Vloeimans’ Gatecrash – Party Animals

Live at the BIMHuis Amsterdam – 06-12-2015 – V-flow

Eric Vloeimans – Trompet, Jeroen van Vliet – Fender Rhodes, Gulli Gudmundsson – Elektrische bas, Jasper van Hulten – Drums

Opmaat

Vol zelfvertrouwen geeft meneer de trompettist op en in de omslag van zijn dubbelaar ‘Party Animals’ weinig of geen achtergrondinformatie mee, dan alleen de statistische gegevens. Die vind je als je de cd’s in de cd-speler wilt stoppen. Deze muziek van zijn elektrische groep is eigenlijk meer van hetzelfde, maar dan gemaakt met behulp van elektronica.

Overzicht Carrière

Sinds zijn eerste cd ‘No Realistics’ uit 1992 heb ik behoorlijk mijn best gedaan om zijn muziek in huis te krijgen. Bij elkaar ruim 50 stuks. De eerste cd’s die hij maakte, vond ik niet altijd echt lekker te pruimen. Terugkijkend en -luisterend denk ik dan: Waarom? Anton Goudsmit deed mee, Arnold Dooijeweerd baste, er stonden stukken van Martin Fondse op. 

In die tijd tijd draaide hij een paar jaar mee in Michiel Braams’ ‘Bik Bent Braam’. Daar heeft hij zich geconcentreerd op zijn lyrische toon en kon naar hartenlust zijn solo’s uitbouwen, aanpassen en vernieuwen. Er staat me een concert voor de geest, dat hij op een gegeven moment met zijn solo begon, door over de snaren van de open vleugel te spelen. Daarmee creëerde hij als het ware een sterrenregen van nootjes. 

Sindsdien speelde hij in een hele reeks Nederlandse ensembles als bijvoorbeeld Martin Fondses’ Oktemble en met bekende en minder bekende Amerikanen, Noren, Finnen, Italianen, die in zijn straatje van lyrisch improviseren paste. Op zijn cd ‘Bitches and Fairytales’ uit 1998 hoor je zijn vrije, beeldende, lyrische trompetgeluid in zijn eigen muziek echt tevoorschijn komen.

Brutto Gusto.

December 2000 speelde hij met een internationaal gezelschap, Nguyên lê gitaar, Lars Danielsson cello en contrabas en Markku Ounaskari drums, tijdens Willem Breukers’ Klap op de Vuurpijl. Mede dankzij Co de Kloet werd dat ook op de radio uitgezonden. Bij mij draaide een cassette mee. En potverdorie, wat een lyrische Jazz was dat! Vaak stevig en met een enkele mooie ballad. Na een paar keer luisteren bleek daar een ongelooflijke spanningsboog in te zitten. Die muziek werd in 2002 (pas!) op de cd ‘Brutto Gusto’ uitgebracht op Challenge. 

Met de ‘Boompetit’ cd uit 2004 was het wat mij betreft echt rond. Toen had Eric blijkbaar zijn vorm/manier van spelen echt gevonden. Dat samenwerkingsverband met Ernst Reijseger, Harmen Fraanje en Anton Goudsmit was op cd en natuurlijk vooral Live een belevenis om mee te maken. Een Concert bij Hothouse Redbad in Leeuwarden met Ernst en Anton staat me nog levendig voor de geest als het ideale Jazzfeestje. Ik zat op de tweede rij, terwijl ik meestal achterin sta en genoot me wild. Het postertje daarvan heeft nog jaren op mijn muziekkamer gehangen als herinnering aan dit trio en aan ultieme jazz. ‘Summersault’ was de juiste opvolger van ‘Boompetit’ Ook pure schoonheid.

En toen kwam als een donderslag bij heldere hemel eind 2006 zijn Gatecrashin’op aarde. Totaal anders. Elektrisch, brutaal en na enige gewenning prima te beluisteren. Co de Kloet had toen op Radio zes van 4 tot 7 ’s middags een fantastisch Jazzprogramma, dat later verwerd tot een soul programma. Co had voor dit programma ‘Hyper’ van de tweede GateCrash cd als slottune. Dat stuk was 10 en een halve minuut lang en werd gewoonlijk precies om 18:49 en dertig seconden opgezet. Het geluid werd pas omhoog gedraaid als Co door zijn programma en tekst was. Dat mocht van mij meteen wel, dan kregen we tenminste dat hele nummer te horen. Het begon met een dubbeltonig klinkende inleiding en een solo van Jeroen van Vliet op zijn Fender. Doordat je het regelmatig te horen kreeg, werd het steeds bekender en spannender. Eerst rommelde het wat aan, leek het, bezwangerd met de spanning van: “Wat gaat er gebeuren!” Dan komt de bas van Gulli erin en start Jeroen van Vliet op zijn Fender. Langzaamaan wordt uit stukjes en beetjes het thema opgebouwd. Maar dat wordt je pas gewaar als je dat thema hebt leren kennen. Eric improviseert, Jasper komt erbij en de spanning wordt opgebouwd, de geluidsschuif schoof ook een beetje omhoog. Na 4:10 precies komt bij Eric eindelijk het thema tevoorschijn. Dan gaat de Fender van Jeroen van Vliet in de versnelling! Dan zijn ze pas halfweg. Jeroen trekt fors van leer over de groove in zijn linkerhand. Jasper krijgt gelegenheid om over zijn trommels te razen en dan neemt Eric het heft weer in handen door voluit het thema uit te spelen. Tenslotte wordt de volumeschuif dan langzaamaan in ruim een minuut teruggeschoven en eindigt het stuk in applaus. Echt een meesterwerkje. 

Zijn volgende cd, Fugimundi, grijpt weer terug op het Boompetit/Summersault programma. Het bijzondere van deze cd is dat het trio Vloeimans, Fraanje en Goudsmit die cd hebben opgenomen in de Jazzclub ‘Yostis’, Oakland, U.S.A. Om in de V.S. voet aan de grond te krijgen. 

In 2012 komt er een serie dubbelaars op het label ‘Bop City’ waarin een cd en dvd met opnamen van het North Sea Jazz Festival. Jammer genoeg heeft die serie zich niet doorgezet. Moeilijkheden met rechten als ik het goed heb. Maar er zat een cd met muziek van Eric bij. Met op de dvd heeft andere muziek dan de cd. Twee uur livemuziek van het NSJF. Op de cd vind je het trio ‘Vloei, Fraan en Goud’ (Vloeibaar Goud?) en Gatecrash. 

Van elk vier stukken. Beide registraties zijn de moeite waard. De dvd bevat twee stukken van het legendarische Michiel Borstlap sextet uit 1996. Verder twee stukken met Eric’s’ kwartet uit 1999 met John Taylor op piano, Marc Johnson contrabas en Peter Erskine drums. De derde groep is eigenlijk de Jan Akkerman groep waar Eric in meespeelde. 

Nog steeds speelt hij als gastsolist met allerlei groepen mee. Rockend bij Jan Akkerman en Kyteman, Klassiek met het blaaskwintet Calefax en het Holland Baroque. Er kwam ook een cd uit, ‘Evensong, uitgevoerd door het Nederlands Symphonie orkest onder leiding van Jurjen Hempel, waar symfonische stukken van Eric en Martin Fondse op staan. met onder andere ‘Lex’, ‘Requiem’ en ‘Your Majesty’. Hij vormt duo’s met Eric Vaarzon Morel, met Remy van Kesteren, tot zelfs een gelegenheidsduootje met Cor Bakker.

Tussendoor komt zijn Gatecrash nog wel eens op de podia tevoorschijn, maar hij concentreert zich vanaf 2013 vooral op zijn samenwerking met Jörg Brinkman, Cello en Tuur Florizoone op de Accordeon in ‘Oliver’s Cinema’. Akoestisch, avontuurlijk, meeslepend. Opnieuw: Muzikaal Avontuur in schoonheid gekleed.  Alle drie zijn ze bereid om ver buiten de platgetreden paden hun weg te vinden. 

Verder speelt hij een seizoen samen met de Syrische klarinettist Kinan Azmeh en vervolgens met de Argentijnse Nederlander pianist Juan Pablo Dobal. Duo’s waarbij de muzikale schoonheid altijd de overhand heeft.

Party Animals 

In het nieuwe decennium van 2020 staat hij opnieuw met zijn Gatecrash op de planken. Tegelijkertijd heeft de trompettist een live opname uitgebracht, die vier jaar geleden is opgenomen tijdens een concert in het BIMHuis op Sinterklaasavond 2015. Voor Improvisatiemuziek zoals Eric Vloeimans die maakt kun je het wat gedateerd noemen, maar aan de andere kant is de muziek ook weer tijdloos. Zijn concerten worden nu gedeeltelijk gevuld met stukken uit deze twee schijven, aangevuld met ander/nieuw materiaal. Tijdens het concert bij Hothouse Redbad in Leeuwarden, januari 2020, was de verhouding vier stukken van deze dubbel-cd tegen zes uit nieuwe(?) voorraad. 

De composities op de eerste cd zijn afwisselend, zoals dat hoort. De inswinger is ‘Airchair’. Een verbeelding van een vliegtocht waarin de snelheid omgezet wordt in felheid met een spannende drive. Met Jasper van Hultens’ ‘Thunderbirds’ wordt die sfeer even sterk doorgezet. Met ‘Song for Syria’ komt er wat rust in de tent. Daar komt de etherische sfeer van zijn spel met de Syrische klarinettist Kinan Azmeh tevoorschijn. Maar met Gudmundssons’ ‘Entropy’ gaan ze weer stevig aan de bak. In ‘The Sad Toreador’ van Eric wordt in mineur gespeeld, wat een nostalgische sfeer geeft. 

Dan is de tweede cd aan de beurt. 

Hier begint het heel voorzichtig met ‘Bolero’, de trompettist komt in de loop van het stuk toch los en eindigt weer in rust. Dan speelt Jeroen van Vliet solo op de Fender een inleiding op zijn compositie ‘Albuquerque’, waarna het stuk start met de trompet in de hoofdrol. Jeroen van Vliet neemt een solo die meer potent is dan zijn inleiding en Jasper van Hulten probeert motiefjes uit de compositie uit. Gulli Gudmundssons’ ‘Mr GG’ is vooral een solo voor de componist op zijn elektrische bas. Uiteraard doen de trompettist en de toetsenist ook hier weer hun zegje. 

‘Party Animals’ is het sluitstuk van dit programma. Het is eigenlijk wat te sickisch geworden. Een beetje een over het paard getild, geforceerd liedje. Je zou kunnen zeggen dat de vliegwielwerking die je meestal in Vloeimans’ muziek hoort, hier afwezig is. Daar tegenover staat weer dat het publiek het zo meezingt. Noem het een stuk met hitpotentie.

Samenvattend blijkt het etiket Rock Jazz hier helemaal niet te passen en het begrip elektrische muziek dekt de lading maar beperkt, ook al ligt er bij de trompettist een hele batterij toetsen, knoppen en handels voor zijn voeten. Het is ‘gewoon’ Eric Vloeimans’ muziek, die in dit geval regelmatig elektronische aangepast wordt. 

Dus als altijd, meeslepend, mooi en even aantrekkelijk.

The New Conrad Miller Trio – Met Liefde gemaakt

The New Conrad Miller Trio – Con Alma – Mocher Music

Coen Molenaar – piano, David de Marez Oyens – contra bas, Enrique Firpi – drums

Dit trio heeft met ’Con Alma’ haar tweede cd uitgebracht. Voor Coen Molenaar (de Conrad Miller van het trio) lijkt dit wel routine. Zijn werk in de muziek op pop- en Jazzgebied laat zien dat hij al heel wat jaren meedraait. Alle drie hebben ze al een lange staat van dienst.  Enrique Firpi beweegt zich vooral in de Latin Jazz scene. Samen met David de Marez Oyens is dit trio al jaren de begeleidingsgroep van gitarist Jan Akkerman. Molenaar is ook de toetsenist van de pop/rock groep Tristan en heeft in het verleden samengewerkt met Edsilia Rombley en met Deborah J. Carter. Voor hen deed hij ook productiewerk.

In vergelijking met zijn eerste cd van het trio, ’Sounding Silence’ uitgekomen in 2018, kun je zeggen dat ze er nu meer uithalen dan bij die eerste schijf. De productie laat de drie instrumenten helder uitkomen. Je mag wel zeggen dat hun spel degelijk en toegankelijk is.  In het eerste nummer hoor je de voorkeur van Firpi duidelijk doorklinken: Latin! En er wordt stevig met syncopen gestrooid, waardoor het geheel een prima swing heeft. Dat zet zich door op de hele cd. Zelfs in dromerige stukken als ‘Ten Minutes after Paris’ wordt de swing meteen toegepast in het sologedeelte. 

Alhoewel de pianist Molenaar het leeuwendeel voor zijn rekening neemt, daar is hij ook de pianist voor, krijgen De Marez Oyens op contrabas en Firpi op zijn drumstel veel ruimte. Daarnaast is de muziek dermate goed opgenomen, dat je ze, ook de bassist (!) in het ensemblespel goed kunt blijven volgen. Een prima productie.

Voor het frontje van deze cd is de groep net zoals bij hun eersteling, te rade gegaan bij de schilder Maurice Cheval, een kunstschilder uit Florida. Met een magisch realistische verbeelding wordt ‘Con Alma’ de titel van de cd, in olieverf uitgebeeld.

Trio Benjamin Herman in Balk

Benjamin Herman – Altsax, Thomas Pol – Contrabas, Joost Patocka – Drums

2 februari 2020, Podium Gorter te Balk 

In de Doopsgezinde kerk in Balk aan de Raadhuisstraat wordt regelmatig een concert gegeven. Het varieert van muziek via cabaret, via toneel tot veel soorten muziek. Geheel in de stijl van het dorp Ballk, heet het podium dan ook ‘Podium Gorter’. Niet alleen naar de dichter Herman, maar naar zijn grootvader Douwe Simons Gorter. Die was dominee van de Doopsgezinde kerk van 1854 tot in 1876. De dichter Herman Gorter heeft indertijd wel bij zijn grootvader gelogeerd. 

Voor de zondag 02-02-2020 was het trio van Benjamin Herman uitgenodigd. Vooral Benjamin vond dat prachtig, omdat zijn moeder (88 jaar) hier op vierjarige leeftijd ook op vakantie was geweest. Daar had ze nog steeds heldere herinneringen aan. Voor de altist was dat een aantrekkelijke reden om in Balk te komen spelen. Hij speelde met de uitstekende bassist Thomas Pol en zijn super stabiele drummer Joost Patocka. 

Trio Benjamin Herman met Benjamin Herman, altsax, Thomas Pol, contrabas en Joost Patocka op drums

Om warm te draaien speelden ze de oude songs ‘Namely You’ en het ‘You’ve Changed’. Toen ging ’t los met een snelle versie van Misha Mengelbergs’ ‘Rollo II’. Net zoals in de eerste twee stukken kreeg Thomas Pol ook hier de ruimte om te soleren. Dat deed hij opnieuw met veel klasse. Dat geldt voor zijn hele optreden gedurende het hele concert. Hij is de jongste van de drie. De beide anderen, Joost en Benjamin, spelen al zo’n dertig jaar samen. Zij kennen elkaar dan ook van haver tot gort, die kunnen elkaar echt niet meer voor de gek houden. Thomas, de bassist behoort tot de jongere generatie bassisten. Hij heeft na zijn conservatoriumopleiding in Nederland een paar jaar in New Orleans gestudeerd, daar natuurlijk ook in groepen gespeeld en zelfs heeft hij daar plaatopnamen gemaakt. Teruggekomen in Nederland kreeg hij eerst veel los werk en is nu een zeer gewaardeerd lid van dit trio, maar ook van de jonge groep Coal Harbour, zijn generatiegenoten. 

Zijn solo’s glansden dan ook en werden met vaart en evenwichtig opgebouwd, zodat er een prachtig verhaal tevoorschijn kwam. Zijn ‘Piece de Resistance’ bleek de introductie solo bij een stuk, waarna Benjamin tot verrassing van het hele publiek ‘Summertime’ van George Gershwin inzette. De uitgebreide solo van de bassist kreeg toen nog meer waarde en waardering, ook al omdat hij alles uit de kast had gehaald, om een meeslepend verhaal te vertellen. Benjamin kent het stuk natuurlijk uit en te na en heeft het laatst nog als sluitstuk van de laatste uitzending van VPRO’s ’Vrije Geluiden’ achter de mezzosopraan Tania Kross gespeeld. Vandaar ook dat hij in Balk een geslaagde versie kon brengen. 

Dit was het op een na laatste stuk van het concert. Daarvoor putte de altsaxofonist uit zijn uitgebreide oeuvre. Van oude Standards naar nieuwe stukken als ‘Rubberroom’ van zijn ‘punk’ plaat ‘Bughouse’. En zowaar, ook dat nummer het misstond niet in het geheel. Zoals zo vaak tijdens zijn concerten speelde hij ook nog zijn eerbewijs aan Doris Day. ‘Do I love you, love you, love you’ Soms maakt hij er een snerend geheel van, maar deze keer kwam er een normale versie van het podium. 

De honderd luisteraars in het uitverkochte kerk-concertzaaltje dwongen nog een toegift af en kregen tenslotte nog even een onvervalste Johnnie Griffin song voorgeschoteld. De drie op het podium speelden nog even in een noodtempo, Johnnie Griffin waardig, het dak van het huis. Het publiek ging dan ook opgetogen naar hun huis.