Gerry Mulligan and the Concert Jazz band – Young Blood, Live in Amsterdam 1960

Het Nederlands Jazz Archief heeft het opnieuw voor elkaar gekregen om een unieke opname op cd te zeten. Het live concert van de Concert Jazz Band onder leiding van Gerry Mulligan. Als er één band is die ondanks haar korte -vijfjarige- bestaan een legendarische status heeft opgebouwd, dan is het wel dit orkest. Van de Concert Jazz Band zijn een aantal prachtige Europese live opnamen op de plaat gezet. 

In november 1960 heeft de Concert Jazzband door Europa getoerd. Van die concerten zijn enkele stukken uit Milaan en uit Berlijn op een Live plaat van het label Verve gezet. Van deze Europese tour bestaan ook cd’s van het concert in Zurich (17 nov.) en van het Parijse concert (19 nov.). Dat zijn prachtige voorbeelden van de mogelijkheden van deze band. 

Nu heeft het Nederlands Jazz Archief dan de derde concertopname van deze tournee uitgebracht en wel van het Amsterdam concert van 5 november. Dat was dus nog in het begin van de tournee. Dat is wel sensationeel.

Er zijn enkele verschillen met die concerten aan te wijzen. Het valt meteen op dat naast de altijd aanwezige baritonsaxofoon, ook de contrabas in ‘Amsterdam’ voor in het geluidsbeeld staat. Dat geeft een mooi fundament aan het geheel en het valt te meer op, omdat de bas bij een bigband zelden of nooit zo mooi te horen is. Op de foto achterop het cd-boekje zie je dat de bassist ook vooraan staat. 

In het Concertgebouw speelde de Band twee stukken die daarna niet meer ten gehore werden gebracht: ’18 Carrots For Rabbit’ en ‘Youngblood’. Het eerstgenoemde stuk had hij een jaar ervoor samen met Johnnie Hodges (bijgenaamd: ‘Rabbit’) op de plaat gezet. Deze Amsterdamse uitvoering is de tweede door de CJB en voor zover ik na kan gaan, ook de laatste uitvoering die werd vastgelegd. Je vindt het ook op de Live opname van het Newport concert van 1 juli 1960. Ook toen werd zo snel gespeeld.

Voor je gevoel lijkt het dat hier in Amsterdam wat opgewekter, iets sneller wordt gespeeld dan op de 19e in Parijs. En weer niet zo snel als op de beroemde live opname in New York, een maand later. Maar bij terugluisteren is dat alleen maar in de herinnering het geval: over het algemeen valt het verschil in tempo heel erg mee! Het geeft wel aan dat ze in Amsterdam met meer plezier gespeeld zouden hebben.

De setlist van ‘Amsterdam’ verschilt verder niet zo heel veel met die van de concerten in Zurich en Parijs. In ‘Barbara’s Theme’ heeft de contrabas de functie het orkest in het Parijse concert gekregen. Daardoor krijgt het samenspel van baritonsax, basklarinet en orkest hier niet die prachtige stemming als in ‘Parijs’. Het thema komt het uit de filmscore die Johnnie Mandel voor een film schreef, net zoals ‘I want to live’ zoals de film heet en ‘Black Nightgown’. Het blijken pareltjes te zijn op de kroon van dit orkest. 

‘Go Home’ had Mulligan opgepikt van zijn beroemde plaatopnamen met Good Old Ben Webster, van december 1959. Deze ballad was blijkbaar erg favoriet bij Mulligan. Die staat bij de neerslag van vele concerten genoteerd. Ook hier wordt het thema als gewoonlijk lekker relaxed ingezet waarna Mulligan soleert en Bob Brookmeyer het overneemt. Zoot Sims komt als derde solist naar voren. Na verloop van tijd ondersteunt Mulligan hem met obligato’s. Tenslotte speelt de Band een begeleidend motiefje en leidt zo het slotthema in. Een heerlijke ballad. 

Het daar opvolgende ‘Youngblood’ wordt ingeleid door de baritonspeler met de opmerking dat hij het (in 1952) schreef voor de Kenton Band “…toen hij nog jong was…”, “…en nog bloed had…” Dit titelstuk van de cd werd goed ‘doorbloed’ en in uptempo gespeeld. Met solo’s van de bassist, die begeleidend net zoals Ruud Jacobs ook wel deed, achter de solist even gedreven begeleidde als hij soleerde. 

‘As Catch Can’ is ook een fenomenaal strijdros waarop de solisten in hoog tempo hun inventiviteit tonen. Mulligan nam het mee uit de speellijst van zijn kwartet uit 1959 met Art Farmer en de West Coast ritmetandem Bill Crow en Dave Bailey. 

Ook deze derde Europese live-opname is een ideaal visitekaartje van deze legendarische band. Voor wie niet bekend is met deze muziek is het een uitstekend opstapje dat vraagt om meer.

Gerry Mulligan and the Concert Jazz band – Young Blood, Live in Amsterdam 1960 – Nederlands Jazz Archief – NJA 1902

Gerry Mulligan – Baritonsaxofoon

Nick Travis, Don Ferrara, Conte Candoli – trompet

Willie Dennis – trombone

Bob Brookmeyer – ventieltrombone

Alan Raph – bastrombone

Gene Quill – altsaxofoon, klarinet

Bob Donovan – altsaxofoon

Zoot Sims – altsaxofoon op de nummers 8, 9, 11

Jim Reider – tenorsaxofoon

Gene Allen – baritonsaxofoon, basklarinet

Buddy Clark – contrabas

Mel Lewis – drums

Native Speaker – Native Speaker

Dit trio is thuis in haar eigen muzikale doolhof. Hun improvisaties stralen zekerheid en een groot zelfvertrouwen uit. Ze weten wat kan en wat niet. Daarnaast is hun muziek ook een avontuur van zoeken naar nieuwe wegen. Dat geldt voor de muzikant, maar zeker ook voor de luisteraar 

De stukken zijn geschreven met telkens twee totaal verschillende uitgangspunten in het achterhoofd., een muzikaal en een niet muzikaal. Begrippen die op het eerste gezicht niet met elkaar verenigbaar zijn, maar muzikaal een prachtig resultaat geven. Zo koppelt componist Sued in ‘French Accent’ de Franse taal met zijn ervaringen in de band van Tancrède Kummer. In ‘Mates y Termos’ voegt hij de smaak van Mate, de nationale, Argentijnse thee die staat voor gastvrijheid, praten en gezelligheid, samen met de (toch wel) strenge muziek van de door Sued hooggeachte Paul Termos. 

Of hij zet vrijheid tegenover organisatie, wat ze uitzoeken in ‘Frases in Sueltas’ oftewel ‘Losse zinnen’. En het resultaat? Avontuur, Improvisatie en eenheid. Op zich zijn dat ook weer uitersten die onverenigbaar schijnen en toch bij elkaar kunnen passen. Om die twee tegenstellingen in deze compositie bij elkaar te brengen dien je zeer met elkaar verbonden en tolerant te zijn, je moet mekaar ruimte gunnen en je moet rekening met elkaar houden. Zoals dat in het gewone leven ook het geval is. In ‘Frases in Sueltas’ speelt een vierde man mee: gitarist Guillermo Celano. Of het ligt aan het feit dat hij ook van Argentijnse afkomst is, zoals Natalio Sued de tenorist en componist van het trio, weet ik niet, maar Celano past wonderwel goed in het klankbeeld. Het is niet verbazingwekkend dat het kwartet voor dit nummer de meeste tijd nam.

In ‘Ornette’ combineert Sued eenvoud met de muziek van Ornette Coleman. In wezen heeft Coleman destijds in zijn muziek de bebop ontdaan van eisen en voorwaarden: vereenvoudigd. Vervolgens is het weer heel lastig om in de geest van Ornette Coleman te spelen, omdat Ornettes oplossing, Harmolodics, weer een nieuwe, bewust aan te leren discipline vereist. Met andere woorden, deze muziek is als het leven zelf: complex en eenvoudig. En: Natalio Sued heeft het voor elkaar gekregen om improvisatie muziek boeiend te maken.

Rest me nog te zeggen dat Ben van Gelder verantwoordelijk is voor de gebruikte foto’s.

All of the tunes on this album contain both musical and extra-musical inspiration. I like to compose with something in mind other than a musical idea, and since I’m an easily impressionable person, I decided to pay tribute to many of the influences I have from playing, listening, reading, and basically from being in this world. 

We invited Guillermo Celano to play on four of the tunes. He clicked with Native Speaker’s sound almost immediately and we liked it so much that it was hard not to make him a permanent new member of the band.

CD: Native Speaker op trytone

Natalio Sued – tenorsaxofoon

Matt Adomeit – contrabas

Tristan Renfrow – drums

Guillermo Celano – Gitaar op vier stukken

Native Speaker op het Doek Festival 2017

De Vriendendag van het Nationaal Jazz Archief 2019

De Vrienden dag van het Nederlands Jazz Archief in de Voormalige Vara Studio’s 7 en 8, nu het Muziek Centrum van de Omroep op 16 juni 2019

Inleiding
Dit jaar was de Vrienden dag niet op zaterdag, maar op de zondag. Wij waren ongeveer de enigen die het gebouw van het MCO bevolkten.
We hoorden in het inleidende praatje dat de subsidie voor de collectie van het NJA in ieder geval tot 2021 doorgaat. Maar, begrepen we, de steun van de Vrienden blijft essentieel! In een filmfragment met een mooie opname van Boy’s Big Band, zagen we ook de zaal waarin we zaten. Er werd met veel liefde en vakmanschap gespeeld. Voor Boy moest het duidelijk met meer gevoel want hij tikte de opname af, omdat hij vond dat de sfeer van de Zade (de voormalige Amsterdamse Jazzclub de Sheherazade in Amsterdam) in gedachte gehouden moest worden.

Dr. Floris Schuiling die de composities van Misha Mengelberg toelicht, met behulp van afbeeldingen. (foto: Ton van Leeuwen)

De partituren van Misha Mengelberg
Dr. Floris Schuiling is gepromoveerd op de partituren van Misha Mengelberg. Daarvoor heeft hij het boek “The Instant Composers Pool and Improvisation beyond Jazz” geschreven. Op het grote scherm toverde hij in de eerste voordracht een intrigerende reeks partituren van Misha Mengelberg tevoorschijn, waarmee hij aantoonde dat Misha een precieze notatie van zijn composities voorstond. Behalve als een van de muzikanten zijn blaadje voor een compositie kwijt was. Dan tekende hij of de muzikant zelf, even de muziekbalk en vulde de partij in. Het bleek ook dat Misha lang niet altijd uitging van de nootjes, maar vooral van de personen die zijn werk speelden. Dat maakte hem vergelijkbaar met Duke Ellington, die zijn werken ook voor en vooral op de kwaliteiten van zijn orkestleden schreef. Daarnaast bleek dat Misha niet vies was om met beelden en complexe opdrachten te werken. Eisen die je als muzikant moest kunnen herkennen. De luisteraar en bezoeker van concerten, dus de betrekkelijke buitenstaander onderkent en herkent die opdrachten lang niet altijd. Soms bleek dat hij minimal music achtige opdrachten in zijn partituren verwerkte. Dan mochten de muzikanten bijvoorbeeld bepaalde fragmenten herhalen zo vaak als ze er zin in hadden. Op die manier verandert een stuk dus voortdurend! Ook bracht Schuiling een onderscheid aan tussen klassieke en improvisatiemuziek: Bij de klassieke muziek is de notatie van de componist het enige uitgangspunt, bij de andere stroming,- de improvisatiemuziek – is de uitvoerende het meest belangrijk. Sterker nog, de leden van het ICP, de Instant Composers Pool, het orkest waarvoor Misha in de regel schreef, wisten en weten, dat ze de notatie van het stuk helemaal niet zo serieus hoefden te nemen. Getuige de uitspraak van Tobias Delius, dat de notatie bij het spelen eerder voor verwarring zorgt, terwijl bij het improviseren de stukken juist beter uit de verf kwamen. In plaats van te lezen en spelen wordt er door improvisatoren bij het spelen naar elkaar geluisterd en op elkaar gereageerd! “Je moet niet vooraf bepalen wat er komen moet, dan gaat het juist fout!” stelde Tobias Delius. Dit was geheel in de geest van Misha’s adagium: improviseren is reageren op de omgeving. Han en Misha hebben dat tijdens hun langdurige periode van duo-optredens tot in het absurde toegepast. Elkaar ontregelen was dan voor beide een eerste vereiste. Schuiling nam aan het eind van zijn voordracht nog even de tijd om uit te leggen dat ze bij het ICP gebruik maakten van ‘virussen’. Daarvoor legde hij uit hoe ’n virus als ‘De Paardenbloem’ werkt. Het is een fragmentje dat als een overgang ingebouwd kan worden door een van de muzikanten. Naarmate meer orkestleden daar in meegaan, ontstaat er een overgang naar een ander stuk. Blijkt ‘De Paardenbloem’ op een bepaald moment niet ‘levensvatbaar’ dan keert de aangever ook terug naar het stuk dat op dat moment werd gespeeld. Al met al gaf Floris Schuiling een prachtig inkijkje in de mogelijkheden die Misha in zijn composities had ingebouwd. Dat werkte heel verhelderend. Daarvoor had hij wel wat meer tijd nodig dan de hem toegemeten dertig minuten, maar daar had hij alleen zelf last van.

De Broche die de Zomer Jazz Fiets Tour in Groningen uitgaf bij een Jubileum van het Festival. (eigen foto)

Dertig objecten rond Jazzfestivals.
Loes Rusch, Ook al dr. geworden op een Jazz-onderwerp zoals Floris Schuiling, vertelde over haar tentoonstelling met objecten van Jazzfestivals. Haar argument voor zo’n tentoonstelling is dat die voorbeelden voortdurend een ander verhaal vertellen, afhankelijk van het moment dat er naar gekeken wordt: telkens wordt met andere blik en andere kennis naar die achtergebleven spullen gekeken. Afhankelijk van de tijd krijg je andere inzichten. Niet alleen zijn die attributen een melding van het betreffende festival, maar ook een teken des tijds. Ze laten bijvoorbeeld zien welke de ontwikkelingen er zijn van reclame maken en aandacht trekken. Van schriftelijke informatie, via speldjes naar buttons en linnen tasjes.

Voorbeelden van linnen tasjes die door Jazzfestivals zijn uitgegeven. Elke keer als deze tasjes gebruikt worden, maak je rteclame voor dat festival. 9eigen foto)

John Engels en Jan Huydts, die zojuist het eerste exemplaar van de nieuwe cd met de muziek van Ruud Bos hebben ontvangen. (foto Ton van Leeuwen)

Tot en met broches aan toe. Dank zij het bewaren van die parafernalia in de archieven, kan zo’n uitbeelding worden gemaakt. Later, tijdens de lunch hadden we volop de gelegenheid om de tentoonstelling te bewonderen.

De Ruud Bos Secret All Star Band

Vervolgens mocht Frank Jochemsen zijn nieuwe product presenteren: de cd met de muziek van Ruud Bos voor vele VPRO-televisieprogramma’s. Inclusief een aantal Standards. Daarvoor riep hij John Engels en Jan Huydts naar voren. Musici en leraren, die de jaren zestig nog aan den lijve hadden meegemaakt. Het aardige van die presentatie was dat we van het eerste nummer, ‘Han’s Blues’ een filmverslag kregen. Zo konden we ook op beeld kennis maken met de muziek. Altijd ontroerend en verrijkend. Zeker als je juist in die tijd, de jaren Zestig van de vorige eeuw, kennis hebt gemaakt met Jazz in het algemeen en Boy’s Big band in het bijzonder. Die mensen terug te zien, weliswaar in een andere setting, blijft een groot genoegen.

Harry Geelen, de tekstschrijver en vertaler voor Edin Rutten, die even door Edwin in het zonnetje wordt gezet. (foto ton van Leeuwen)

Edwin Rutten zingt.
Voor de lunch kreeg Edwin de gelegenheid om ons terug in de tijd te voeren. Met de vertalingen van Harry Geelen van bekende Standards sloeg de vonk van herkenning elke keer weer over. Hier en daar werd een nootje niet op zijn kop getroffen, maar Gershwin’s ‘A Foggy Day in London Town’ werd als ‘Ontmoeting in the Mist’ in de vertaling van Hans Andreus, helemaal gaaf uitgevoerd. Gershwin schrijft zo, dat je dat foutloos zingt. En Hans Andreus vertaalde de tekst vrij en qua strekking toch heel precies. Hij trok het liedje ook nog even naar Amsterdam. Met het trio Frits Landesbergen, Edwin Corzilius en Jean Louis van Dam achter hem is Edwin al vele jaren vertrouwd.

Ditmer Doet Dienske
Na de lunch voerde Ditmer Weertman, de collectiebeheerder en de echte archiefman van het NJA, ons terug naar de Jaren Dertig en Veertig met zijn verhaal over Dolf Dienske, muzikant, geluidsman en organisator van (verhulde) Jazz Festivals in de Tweede Wereld Oorlog. Zijn archief is kort geleden overgedragen aan het Jazz Archief. In 1933 richtte hij zijn Geluids Technisch Bureau op. Daarmee nam hij vele muzikanten en groepen op. Daarvan maakte hij dan een of meer 78-toeren platen. Uit het verhaal van Ditmer bleek wel dat Dienske bij de upper ten van de Nederlandse Jazz hoorde. Althans, hij kreeg de medewerking van diverse mensen als Red Debroy, die in zijn ensemble speelde, Van Steensel van der Aa, Iwan Poustochkine en een jonge Boy Edgar, zaten in de Jury voor de twee festivals die hij in 1941 en 1942 met dansorkesten organiseerde. Weer een puzzeltje in de geschiedenis van de Nederlandse Jazz gelegd.

Rein de Graaff in gesprek met Bert Vuijsje over zijn New York Cd (foto Ton van Leeuwen)

Rein de Graaff twee keer doorgezaagd.
Tenslotte werd ‘The Big Bopper’ uit de Veenkoloniën twee keer geïnterviewd.
Eerst door Bert Vuijsje over de tweede Nederlandse Jazz-LP die in Verenigde Staten werd opgenomen: ‘New York Jazz’. Die LP, nu cd met een ander frontje, werd in 1979 opgenomen en is nog steeds een voorbeeld van authentieke Bebop. Rein meldde, niet zonder trots, dat deze cd bij heel veel Amerikaanse Jazzmusici in huis ligt. Het bleek dat Rein’s voorkeur in eerste instantie uitging naar de ritmesectie: bassist Sam Jones en drummer Louis Hayes! Met hen had hij via de langspeelplaat al heel vaak samen gespeeld. Als saxofonist wilde hij iemand die speelde als Hank Mobley. Dat werd Ronnie Cuber. En vertelde Rein, met hem ben ik nog steeds heel goed bevriend. Voor de trompet koos hij de toen nog jonge Tom Harrell, omdat hij deze trompettist op een Lp een mooi geluid vond hebben. Hoe ze het vonden om met jou te spelen? Vroeg Bert. “Prima!” Zei Rein, een beetje verbaasd over de vraag. Ze hebben de muziek in 6 uur tijd opgenomen: een keertje doorspelen en vervolgens de definitieve takes. Goed 36 minuten muziek. Geen alternatieve takes. Het resultaat op de plaat is alles wat er is. Van het openingsnummer –fifty six – vertelde Rein nog, dat dit door Johnnie Griffin geschreven was op het akkoordenschema van ‘The Masquerade is over (and so is Love)’. Maar in plaats van het als een ballad te spelen, moest het bloedsnel worden gespeeld. Louis Hayes vroeg verbaasd of het echt zo snel moest. Vermoedelijk omdat hij dacht dat die Dutchman dat niet zou kunnen. Rein reageerde met de opmerking: “You’re the Famous Louis Hayes, aren’t you?” in de geest van: Dat kan je toch wel? Waarop Hayes mompelde “Ok, tel maar af.” Hij twijfelde duidelijk aan de kwaliteiten van Rein, niet aan de zijne.

Mijke van Wijk ingesprek met Rein de Graaff over zijn Laatste cd ‘Early Morning Blues’ (foto ton van Leeuwen)

Vervolgens ondervroeg Mijke van Wijk, hem spits en alert over zijn laatste cd: de trio-cd ‘Early morning Blues’ en ondervroeg hem, waarom hij nou precies gestopt was. Zij is Radiojournalist die jarenlang op de gesneefde Radio 6 een Jazzprogramma had. Over de cd meldde Rein dat hij bij deze opname echt zichzelf was. Iets wat je maar een paar keer per jaar meemaakte. De opname ging als in een flow. De belangrijkste reden waarom hij gestopt was, vertrouwde hij haar toe, was het feit dat het hem veel te veel inspanning kostte om beroemde en/of legendarische musici uit de V.S. te halen en het organiseren van de tournees met die muzikanten. Dat vond hij echt te zwaar worden en veel te veel werk om nog te doen. Het spelen zelf was geen bezwaar. Muziek zit nog altijd in zijn hoofd. Daarom blijft hij nog steeds oefenen. Als laatste opmerking meldde hij dat de modale manier van spelen en los van akkoordenschema’s, zoals in de Free Jazz, best wel bevrijdend werkte. Maar dat hij toch met graagte is teruggekeerd naar het spelen van zijn geliefde Bebopmuziek.

Rein de Graaff sluit de bijeenkomst af met een loom ‘Yesterdays’. (foto Ton van Leeuwen)

 

Kim en Anton in Le Brocope

Dit is wat het is!

Foto: Ron Thijsen

Kim Hoorweg is een van de jongere zangeressen in Nederland die bijna op eigen gelegenheid het zingen onder de knie heeft gekregen. Ze kreeg zanglessen van Fay Claassen en deed ervaring op in New York bij onder andere Raoul Midon. Dat heeft onder andere geresulteerd tot zeven cd’s. Niet gek in pakweg 12 jaar!

Anton Goudsmit is een van de betere gitaristen van Nederland. Hij heeft zijn eigen band ‘The .Ploctones’ is lid van het improvisatiekwartet ‘Estafest’ en nu dus ook aan het werk bij Kim. Regelmatig treden ze met zijn tweeën op. Zo ook op 4 mei in Le Brocope te Oldeberkoop. Ruimschoots na de twee minuten stilte van 8 uur. Daar werd de juiste aandacht aan besteed.

Foto: Ron Thijsen

Het concert was helemaal spannend, omdat er akoestisch werd gespeeld. Geen microfoon en een akoestische gitaar zonder element ter versterking. Hun optreden was daardoor ontdaan van allerlei hulpmiddelen. De uitdrukking ‘Dit is wat het is!’ was helemaal van toepassing.

Kim vertelde in haar inleiding dat ze vooral songs van haar nieuwe cd zou zingen. Die had ze zelf geschreven of samen met anderen. Onder andere met Raoul Midon, tijdens haar verblijf in New York. Maar niet alleen eigen songs, ook favorieten van haar. Zoals de song van ‘Little unhappy Boy’ van Nancy Wilson met Cannonball Adderly uit 1961.

Foto: Ron Thijsen

‘One Man Band’
In de song ‘Weird Fishes’ van Radiohead, speelde Anton in zijn eentje op zijn akoestische gitaar als een ‘One Man Band’  het arrangement van deze Britse rockgroep. Inclusief zijn eigen solo. Met stijgende verbazing en bewondering zagen we zijn vingers op de hals van zijn gitaar heen en weer rennen en glijden. We hoorden de mooiste en actiefste gitaarsolo sinds heel lang. Prachtig gedempt en heel genuanceerd kwamen de loopjes tevoorschijn. Tot series van 32e nootjes aan toe. Zonder versterking of kunstgrepen, een pracht prestatie!

Achter de zangeres speelde hij trouwens ook heel soepel en veelzijdig slag- ritme- en sologitaar. Analoog aan de boer die in het gedicht voortploegde kon je van de gitarist zeggen: ‘En de gitarist, hij soleerde voort!’

Met veel overgave zong Kim Hoorweg ‘La Mama’. In Nederland vooral bekend van Corrie Brokken en van Charles Aznavour. Ze droeg dit lied op aan haar moeder die, vertelde ze, haar zakelijk en organisatorisch begeleidt en ook daadwerkelijk als het hoofd van het gezin optreedt. Deze song bleek een waardevol en emotioneel moment tijdens het concert.

Breekbaar
Zo kregen we bij elk lied te horen welke impact of welk belang de song voor haar had. Dat maakte het concert heel persoonlijk en breekbaar, wat door het publiek zeer werd gewaardeerd. In de toegift speelde Goudsmit nog een hele mooie versie van zijn ballad ‘Ernesto’ opgedragen aan een Surinaamse agent in Amsterdam. Daarmee daalden we weer rustigjes en verbijsterd terug op aarde.

Kim Hoorweg (zang) en Anton Goudsmit (akoestische gitaar) op 4 mei 2019 in Le Brocope te Oldeberkoop.

Kim en Anton Tijdens de Rood Show op NPO radio 2

 

Fay Claassen en haar Dutch Songbook

Het is al eerder gedaan: een Dutch Songbook maken. Henk Meutgeert heeft dertig jaar geleden liedjes van Annie M.G. Schmidt gearrangeerd en met het Metropole orkest uitgevoerd. Die uitvoeringen kwamen niet echt lekker bij me binnen. Dig d’Diz heeft een Dutch Songbook uitgebracht waarop ze oorspronkelijk en onverwacht repertoire drastisch bewerkte, dat was weer wel heel erg de moeite waard in mijn oren. Bij het T.V.-programma ‘De Wereld Draait Door’ hebben ze tijdens het seizoen 2017 – 2018 een Dutch Songbook opgebouwd dat er ook mocht wezen, zij het dat dat vooral in de pop-hoek werd uitgevoerd.
Nu hebben we dan een Dutch Songbook van Fay Claassen. Daarvoor kreeg ze van de WDR-Big Band de gelegenheid om samen met Cor Bakker het repertoire uit te zoeken. Het is samengesteld uit een verzameling klassiekers uit het entertainment van vroeger, het nabije verleden van de Nederlandse pop en enkele songs uit de Jazz-hoek.

Om met de laatsten te beginnen, ‘Find that Screw’ van Ilja Reijngoud is een Engelstalige song die meteen aan het begin van de cd is gezet. Niks herkennen of meezingen, een complexe song die van het hele orkest en van Fay Claassen zelf veel vraagt.
Wat meer bekend is het stuk van Toon Roos: ‘Reach for the Rose’, hier met tekst van Eline Slachtman. Cor Bakker leidt het heel voorzichtig in, waarna het orkest de zang van Fay als het ware naar de springplank begeleidt.

‘Aan de Amsterdamse grachten’ van Wim Sonneveld zingt ze wat trager dan Sonneveld het zelf deed, daardoor wordt het wat zwaarder aangezet. Ook in ‘Is Dit Alles’ van Henny Vrienten en Doe Maar, brengt ze uitdagend wat trager dan Vrienten het in het origineel deed. Daardoor wordt het een vette blues.

De meest aangrijpende song is wel het met Cor Bakker in duo uitgevoerde ‘Zonder Jou’ van Annie M.G. Schmidt, getoonzet door Cor Lemaire.  Cor B. parelt heel Bachiaans door zijn inleiding en begeleidt Fay door de aangrijpend gezongen tekst. Annie M.G. heeft het gedicht in 1947 geschreven en moet toen al een intens verlies te verwerken gehad hebben.

‘Keep me in your Dreams’ van de hand van Cor Bakker is ook een mooi uitgevoerde ballad op Engels tekst van Madeline Bell.
Het als een rap gezongen ‘Opzij, Opzij, Opzij’ van Hermen van Veen komt krachteloos over.
In ‘Dat Mistige rooie Beest’ van Rogier van Otterloo zingt Fay woordloos het thema.

De song ‘Five up High’ van Benjamin Herman staat op de gelijknamige CD van het gelijknamige quintet uit de jaren negentig. Fay spart al scattend met de diverse instrumentalisten, daardoor wordt het een lekker volle song.

Voor een ‘Definitief Liedboek ‘van Nederlandse bodem is dit een waardevolle bijdrage. Toch is er weinig uit het Nederlandse Musical verleden geput, iets wat bij het American Songbook voortdurend het geval is.
Het is een waardevolle CD maarIk vraag me af of alle songs op deze cd in het definitieve ongbook zullen beklijven.

Fay Claassen – zang
WDR Big band olv. Torsten Maas

Gast musici:
Cor Bakker – piano
Peter Tiehuis – gitaar
Theo de Jong – elektrische Bas

Gepresenteerd op: 7 september 2018
Verkrijgbaar op het internet