I Compani – Fellini 100, I Compani 35 – Icdiscs

Bo van der Graaf is altijd al iemand geweest van groots aanpakken. Het is niet zo verbazingwekkend dat je gegrepen wordt door de films van Fellini en dat je daaraan verbonden de muziek van Nino Rota ook overweldigend vindt. Maar als je die ook met een groep uit gaat voeren, moet je toch wel wat organisatorisch vermogen en visie hebben. Daar draaide Van de Graaf zijn hand niet voor om. Dat hij al vijfendertig jaar periodiek bezig is met deze muziek, betekent ook dat hij een doorzetter is en het verklaart zijn bevlogenheid. 

Daarnaast is hij niet vies van een ontregelende opmerking. Zo brengt hij de uitspraak van Frederico Fellini “Het leven is een combinatie van magie en pasta” ook daadwerkelijk tot uiting door in het hoesje een foto van een pan met pasta op te nemen waar de cd als een deksel op past. Ik zie Bo van der Graaf breed grijnzen bij die vondst. 

De Live registratie van 19 januari 2020 is sinds kort op cd verschenen en nu kan iedereen die gebeurtenis meemaken. Het programma zou ook in het BIMHuis worden gebracht maar de Corona pandemie hield dat tegen…

Het concert bestond voornamelijk uit muziek van Nino Rota met de swing van Bo van der Graaf. Ze speelden ook Misha’s ‘De Sprong o Romantiek der Hazen’. Met Guus Janssen achter de piano moet dat met de nodige knipogen goed gaan. 

Dat er serieus gemusiceerd wordt, blijkt wel uit de suite in vier delen: ‘Nooit meer vergeten’, door Bo van der Graaf geschreven in opdracht van de vijftigjarige uitgeverij SUN. Daarin verwerkte hij motieven van Hans Eisler en Igor Strawinsky, Met het Chileense ‘El Pueblo Unido Jamás será vencido’ als een feestelijk hoogtepunt. Muzikale keuzes die uitstekend passen bij een feestje van een vijftigjarige Socialistische Uitgeverij. 

Met eenentwintig musici wordt het programma niets ontziend achter elkaar uitgevoerd, met onder meer zang en dans door Felliniaans aangeklede types. 

Zo werd er filmmuziek en kermismuziek gemaakt waar dramatiek en humor afwisselend van af druipt. Maar voorop stond en staat dat de muziek serieus werd uitgevoerd, feestelijk was en het speelplezier van afspatte. 

De uitvoering van Cesare Andrea Bixio’s ‘Tango Delle Capinare’ is een mooie afsluiting waarin iedereen nog eens glanzend in het licht wordt gezet.

Peter Freijsen, Serena Jansen – zang

Paul Vlieks – trompet

Arjen Reeser – trombone

Bo van der Graaf – sopraansax, altsax, tenorsax

Frank Nielander – tenorsax

Inga Rothammel – baritonsax

Gert Wantenaar – accordeon

Leo Bouwmeester, Guus Janssen, Kees Molhoek – piano en keyboard

Aili Deiwiks, Friedmar Hitzer – viool

Saskia Meis – altviool

Arjen Gorter, Carel van Rijn – bas

Rob verdurmen, Thomas Jaspers – drums

Julia Heider, Duo Naaistreek – dans

Martijn Grootendorst – VJ

Don Braden/Teepe Quartet – In the Spirit of Herbie Hancock, Live at ‘De Witte’

Joris Teepe pendelt al bijna 30 jaar heen en weer tussen Nederland en New York. Hij heeft daar onder andere naam gemaakt als de bassist van Rashied Ali. Al ettelijke jaren verdeelt hij zijn aandacht tussen Nederland en New York. Omdat hij daar veel speelt en hier directeur is van ‘New York comes to Groningen’ op het conservatorium van Groningen. Bovendien wonen zijn vrouw en kinderen hier in Nederland. 

Toen hij begin jaren negentig van de vorige eeuw zijn plekje veroverde in de New Yorkse Jazz scene klikte het met de tenorist Don Braden. Sindsdien treden ze vaak samen op en vormen in allerlei groepen en groepjes een stevige as. Regelmatig vormen ze met plaatselijke musici een kwartet. Zo ook voor deze cd. Samen met pianist Rob van Bavel en drummer Owen Hart jr. speelden ze op 15 november 2019 in de Haagse sociëteit ‘De Witte’ een programma van Herbie Hancock Originals. Met twee eigen composities en de standard Yesterdays.

Het aardige is dat de stukken, ondanks de diverse herkomst, door de vier heel gelijkmatig worden gespeeld! Een deel van de Hancock originals, als ‘Maiden Voyage’ en ‘Watermelon Man’, komen uit diens begintijd, maar ook ‘Actual Proof’ en ‘Butterfly’ van de lp ‘Thrust’ uit zijn jazzrock-Headhunters tijd, worden met dezelfde warmte en inzet gespeeld. Uiteindelijk is de basis van elk stuk de partituur, of je die met een batterij synthesizers uitvoert of op een vleugel. In het laatste geval heb je alleen de hulp van aanslag en pedalen, in plaats van het manipuleren van de klank met allerlei knoppen en schuiven.

De genoemde stukken, evenals de andere twee gespeelde stukken van Hancock, ‘Speak like a Child’ en ‘Driftin’, zullen bij de meeste mensen redelijk tot goed bekend zijn. Daardoor zorgt de herkenning ervoor dat het Top-veertig-adagium – hoe vaker gehoord, hoe populairder- dan een grote rol speelt bij het herkenning en de waardering van de muziek, los van de kwaliteit. Zodoende hoort de luisteraar ook dat Braden en de zijnen deze bekende stukken met veel respect vaardig naar hun hand zetten. Ze geven een verfrissende remake van de stukken. 

In zijn ‘The Ingenious Catalist’ speelt Don Braden met een lichtere toon en lijkt wat meer betogend te spelen dan in de Hancockstukken. Alsof hij op die manier het brede talent van Hancock beschrijft. Rob van Bavel doet zijn duit in dat zakje: ook hij houdt een boeiend betoog. Joris Teepe laat zich niet onbetuigd en vertelt zijn mening over Hancock. Nadat Don Braden het thema nog eens uitwerkt, sluit tenslotte Owen Hart jr. de verhandeling met zijn uitleg af. Een mooie reeks verhandelingen.

‘Role Model’ komt uit de pen van de bassist en hij begint zelf. Ook dit nummer klinkt wat zakelijker dan de Hancock stukken. De veelzijdige introductie op zijn eigen compositie staat als een huis. Als het thema wordt gespeeld, blijkt dat verrassend melodieus te zijn en herken je in de bassolo met terugwerkende kracht alsnog motieven, ritmes en loopjes van het thema terug. 

In ‘Butterfly’ keren ze weer terug naar de warme sound die ze eerder ook in de andere Hancock stukken hanteerden. 

Rob van Bavel opent ‘Driftin’ met een uitgebreide solo. Waarna hij de saxofonist uitnodigt en Braden opnieuw het thema uitwerkt.

De afmaker is de standard ‘Yesterdays’. Braden zet dat met het hoofdmotief neer en varieert er dan op, het thema in de gaten houdend en er steeds weer uit citerend. Dan krijgt iedereen de ruimte om met het stuk aan de haal te gaan. Braden soleert in medium tempo, gestoken begeleid door de pianist en de slagwerker. Van Bavel maakt er dan een groots en uitbundig muzikaal gebouw van. Braden komt nog een keer terug om nogmaals en stevig zijn zegje over de compositie te berde te brengen. Dan laat Teepe horen dat hij ook heel erg thuis is in de standard. Waarna de saxofonist afrondt met een meer tedere benadering van het thema van Yesterdays. 

Barry Olthof heeft een prachtige opname van het geheel gemaakt, waardoor we het concert nu in volle glans thuis terug kunnen luisteren.

Don Braden – Tenorsax en fluit

Rob van Bavel – piano

Joris Teepe -contrabas

Owen Hart jr. – drums

UItgebracht op O.A.P. records.

Rob Pronk – The Bebop Years – Studio sessions 1950-1957

Nederlands Jazz Arc hief 

Geschiedenis

Iedereen die een beetje op de hoogte is van de geschiedenis van de Nederlandse Jazz, weet dat in de Jaren vijftig van de vorige eeuw, de Nederlandse Jazz mondjesmaat op de plaat verscheen. De Legendarische Michiel de Ruiter heeft toen regelmatig gelobbyd bij Philips om dat voor elkaar te krijgen, maar met vage antwoorden als “Ja, Ja, nee, nee, komt nog wel eens.” Werd zijn streven voortdurend op de lange baan geschoven. Totdat hij van de musici hoorde dat de concurrerende platen maatschappij Bovema afspraken had gemaakt met de belangrijke Nederlandse Jazzgroepen voor plaatopnamen. Toen meldde hij aan Philips: “…dat het niet meer hoefde! Bovema deed het al.” Dat was tegen het zere been en in recordtijd maakte Philips opnamen en hun lp ‘Jazz Behind the Dikes’ lag ook nog een paar dagen eerder in de winkel dan ‘Jazz from Holland’ van Bovema. Michiel de Ruyter had zijn zin: De Nederlandse Jazz stond op de grammofoonplaat!

Alle lof daarvoor, maar één naam schitterde nagenoeg voortdurend door afwezigheid.  Die van Rob Pronk. En dat terwijl hij door de pers altijd als een van de belangrijkste Nederlandse Jazzmusici werd gezien. Hij was niet alleen pianist en trompettist, maar componeerde en arrangeerde ook! 

Op de uitgave van Bovema: vinden we twee opnamen van het Rob Pronk Trio. Terug te vinden op de al ruim 2 decennia niet meer verkrijgbare cd “Jazz from Holland” deel 6 in de serie “Terug naar toen” uit 1995. Pronk speelde ook mee op de twee opnamen van de Dutch All Stars, die toen ook werden opgenomen. Deze zijn alsnog in 2002 door het Nederlands Jazz Archief op cd gezet, op het nog verkrijgbare ‘Combo’s in Nederland, deel 2 (1950-’55)’. Op ‘Jazz Behind the Dikes III’ vinden we de naam Rob Pronk pas terug. Als groepslid van de Wessel Ilcken All Stars. Ze speelden onder andere ‘The Goofer’ van ene Robert Pronk.

Het Persoonlijk archief

Dankzij het feit dat het persoonlijk archief van Rob Pronk na zijn overlijden in 2012, bij het Nederlands Jazz Archief terecht is gekomen, vond de inventarisator daarin de opnamen die Rob Pronk in 1957 maakte voor de Wereldomroep. Voor ‘De Hollanders Overzee’. Die zijn nu compleet op cd gezet. Plus onder andere de opnamen van twee stukken op glasplaten uit 1950. Die kwamen ook uit Pronk’s archief. Daarop speelt het toenmalige Rob Pronk trio. Op een nummer zingt zijn zus Babes Pronk. 

Kortom deze cd is een behoorlijke aanvulling op de muzikale documentatie van Rob Pronk. Voor de volledigheid werden nog een paar nummers op de cd gezet, die in Stockholm werden opgenomen, omdat Rob Pronk daar achter de piano zat.

De Sessies

Er werden in 1957 drie sessies opgenomen met drie verschillende groepen, die ook heel verschillend klinken. Dat kwam deels doordat er een steeds kleinere groep achter de microfoons stond, maar ook omdat de muzikanten in de loop van die negen maanden steeds meer durfden en de lef kregen om zichzelf te zijn. 

Pronk speelt alleen trompet en Rob Madna is overal de pianist. Ook van hem is elke signaal de moeite waard. Niet alleen de gebroeders van Rooijen doen mee, naast Harry Verbeke en Toon van Vliet is het de moeite van het vermelden waard dat er een hele jonge Rudi Bink meeblaast.  Bovendien speelt er op elke sessie een andere bassist mee: Dick van der Capellen, Dick Bezemer of Ruud Jacobs! Vooral van de eerste is het bijzonder dat hij meespeelt. Van hem is uit deze tijd ook maar heel weinig muziek bekend.

Het lijkt wel of deze opnamen voor de Wereldomroep gemaakt zijn als aanvulling op de reeks die Philips maakte voor de ‘Jazz Behind the Dikes’ langspelers. Ze zijn er een noodzakelijke en prachtige aanvulling op. De sessies zijn niet chronologisch op de cd terecht gekomen. De laatste sessie komt eerst. Vervolgens de tweede sessie en uiteindelijk de eerste. 

Tijdens de eerste opnamesessiein januari, werden drie zelfgeschreven nummers opgenomen. Keurig op de 78-toeren lengte van 2 tot 3:30 minuten. Nog een beetje voorzichtig gespeeld, maar wel met drie trompetten en drie saxofoons. Rob Pronk, Jerry en Ack van Rooijen op trompet, Toon van Vliet en Rudi Brink speelden tenorsax en Harry Verbeke baritonsax. De ritmesectie bestond uit Rob Madna piano, Dick van der Capellen contrabas en Ruud Pronk drums. Stuk voor stuk legendarische namen uit de toenmalige moderne Nederlandse Jazz. 

Iedereen kreeg ruimte om te soleren. Want ja, dat is toch waarvoor je Jazz speelt: swingen en soleren. Het derde nummer was geschreven door Rob Pronk. Dat was tijdens deze sessie ook het enige nummer dat met meer lef in een lekker tempo werd gespeeld. 

De tweede sessie, September 1957, gaf een ander geluid: Toen klonken ze bijna Amerikaans vlot en lekker. Terwijl er “maar” twee trompetten en twee saxofonisten meespeelden. Rob Pronk zelf en Jerry van Rooijen op trompet. De tenorsaxofonisten waren Harry Verbeke en de toen nog maar 19 jaar oude Rudi Brink. Rob Madna zat achter de zwart-witte toetsen, Dick Bezemer was de zeer volwassen spelende bassist en Broer Ruud Pronk drumde. Hier speelden ze een stuk van Rob Pronk en een stuk of vijf standards uit het American Songbook. 

Het eigen nummer, ‘Four Roses’ werd zeg maar meer op een rustig zangtempo gespeeld en de standards wat sneller. Zelfs ‘Blue Monk’ werd iets sneller dan de originele opname van Monk gespeeld.  De klapper van deze sessie is ‘You Took Advantage of Me’. Hier klinkt de groep alsof het Amerikanen zijn die in Los Angeles werden opgenomen.

Bij de derde sessielijkt het wel alsof er niet meer zoveel geld was: Rob Pronk speelde trompet en altsaxofonist Herman Schoonderwalt stond naast hem. Hij zou 6 jaar later in 1963 de allereerste Wessel Ilcken prijs krijgen. Rob Madna was de pianist, Ruud Jacobs de negentienjarige bassist en Cees See de drummer. Een ander en veel belangrijker argument voor de juiste samenstelling van de groep hoor je in de muziek: die wordt veel volwassener en zelfverzekerder gespeeld. De muziek van deze sessie is ook veel persoonlijker van klank. Vandaar dat de cd ermee begint.

De Glasplaten

In 1950 heeft Pronk twee privé opnamen gemaakt op glasplaten. Daarop horen we Rob’s trio met Hans Tan contrabas en Jan Opgenhaeffen op drums. Op ‘I’ll remember April’ horen we de 19-jarige Babes Pronk zingen. Ook van haar zijn bijna geen opnamen bekend. Op de al eerdergenoemde ‘Royal Mixed’ cd zingt ze ‘Tea for Two’ bij het Flamingo Quintet in 1950.

De Zweedse opnamen

Deze zijn van augustus 1953. In die tijd speelden Rob Pronk en de gebroeders van Rooijen trompet in de Boyd Bachman-band. Deze toerde in Zweden en daar speelde ook de Stan Kentonband. Dus gingen de trompettisten natuurlijk luisteren. Voor plaatopnamen van enkele leden van de Kentonband zochten ze een pianist. Zodoende kwamen ze terecht bij Rob Pronk. Zo maakte hij in Stockholm zijn debuut op de plaat. Samen met de Kenton ritme tandem Don Bagley (bas) en Stan Levey (drums). Als blazers fungeerden op de eerste wee opnamen: Ake Persson, Frank Rosalino en Bob Burgess op trombone en op de andere twee Zoot Sims op tenorsax. Niet de minsten onder de Amerikaanse musici in die tijd. 

Bij de trombonisten speelt Pronk bij ‘Don’t Blame me’ een piano intro. Verder moet je diep in het geluid graven om de piano eruit te vissen. Achter Zoot Sims is de piano duidelijker te volgen. Ook bij ‘Rough chance on Love’ speelt de pianist ook een intro en is achter de tenorist goed te volgen.

Resumerend mag je wel stellen dat het Nederlands Jazz Archief met deze uit de archieven opgedoken opnamen opnieuw haar naam en bestaansrecht meer dan waar maakt. Zo wordt opnieuw voor iedereen een kostbaar stukje Nederlandse jazzgeschiedenis in het algemeen en van Rob Pronk in het bijzonder, toegankelijk gemaakt. 

Naschrift.

Rob Pronk verdween naar Duitsland, waar hij in het Kurt Edelhagen trompet speelde en al gauw ook ging schrijven en arrangeren. Dat werd dermate goed betaald, dat hij op latere leeftijd halfjaarlijks pendelde tussen Duitsland en Florida. 

Zijn Arrangementen en composities zijn met enige moeite nog wel te vinden. In dat verband mag wel worden genoemd dat het Metropole Orkest ruimschoots gebruik heeft gemaakt van zijn arrangementen en composities. Hij schreef er honderden.  Ook dirigeerde hij dit orkest op ettelijke cd’s.

In 1994 is op het obscure label ‘A la Bianca’ nog een cd verschenen ‘It Happened Yesterday’ met opnamen uit 1968 van het Rob Pronk Jazz-Orchestra, geproduceerd door Joop de Roo.  Deze cd kan worden gezien als deel een van een trilogie van drie Big Bandopnamen rond arrangementen van Rob Pronk en Jerry van Rooijen: deel 2: de Festival Big Band – ‘Explosive!’ Uit 1971, onder leiding van Jerry van Rooyen. Als derde cd geldt de opname uit 1973: ‘The Jerry van Rooijen Orchestra’ uit de reeks ‘Dutch Jazz Giants’. De box die door Point Entertainment op de markt kwam, nadat Mercury de box ‘Dutch Jazz Masters’ met 70 jaar Nederlandse Jazzgeschiedenis had uitgebracht. Met deze -toen nog LP – ’The Jerry van Rooijen Orchestra’ werd de trompettist Rick Kiefer gepresenteerd. Maar vooral geldt dat opnieuw Rob Pronk en Jerry van Rooijen de arrangeurs van de stukken waren. Dat maakte deze drie LP’s tot een drie-eenheid. 

Greetje Kauffeld’s ‘And Let the Music Play’ uit 1974 ook met arrangementen van Jerry van Rooyen en Rob Pronk maakt van de drie uitgaven een kwartet. ‘Explosive’ en ‘And Let the Music Play’ zijn nog te verkrijgen op het Berlijnse Sonorama Label. Joop de Roo, de producer van al dit moois, heeft die opnamen daar onder kunnen brengen, zodat ze opnieuw verkrijgbaar werden en nog zijn. 

Rob Pronk – The Bebop Years – Studio sessions 1950-1957 uitgebracht door het Nederlands Jazz Archief

Musici: 

In 1957:

Rob Pronk, Jerry van Rooijen, Ack van Rooijen – trompet

Herman Schoonderwalt – altsax

Toon van Vliet, Ruud Brink – tenorsax

Harry Verbeke – tenorsax, bariton sax

Rob Madna – piano

Ruud Jacobs, Dick Bezemer, Dick van der Capellen – contrabas

Cees See, Ruud Pronk – drums

In 1950:

Babes Pronk – zang

Rob Pronk – piano

Hans Tan – contrabas

Jan Opgenheaffen – drums

in 1953:

Ake Persson, Frank Rosalino, Bob Burgess – trombone

Zoot Sims – tenorsax

Don Bagley – contrabas

Stan Levey – drums

XYZ de Son Bent Braam

Michiel Braam laat weer eens ouderwets van zich horen. In samenwerking met twee originele leden van zijn Bik Bent Braam uit 1995/1996 heeft hij zijn XYZ-repertoire van die periode nogmaals uitgevoerd. Zij het wel heel anders! De stukken werden niet zozeer gekopieerd, maar naar het Latijns Amerikaanse idioom toegeschreven. Vanzelfsprekend is de bezetting van het orkest vijfentwintig jaar later, op drie oorspronkelijke leden na, anders.

Deze suite was niet zijn eerste. Michiel Braam componeerde toen al veel in de vorm van Suites. Maar deze vulde wel een compleet concert. Mensen die een van de concerten meegemaakt hebben staat die gebeurtenis nog goed voor de geest.

Ondanks de verschillende benadering in 2019 ten opzichte van 1996 en een nagenoeg volledige nieuwe bezetting van de band, ontstaat er toch een mooi gevoel van herkenning. Om niet te zeggen een feestelijk gevoel. Het is een lange suite van zesentwintig delen, voor elke letter een. Voor de remake van dit muzikale Alfabet van 1995/1996 is Braam uitgegaan van dezelfde bouwstenen, maar doordat ze anders ingekleurd zijn, er andere ‘metselaars’ aan te pas kwamen en andere ‘specie’, kreeg het geheel vanzelfsprekend een totaal ander aanzicht. Daardoor mag je wel zeggen dat het nieuwe muziek is geworden. Dat is het leuke aan Braams’ muziek. Er wordt bij hem altijd een andere twist aan de muziek gegeven en de vrijheid en de inbreng van de muzikanten staan bij hem voorop. Niet zonder trots vertelde hij zo’n twintig jaar geleden wel, dat zijn stukken na afloop van de tournee vaak onherkenbaar veranderd waren door de inbreng van de musici.

Tussen de zesentwintig stukken vindt iedere luisteraar zijn eigen favorieten. Het aardige is, dat je tijdens de opeenvolgende luistersessies, met je voorkeur langzaamaan van het ene stuk naar het andere schuift. 

Meteen vanaf het begin word je door de muziek opgetild, meegenomen in een feestelijke draaikolk. Soms zijn de overgangen naar de volgende ‘letter’ wat bruusk. Van het opgewonden, blije ‘Bienestar’ naar het kalmpjes gespeelde, stadig stappende ‘Chachachando’, schrik je wel even, maar je wordt meteen weer opgetild door de muziek. Een kolfje naar de hand van Efraïm Trujillo. 

Maar elke keer kom je in een andere heerlijke werveling van muziek. Soms lijk je in rustig vaarwater te komen, maar blijkt dat er voor de luisteraar toch wel enige chicanes te nemen zijn.  Je wordt er ontegenzeggelijk telkens weer vrolijk van.  

Angelo Verploegen, Joël Botma – trompet

Ilja Reijngoudt, Jeroen Verberne – trombone

Efraïm Trujillo – Sopraansax, klarinet, Fluit

Bart van der Putten – altsax

Frank Nielander – Tenorsax, sopraansax

Jesse Schilderink – tenorsax

Michiel Braam – piano

Aty de Windt – baby bass

André Groen, Danny Rombout en Martin Gort – percussie