met broches aan toe. Dank zij het bewaren van die parafernalia in de archieven, kan zo’n uitbeelding worden gemaakt. Later, tijdens de lunch hadden we volop de gelegenheid om de tentoonstelling te bewonderen.

De Ruud Bos Secret All Star Band

Vervolgens mocht Frank Jochemsen zijn nieuwe product presenteren: de cd met de muziek van Ruud Bos voor vele VPRO-televisieprogramma’s. Inclusief een aantal Standards. Daarvoor riep hij John Engels en Jan Huydts naar voren. Musici en leraren, die de jaren zestig nog aan den lijve hadden meegemaakt. Het aardige van die presentatie was dat we van het eerste nummer, ‘Han’s Blues’ een filmverslag kregen. Zo konden we ook op beeld kennis maken met de muziek. Altijd ontroerend en verrijkend. Zeker als je juist in die tijd, de jaren Zestig van de vorige eeuw, kennis hebt gemaakt met Jazz in het algemeen en Boy’s Big band in het bijzonder. Die mensen terug te zien, weliswaar in een andere setting, blijft een groot genoegen.

Harry Geelen, de tekstschrijver en vertaler voor Edin Rutten, die even door Edwin in het zonnetje wordt gezet. (foto ton van Leeuwen)

Edwin Rutten zingt.
Voor de lunch kreeg Edwin de gelegenheid om ons terug in de tijd te voeren. Met de vertalingen van Harry Geelen van bekende Standards sloeg de vonk van herkenning elke keer weer over. Hier en daar werd een nootje niet op zijn kop getroffen, maar Gershwin’s ‘A Foggy Day in London Town’ werd als ‘Ontmoeting in the Mist’ in de vertaling van Hans Andreus, helemaal gaaf uitgevoerd. Gershwin schrijft zo, dat je dat foutloos zingt. En Hans Andreus vertaalde de tekst vrij en qua strekking toch heel precies. Hij trok het liedje ook nog even naar Amsterdam. Met het trio Frits Landesbergen, Edwin Corzilius en Jean Louis van Dam achter hem is Edwin al vele jaren vertrouwd.

Ditmer Doet Dienske
Na de lunch voerde Ditmer Weertman, de collectiebeheerder en de echte archiefman van het NJA, ons terug naar de Jaren Dertig en Veertig met zijn verhaal over Dolf Dienske, muzikant, geluidsman en organisator van (verhulde) Jazz Festivals in de Tweede Wereld Oorlog. Zijn archief is kort geleden overgedragen aan het Jazz Archief. In 1933 richtte hij zijn Geluids Technisch Bureau op. Daarmee nam hij vele muzikanten en groepen op. Daarvan maakte hij dan een of meer 78-toeren platen. Uit het verhaal van Ditmer bleek wel dat Dienske bij de upper ten van de Nederlandse Jazz hoorde. Althans, hij kreeg de medewerking van diverse mensen als Red Debroy, die in zijn ensemble speelde, Van Steensel van der Aa, Iwan Poustochkine en een jonge Boy Edgar, zaten in de Jury voor de twee festivals die hij in 1941 en 1942 met dansorkesten organiseerde. Weer een puzzeltje in de geschiedenis van de Nederlandse Jazz gelegd.

Rein de Graaff in gesprek met Bert Vuijsje over zijn New York Cd (foto Ton van Leeuwen)

Rein de Graaff twee keer doorgezaagd.
Tenslotte werd ‘The Big Bopper’ uit de Veenkoloniën twee keer geïnterviewd.
Eerst door Bert Vuijsje over de tweede Nederlandse Jazz-LP die in Verenigde Staten werd opgenomen: ‘New York Jazz’. Die LP, nu cd met een ander frontje, werd in 1979 opgenomen en is nog steeds een voorbeeld van authentieke Bebop. Rein meldde, niet zonder trots, dat deze cd bij heel veel Amerikaanse Jazzmusici in huis ligt. Het bleek dat Rein’s voorkeur in eerste instantie uitging naar de ritmesectie: bassist Sam Jones en drummer Louis Hayes! Met hen had hij via de langspeelplaat al heel vaak samen gespeeld. Als saxofonist wilde hij iemand die speelde als Hank Mobley. Dat werd Ronnie Cuber. En vertelde Rein, met hem ben ik nog steeds heel goed bevriend. Voor de trompet koos hij de toen nog jonge Tom Harrell, omdat hij deze trompettist op een Lp een mooi geluid vond hebben. Hoe ze het vonden om met jou te spelen? Vroeg Bert. “Prima!” Zei Rein, een beetje verbaasd over de vraag. Ze hebben de muziek in 6 uur tijd opgenomen: een keertje doorspelen en vervolgens de definitieve takes. Goed 36 minuten muziek. Geen alternatieve takes. Het resultaat op de plaat is alles wat er is. Van het openingsnummer –fifty six – vertelde Rein nog, dat dit door Johnnie Griffin geschreven was op het akkoordenschema van ‘The Masquerade is over (and so is Love)’. Maar in plaats van het als een ballad te spelen, moest het bloedsnel worden gespeeld. Louis Hayes vroeg verbaasd of het echt zo snel moest. Vermoedelijk omdat hij dacht dat die Dutchman dat niet zou kunnen. Rein reageerde met de opmerking: “You’re the Famous Louis Hayes, aren’t you?” in de geest van: Dat kan je toch wel? Waarop Hayes mompelde “Ok, tel maar af.” Hij twijfelde duidelijk aan de kwaliteiten van Rein, niet aan de zijne.

Mijke van Wijk ingesprek met Rein de Graaff over zijn Laatste cd ‘Early Morning Blues’ (foto ton van Leeuwen)

Vervolgens ondervroeg Mijke van Wijk, hem spits en alert over zijn laatste cd: de trio-cd ‘Early morning Blues’ en ondervroeg hem, waarom hij nou precies gestopt was. Zij is Radiojournalist die jarenlang op de gesneefde Radio 6 een Jazzprogramma had. Over de cd meldde Rein dat hij bij deze opname echt zichzelf was. Iets wat je maar een paar keer per jaar meemaakte. De opname ging als in een flow. De belangrijkste reden waarom hij gestopt was, vertrouwde hij haar toe, was het feit dat het hem veel te veel inspanning kostte om beroemde en/of legendarische musici uit de V.S. te halen en het organiseren van de tournees met die muzikanten. Dat vond hij echt te zwaar worden en veel te veel werk om nog te doen. Het spelen zelf was geen bezwaar. Muziek zit nog altijd in zijn hoofd. Daarom blijft hij nog steeds oefenen. Als laatste opmerking meldde hij dat de modale manier van spelen en los van akkoordenschema’s, zoals in de Free Jazz, best wel bevrijdend werkte. Maar dat hij toch met graagte is teruggekeerd naar het spelen van zijn geliefde Bebopmuziek.

Rein de Graaff sluit de bijeenkomst af met een loom ‘Yesterdays’. (foto Ton van Leeuwen)

 

Kim en Anton in Le Brocope

Dit is wat het is!

Foto: Ron Thijsen

Kim Hoorweg is een van de jongere zangeressen in Nederland die bijna op eigen gelegenheid het zingen onder de knie heeft gekregen. Ze kreeg zanglessen van Fay Claassen en deed ervaring op in New York bij onder andere Raoul Midon. Dat heeft onder andere geresulteerd tot zeven cd’s. Niet gek in pakweg 12 jaar!

Anton Goudsmit is een van de betere gitaristen van Nederland. Hij heeft zijn eigen band ‘The .Ploctones’ is lid van het improvisatiekwartet ‘Estafest’ en nu dus ook aan het werk bij Kim. Regelmatig treden ze met zijn tweeën op. Zo ook op 4 mei in Le Brocope te Oldeberkoop. Ruimschoots na de twee minuten stilte van 8 uur. Daar werd de juiste aandacht aan besteed.

Foto: Ron Thijsen

Het concert was helemaal spannend, omdat er akoestisch werd gespeeld. Geen microfoon en een akoestische gitaar zonder element ter versterking. Hun optreden was daardoor ontdaan van allerlei hulpmiddelen. De uitdrukking ‘Dit is wat het is!’ was helemaal van toepassing.

Kim vertelde in haar inleiding dat ze vooral songs van haar nieuwe cd zou zingen. Die had ze zelf geschreven of samen met anderen. Onder andere met Raoul Midon, tijdens haar verblijf in New York. Maar niet alleen eigen songs, ook favorieten van haar. Zoals de song van ‘Little unhappy Boy’ van Nancy Wilson met Cannonball Adderly uit 1961.

Foto: Ron Thijsen

‘One Man Band’
In de song ‘Weird Fishes’ van Radiohead, speelde Anton in zijn eentje op zijn akoestische gitaar als een ‘One Man Band’  het arrangement van deze Britse rockgroep. Inclusief zijn eigen solo. Met stijgende verbazing en bewondering zagen we zijn vingers op de hals van zijn gitaar heen en weer rennen en glijden. We hoorden de mooiste en actiefste gitaarsolo sinds heel lang. Prachtig gedempt en heel genuanceerd kwamen de loopjes tevoorschijn. Tot series van 32e nootjes aan toe. Zonder versterking of kunstgrepen, een pracht prestatie!

Achter de zangeres speelde hij trouwens ook heel soepel en veelzijdig slag- ritme- en sologitaar. Analoog aan de boer die in het gedicht voortploegde kon je van de gitarist zeggen: ‘En de gitarist, hij soleerde voort!’

Met veel overgave zong Kim Hoorweg ‘La Mama’. In Nederland vooral bekend van Corrie Brokken en van Charles Aznavour. Ze droeg dit lied op aan haar moeder die, vertelde ze, haar zakelijk en organisatorisch begeleidt en ook daadwerkelijk als het hoofd van het gezin optreedt. Deze song bleek een waardevol en emotioneel moment tijdens het concert.

Breekbaar
Zo kregen we bij elk lied te horen welke impact of welk belang de song voor haar had. Dat maakte het concert heel persoonlijk en breekbaar, wat door het publiek zeer werd gewaardeerd. In de toegift speelde Goudsmit nog een hele mooie versie van zijn ballad ‘Ernesto’ opgedragen aan een Surinaamse agent in Amsterdam. Daarmee daalden we weer rustigjes en verbijsterd terug op aarde.

Kim Hoorweg (zang) en Anton Goudsmit (akoestische gitaar) op 4 mei 2019 in Le Brocope te Oldeberkoop.

Kim en Anton Tijdens de Rood Show op NPO radio 2

 

Duke Ellington and his Orchestra – Heading for Newport

Duke Ellington – piano
Willi Cook en Cat Anderson – trompet
Clark Terry – trompet en flugelhorn
Ray Nance – trompet, viool en zang
Britt Woodman, Quentin Jackson, John Sanders – trombone
Jimmy Hamilton – klarinet, tenorsax
Russell Procope – klarinet, sopraansax en altsax
Johnny Hodges – altsax
Paul Gonsalves – tenorsax
Harry Carney – klarinet, altsax en baritonsax,
Jimmy Woode – contrabas
Sam Woodyard – drums
Jimmy Grissom – zang

Doctor Jazz heeft in 2015 het concert van de Count Basie big band in het Kurhaus in Scheveningen uit 1954 uitgebracht. Dan mag natuurlijk een live opname van het orkest van Duke Ellington niet ontbreken. Aan die voorwaarde heeft dit label voor klassieke Jazz nu in de overtreffende trap voldaan. In eerste instantie hadden ze een Ellington cd samengesteld, maar die opnamen waren grotendeels al eens uitgebracht, bleek uit gegevens van de Zweedse Ellington Society. Een van de leden van die Society schoot te hulp met de opnamen van een concert. Die lag al vijftien jaar op de plank. Voor het uitbrengen van de Ellington cd werd de Engelse muziekrecensent en radio man Steve Voce uitgenodigd om de linernotes te schrijven. ‘Tovenaar’ Harrie Coster moest aan de bak om de restauratie van de muziek rond te krijgen. Dat is hem buitengewoon goed gelukt. De sound van de muziek is bijna ruimtelijk te noemen. De uitstekende opname apparatuur en de uitstekende akoestiek van de universiteitszaal is daar ook debet aan.
Het concert met de beroemde 27 chorussen van Paul Gonsalves in ‘Diminuendo and Crescendo in Blue’, tijdens het Newport Jazzfestival vond plaats op 7 juli 1956. Dit concert werd op vijf dagen eerder 2 juli opgenomen in de Hill Auditorium Ann Harbor, Michigan. Een uur gaans ten westen van Detroit opgenomen.

Als je die twee concerten met elkaar vergelijkt, dan zijn er natuurlijk stukken die tijdens beide concerten zijn gespeeld. Maar toch was dit een heel ander concert. Er werden stukken gespeeld die zelden werden uitgevoerd. Het boek van de Band blijkt dan uitgebreider te zijn dan je vermoedt. De Duke had er duidelijk plezier in, verkocht wisecracks en de stukken werden heel relaxed gespeeld.
Het concert is echt een showcase geworden voor de solisten: ze kregen de tijd om hun solo neer te zetten. ‘Take The ‘A’ Train’ bijvoorbeeld werd ook hier uitgebreid ingeleid door de pianist van de band, Ray Nance zong de tekst en soleerde daarna op trompet. Ellington laat dan Paul Gonsalves uitgebreid aan het woord. Geen 27 chorussen, zoals vijf dagen later in Newport, maar toch een gedreven solo van de tenorsaxofonist.
Harry Carney soleert in: ‘Sophisticated Lady’ Maar ook in ‘V.I.P. Boogie’. Ray Nance schittert ook in ‘Satin Doll’ en Cat Anderson mag zijn kunsten vertonen in ‘La Virgen de la Macarena’. Jimmy Hamilton  in Stompin’ at the Savoy en heeft zijn eigen feature in ‘Clarinet Melodrama’.
In ‘Jam with Slam’ komen nagenoeg alle solisten aan bod en Johnnie Hodges komt aan het eind als hoogtepunt voor de microfoon. Volgens Ellington “…de meest geïmiteerde saxofonist ter wereld.” . Hij schittert in ‘Prelude to a Kiss’ en in ‘Things ain’t what they used to be’ Ook dit nummer wordt ingeleid door de ‘pianoplayer of the band’.

Je mag deze cd zien als een helder uitgelicht schilderij van een van de mooiste Ellington Bands. Een onmisbaar document voor elke Ellingtonliefhebber en zeer geschikt als eerste kennismaking met dit monument van een jazz orkest. Dan ben je meteen door en door verwend.

 

Uitgebracht door: Doctor Jazz
Prijs: voor abonnees is  15,95 (inclusief verzendkosten)
Niet abonnees 17,95 (inclusief verzendkosten)
Te Bestellen bij: Doctor Jazz