Etta James – Collected

De Amerikaanse Etta James was een Rhythm ’n Blues zangeres van het oude stempel. Ontdekt door Johnny Otis, groeide ze als zangeres op in de zelfde tijd als Elvis Presley. Ze zat onder meer in het voorprogramma van Little Richard. Als zangeres ging ze door tot het bittere eind. Ze stierf twee maanden nadat haar laatste plaat ‘The Dreamer’ was uitgekomen. 73 jaar oud.

Jamesetta Hawkins werd geboren, toen haar moeder veertien jaar oud was. Haar vader was niet bekend. Voor de zestien jarige Etta James was in 1955 haar eerste plaatje meteen een grote hit. Die kwam uit onder de titel ‘The Wallflower (dance with me Henry)’ Maar de tekst is uiterst expliciet: He baby, wat moet ik doen dat je van mij houdt? Het antwoord is : Roll with me Henry. Oftewel: Zoek het bed eens met me op! ‘Good Rockin’ Daddy’ het volgende nummer op deze collectie van hits en andere opnamen van Etta James laat ook niets aan de fantasie over. Kortom, bij Etta James was Sex the thing! Dat was in die tijd niet uitzonderlijk. Elk liedje in de commerciële populaire muziek draait toen en nog steeds om ‘Ik hou van jou, ik blijf je trouw’ of ‘Je liet me stikken, en ik ben zo ongelukkig’. Altijd wordt er op de hormonen gespeeld. Dat universele gevoel activeert tot kopen. Zo zit dat. Etta James was daarin echt geen uitzondering.

In die tijd zat de muziekindustrie muzikaal gezien in volle vaart in de overgang van Swing naar de Rock ’n Roll. Er werd toen ongelimiteerd een mix van swing, boogiewoogie, rhythm ’n Blues, Jump ’n Jive, gebruikt om de functie van de Jazz, de popmuziek van de jaren Dertig, over te nemen. Ze kwamen toen uit bij de Rock’n Roll. De muziek van Etta James moet je in die hoek zoeken. Geen up tempo, maar gewoon lekkere en dramatische liedjes met een gore tenorsax. Druipend van opwinding, Als het maar op het gemoed werkte. Op latere leeftijd werden de teksten wel wat meer passend, maar het drama en de powerzang bleef! Haar muziek stond altijd als een huis, of er nou een funksaus over heen ging, of dat het een trage Ballad bleef. Etta James heeft het eigenlijk nooit echt gemaakt in Europa. In de V. S. was ze een van de betere artiesten in het grote leger van zangers en zangeressen die een graantje mee wilden pikken in de populaire muziekindustrie. Ze kwam altijd wel weer bovendrijven, ook al had ze te dealen met een heroïneverslaving en zwalkte ze nog wel eens van de ene naar de andere platenmaatschappij.

Miss James heeft natuurlijk ook oude Jazzstandards op haar repertoire. Die hoorden gewoon ook in het populaire repertoire. ‘Stormy Weather’ en ‘One for my Baby’. Met vette, lenige violen en een stevige bas. Zelfs ‘Embreacable me’ stond op haar repertoire. Zij het dat die uitvoering op de plaat geen geslaagde is. Natuurlijk nam ze ook stukken op, die later door de Stones in hun begintijd op de plaat werd gezet zoals ‘I just wanna make love to you’ Later heeft ze de zaak omgekeerd en nam ‘Miss you’ op. Ze heeft ook een mooie uitvoering van de Chicken Shack hit ‘I’d Rather go Blind’ uitgebracht. Op de derde cd van deze verzameling vind je enkele bijzondere stukken Onder andere een paar duo opnamen uit haar beginperiode, met haar toenmalige vriendje Harvey Fuqua als Betty And Dupree, een paar live opnamen en duo’s. Onder andere met Chuck Berry (‘Rock and Roll Music’!) en het Allan Toussaint nummer ‘Give it up’ met Steve Winwood.

Al met al een mooie kennismaking met deze powerzangeres die van af het begin van de Rock ’n Roll meedraaide in de voorhoede van de popmuziek.

Etta James – Collected
Universal. €15,– tot €18,–

Orkest Ruud Bos – The Secret all Star Band – Studio Sessions 1964-1969

Met de bekende jazzmusici uit de Jaren Zestig heeft Arrangeur en componist Ruud Bos ook een perfect spelende radio Big band gehad. Het Nederlands Jazz Archief heeft in haar serie Treasures of Dutch Jazz een mooie doorsnede van de muziek van dit orkest op cd gezet.

Dat we in de jaren zestig van de vorige eeuw Boy’s Big band en het Hobby Orkest hadden, mag als algemeen bekend verondersteld worden.  Van Boy’s Big Band hebben we enkele cd’s overgeleverd gekregen. Van het Hobby Orkest hebben we via de NJA cd van Hank Mobley, ‘Too one so Sweet, Stay that way’ (NJA 1604) we sinds 2016 ook enkele opnamen ter beschikking gekregen. Echter, nu heeft het Nationaal Jazz Archief een verrassing op de markt gezet: Er is nog een groot orkest geweest dat putte uit het zelfde “vijver” als die twee andere orkesten!

Arrangeur en componist Ruud Bos heeft niet alleen veel filmmuziek geschreven voor Nederlandse films, getuige de dubbel-cd “Naked Plus” met originele soundtracks uit 1967-1973, maar dus ook muziek voor de VPRO-radio!

De opnamen zijn voor een deel bedoeld als pauze muziek en achtergrond. Vooral de legendarische Han Reiziger heeft hier destijds veel gebruik van gemaakt. Ook zijn er filmopnamen voor de Televisie van programma’s van regisseur Bob Rooijens. Ruud Bos leverde dus muziek voor radio en televisie.

Uit de personeelslijst kun je opmaken dat Bos de beste Nederlandse (Jazz-)musici van die tijd in zijn orkest had.

De cd begint met vier stukken van Bos zelf, dan vijf standards die elk door een ander was gearrangeerd (twee door Bos zelf, verder Mengelberg, Schoonderwalt en Frans Elsen), dan zes stukken van Ruud Bos en tenslotte als bonustracks twee live stukken met Misha Mengelberg als gastsolist aan de piano. Die twee stukken staan ook al als studio-opname op de cd.

In het openingsnummer krijgen alle solisten ruimte om zich te presenteren. Het tweede stuk is een feature voor Harry Verbeke, omdat hij in 1969 de Wessel Ilcken prijs had gewonnen en Ruud Bos toen speciaal voor hem dit stuk schreef. Echt om hem in volle glorie te laten schitteren. ‘Lutuli’ is een stuk van Ruud Bos, dat de Diamond Five ook heeft opgenomen op hun LP ‘Brilliant’. Als je die LP/cd hebt, kun je dus vergelijken. Ook al soleren Ruud Brink en Ado Broodboom op deze versie. Beide zaten niet in de Diamond Five. John Engels soleert ook. Hij kende het stuk al heel goed.

De stersolist van deze reeks opnamen is Herman Schoonderwalt die op sopraansax, altsax, baritonsax en klarinet soleert. Goede tweede is Piet Noordijk op sopraan en zijn vertrouwde alt.

Harry Verbeke en Rudi Brink hoor je beide regelmatig op tenorsax, Ado Broodboom en Cees Smal soleren op trompet en Cees Smal ook wel op ventieltrombone. Ruud Bos neemt zelf verschillende keren de piano solo voor zijn rekening. Frans Elsen komt als pianist ook nog wel eens solerend langs. Het geheel vormt een staalkaart van de toenmalige grote solisten.

Het geluid van de stukken is preciezer dan dat van Boy’s Big Band. Je kunt het beter vergelijken met het Hobby  Orkest, dat indertijd ook in deze vijver van muzikanten viste. Dat precieze spelen was voor deze Secret All Star Band noodzakelijk, omdat het als achtergrondmuziek niet te heftig mocht klinken voor radio en tv. En waarschijnlijk was Ruud Bos ook een gedisciplineerder musicus dan Boy was.

 

Orkest Ruud Bos – The Secret Allstar Band  – Studio Sessions 19674-1969
NJA 1901 in de serie Treasures of Dutch Jazz

Meeste composities, arrangementen en directie: Ruud Bos

Wim Kuylenburg en Ado Broodboom – trompet
Cees Smal – trompet, flugelhorn en ventieltrombone
Eddie Engels trompet en flugelhorn
Rudy Bosch en Marcel Thielemans – trombone
Piet Noordijk – Sopraan- en Altsax
Herman Schoonderwalt – Klarinet, Alt-, Sopraan- en baritonsax
Harry Verbeke, Ruud Brink – tenorsax
Toon van Vliet – tenor- en baritonsax
Wim Abma en Henny Kluvers – dwarsfluit
Karel Roberti – hoorn
Frans elsen, Cees Slinger en Misch Mengelberg – piano
Ruud Bos – piano en vibrafoon
Joop Scholten, Rob Langereis – contrabas
John  Engels en Cees See – drums

De Vriendendag van het Nationaal Jazz Archief 2019

De Vrienden dag van het Nederlands Jazz Archief in de Voormalige Vara Studio’s 7 en 8, nu het Muziek Centrum van de Omroep op 16 juni 2019

Inleiding
Dit jaar was de Vrienden dag niet op zaterdag, maar op de zondag. Wij waren ongeveer de enigen die het gebouw van het MCO bevolkten.
We hoorden in het inleidende praatje dat de subsidie voor de collectie van het NJA in ieder geval tot 2021 doorgaat. Maar, begrepen we, de steun van de Vrienden blijft essentieel! In een filmfragment met een mooie opname van Boy’s Big Band, zagen we ook de zaal waarin we zaten. Er werd met veel liefde en vakmanschap gespeeld. Voor Boy moest het duidelijk met meer gevoel want hij tikte de opname af, omdat hij vond dat de sfeer van de Zade (de voormalige Amsterdamse Jazzclub de Sheherazade in Amsterdam) in gedachte gehouden moest worden.

Dr. Floris Schuiling die de composities van Misha Mengelberg toelicht, met behulp van afbeeldingen. (foto: Ton van Leeuwen)

De partituren van Misha Mengelberg
Dr. Floris Schuiling is gepromoveerd op de partituren van Misha Mengelberg. Daarvoor heeft hij het boek “The Instant Composers Pool and Improvisation beyond Jazz” geschreven. Op het grote scherm toverde hij in de eerste voordracht een intrigerende reeks partituren van Misha Mengelberg tevoorschijn, waarmee hij aantoonde dat Misha een precieze notatie van zijn composities voorstond. Behalve als een van de muzikanten zijn blaadje voor een compositie kwijt was. Dan tekende hij of de muzikant zelf, even de muziekbalk en vulde de partij in. Het bleek ook dat Misha lang niet altijd uitging van de nootjes, maar vooral van de personen die zijn werk speelden. Dat maakte hem vergelijkbaar met Duke Ellington, die zijn werken ook voor en vooral op de kwaliteiten van zijn orkestleden schreef. Daarnaast bleek dat Misha niet vies was om met beelden en complexe opdrachten te werken. Eisen die je als muzikant moest kunnen herkennen. De luisteraar en bezoeker van concerten, dus de betrekkelijke buitenstaander onderkent en herkent die opdrachten lang niet altijd. Soms bleek dat hij minimal music achtige opdrachten in zijn partituren verwerkte. Dan mochten de muzikanten bijvoorbeeld bepaalde fragmenten herhalen zo vaak als ze er zin in hadden. Op die manier verandert een stuk dus voortdurend! Ook bracht Schuiling een onderscheid aan tussen klassieke en improvisatiemuziek: Bij de klassieke muziek is de notatie van de componist het enige uitgangspunt, bij de andere stroming,- de improvisatiemuziek – is de uitvoerende het meest belangrijk. Sterker nog, de leden van het ICP, de Instant Composers Pool, het orkest waarvoor Misha in de regel schreef, wisten en weten, dat ze de notatie van het stuk helemaal niet zo serieus hoefden te nemen. Getuige de uitspraak van Tobias Delius, dat de notatie bij het spelen eerder voor verwarring zorgt, terwijl bij het improviseren de stukken juist beter uit de verf kwamen. In plaats van te lezen en spelen wordt er door improvisatoren bij het spelen naar elkaar geluisterd en op elkaar gereageerd! “Je moet niet vooraf bepalen wat er komen moet, dan gaat het juist fout!” stelde Tobias Delius. Dit was geheel in de geest van Misha’s adagium: improviseren is reageren op de omgeving. Han en Misha hebben dat tijdens hun langdurige periode van duo-optredens tot in het absurde toegepast. Elkaar ontregelen was dan voor beide een eerste vereiste. Schuiling nam aan het eind van zijn voordracht nog even de tijd om uit te leggen dat ze bij het ICP gebruik maakten van ‘virussen’. Daarvoor legde hij uit hoe ’n virus als ‘De Paardenbloem’ werkt. Het is een fragmentje dat als een overgang ingebouwd kan worden door een van de muzikanten. Naarmate meer orkestleden daar in meegaan, ontstaat er een overgang naar een ander stuk. Blijkt ‘De Paardenbloem’ op een bepaald moment niet ‘levensvatbaar’ dan keert de aangever ook terug naar het stuk dat op dat moment werd gespeeld. Al met al gaf Floris Schuiling een prachtig inkijkje in de mogelijkheden die Misha in zijn composities had ingebouwd. Dat werkte heel verhelderend. Daarvoor had hij wel wat meer tijd nodig dan de hem toegemeten dertig minuten, maar daar had hij alleen zelf last van.

De Broche die de Zomer Jazz Fiets Tour in Groningen uitgaf bij een Jubileum van het Festival. (eigen foto)

Dertig objecten rond Jazzfestivals.
Loes Rusch, Ook al dr. geworden op een Jazz-onderwerp zoals Floris Schuiling, vertelde over haar tentoonstelling met objecten van Jazzfestivals. Haar argument voor zo’n tentoonstelling is dat die voorbeelden voortdurend een ander verhaal vertellen, afhankelijk van het moment dat er naar gekeken wordt: telkens wordt met andere blik en andere kennis naar die achtergebleven spullen gekeken. Afhankelijk van de tijd krijg je andere inzichten. Niet alleen zijn die attributen een melding van het betreffende festival, maar ook een teken des tijds. Ze laten bijvoorbeeld zien welke de ontwikkelingen er zijn van reclame maken en aandacht trekken. Van schriftelijke informatie, via speldjes naar buttons en linnen tasjes.

Voorbeelden van linnen tasjes die door Jazzfestivals zijn uitgegeven. Elke keer als deze tasjes gebruikt worden, maak je rteclame voor dat festival. 9eigen foto)
John Engels en Jan Huydts, die zojuist het eerste exemplaar van de nieuwe cd met de muziek van Ruud Bos hebben ontvangen. (foto Ton van Leeuwen)

Tot en met broches aan toe. Dank zij het bewaren van die parafernalia in de archieven, kan zo’n uitbeelding worden gemaakt. Later, tijdens de lunch hadden we volop de gelegenheid om de tentoonstelling te bewonderen.

De Ruud Bos Secret All Star Band

Vervolgens mocht Frank Jochemsen zijn nieuwe product presenteren: de cd met de muziek van Ruud Bos voor vele VPRO-televisieprogramma’s. Inclusief een aantal Standards. Daarvoor riep hij John Engels en Jan Huydts naar voren. Musici en leraren, die de jaren zestig nog aan den lijve hadden meegemaakt. Het aardige van die presentatie was dat we van het eerste nummer, ‘Han’s Blues’ een filmverslag kregen. Zo konden we ook op beeld kennis maken met de muziek. Altijd ontroerend en verrijkend. Zeker als je juist in die tijd, de jaren Zestig van de vorige eeuw, kennis hebt gemaakt met Jazz in het algemeen en Boy’s Big band in het bijzonder. Die mensen terug te zien, weliswaar in een andere setting, blijft een groot genoegen.

Harry Geelen, de tekstschrijver en vertaler voor Edin Rutten, die even door Edwin in het zonnetje wordt gezet. (foto ton van Leeuwen)

Edwin Rutten zingt.
Voor de lunch kreeg Edwin de gelegenheid om ons terug in de tijd te voeren. Met de vertalingen van Harry Geelen van bekende Standards sloeg de vonk van herkenning elke keer weer over. Hier en daar werd een nootje niet op zijn kop getroffen, maar Gershwin’s ‘A Foggy Day in London Town’ werd als ‘Ontmoeting in the Mist’ in de vertaling van Hans Andreus, helemaal gaaf uitgevoerd. Gershwin schrijft zo, dat je dat foutloos zingt. En Hans Andreus vertaalde de tekst vrij en qua strekking toch heel precies. Hij trok het liedje ook nog even naar Amsterdam. Met het trio Frits Landesbergen, Edwin Corzilius en Jean Louis van Dam achter hem is Edwin al vele jaren vertrouwd.

Ditmer Doet Dienske
Na de lunch voerde Ditmer Weertman, de collectiebeheerder en de echte archiefman van het NJA, ons terug naar de Jaren Dertig en Veertig met zijn verhaal over Dolf Dienske, muzikant, geluidsman en organisator van (verhulde) Jazz Festivals in de Tweede Wereld Oorlog. Zijn archief is kort geleden overgedragen aan het Jazz Archief. In 1933 richtte hij zijn Geluids Technisch Bureau op. Daarmee nam hij vele muzikanten en groepen op. Daarvan maakte hij dan een of meer 78-toeren platen. Uit het verhaal van Ditmer bleek wel dat Dienske bij de upper ten van de Nederlandse Jazz hoorde. Althans, hij kreeg de medewerking van diverse mensen als Red Debroy, die in zijn ensemble speelde, Van Steensel van der Aa, Iwan Poustochkine en een jonge Boy Edgar, zaten in de Jury voor de twee festivals die hij in 1941 en 1942 met dansorkesten organiseerde. Weer een puzzeltje in de geschiedenis van de Nederlandse Jazz gelegd.

Rein de Graaff in gesprek met Bert Vuijsje over zijn New York Cd (foto Ton van Leeuwen)

Rein de Graaff twee keer doorgezaagd.
Tenslotte werd ‘The Big Bopper’ uit de Veenkoloniën twee keer geïnterviewd.
Eerst door Bert Vuijsje over de tweede Nederlandse Jazz-LP die in Verenigde Staten werd opgenomen: ‘New York Jazz’. Die LP, nu cd met een ander frontje, werd in 1979 opgenomen en is nog steeds een voorbeeld van authentieke Bebop. Rein meldde, niet zonder trots, dat deze cd bij heel veel Amerikaanse Jazzmusici in huis ligt. Het bleek dat Rein’s voorkeur in eerste instantie uitging naar de ritmesectie: bassist Sam Jones en drummer Louis Hayes! Met hen had hij via de langspeelplaat al heel vaak samen gespeeld. Als saxofonist wilde hij iemand die speelde als Hank Mobley. Dat werd Ronnie Cuber. En vertelde Rein, met hem ben ik nog steeds heel goed bevriend. Voor de trompet koos hij de toen nog jonge Tom Harrell, omdat hij deze trompettist op een Lp een mooi geluid vond hebben. Hoe ze het vonden om met jou te spelen? Vroeg Bert. “Prima!” Zei Rein, een beetje verbaasd over de vraag. Ze hebben de muziek in 6 uur tijd opgenomen: een keertje doorspelen en vervolgens de definitieve takes. Goed 36 minuten muziek. Geen alternatieve takes. Het resultaat op de plaat is alles wat er is. Van het openingsnummer –fifty six – vertelde Rein nog, dat dit door Johnnie Griffin geschreven was op het akkoordenschema van ‘The Masquerade is over (and so is Love)’. Maar in plaats van het als een ballad te spelen, moest het bloedsnel worden gespeeld. Louis Hayes vroeg verbaasd of het echt zo snel moest. Vermoedelijk omdat hij dacht dat die Dutchman dat niet zou kunnen. Rein reageerde met de opmerking: “You’re the Famous Louis Hayes, aren’t you?” in de geest van: Dat kan je toch wel? Waarop Hayes mompelde “Ok, tel maar af.” Hij twijfelde duidelijk aan de kwaliteiten van Rein, niet aan de zijne.

Mijke van Wijk ingesprek met Rein de Graaff over zijn Laatste cd ‘Early Morning Blues’ (foto ton van Leeuwen)

Vervolgens ondervroeg Mijke van Wijk, hem spits en alert over zijn laatste cd: de trio-cd ‘Early morning Blues’ en ondervroeg hem, waarom hij nou precies gestopt was. Zij is Radiojournalist die jarenlang op de gesneefde Radio 6 een Jazzprogramma had. Over de cd meldde Rein dat hij bij deze opname echt zichzelf was. Iets wat je maar een paar keer per jaar meemaakte. De opname ging als in een flow. De belangrijkste reden waarom hij gestopt was, vertrouwde hij haar toe, was het feit dat het hem veel te veel inspanning kostte om beroemde en/of legendarische musici uit de V.S. te halen en het organiseren van de tournees met die muzikanten. Dat vond hij echt te zwaar worden en veel te veel werk om nog te doen. Het spelen zelf was geen bezwaar. Muziek zit nog altijd in zijn hoofd. Daarom blijft hij nog steeds oefenen. Als laatste opmerking meldde hij dat de modale manier van spelen en los van akkoordenschema’s, zoals in de Free Jazz, best wel bevrijdend werkte. Maar dat hij toch met graagte is teruggekeerd naar het spelen van zijn geliefde Bebopmuziek.

Rein de Graaff sluit de bijeenkomst af met een loom ‘Yesterdays’. (foto Ton van Leeuwen)

 

Sanna van Vliet – Music for President

Music For President, Peace for Life. Een mooiere intro van een cd kun je je niet voorstellen. Er zijn presidenten die je door muziek zou willen vervangen. Dan zou het  allicht beter gaan in de wereld. Alleen, je zou alle presidenten dan moeten vervangen. Mooi idee.

Sanna van Vliet heeft een nieuwe cd uitgebracht met dit motto als titel. In 2017 speelde Sanna voor het eerst met Sven Schuster en Joost Kesselaar, in plaats van haar vaste begeleiders Marius Beets en Eric Ineke. Deze samenwerking beviel zo goed, dat het trio ermee door ging.  Het heeft deze cd als resultaat.

Bassist Schuster blijkt ook een waardevolle componist en tekstschrijver te zijn, die zijn songs op maat voor Sanna van Vliet schrijft. Hij schreef niet alleen ‘Music for President’ voor Sanna van Vliet. In zijn ‘Feel Well Together’ bijvoorbeeld zet hij halfweg de song een Cubaans ritme in, waardoor de song een uplift krijgt. De pianiste in Sanna werkt daar stevig aan mee. Zijn derde bijdrage aan het programma op deze cd is de slotsong ‘Dales Love’ De tekst gaat over de Australische saxofonist Dale Barlow die het dertig jaar geleden in de V.S. maakte. Toen speelde hij in de Art Blakey band.  En met andere groten, zoals Sonny Stitt en Cedar Walton. Echter hij ging terug naar Australië, waar hij zich meer thuis voelde. Dat was dus zijn grote liefde.
Als Sven Schuster soleert, heeft de gewoonte om tijdens zijn solo’s als de oude bassist Slam Stewart op zijn manier met zijn muzikale lijn op de contrabas mee te zingen.

Naast dat Cubaanse uitstapje in ‘Feel Well Together’, brengen ze ook een bezoekje aan het Braziliaans, doordat Sanna op een tekst van Lilian Vieira, ‘Na Vida’ lekker Portugees zingt en ze met zijn drieën een mooie Braziliaanse Feel neerzetten. Een mooi resultaat van deze samenwerking. De songs-met-de-zachte stem-van-Sanna kunnen zo’n stukje peper wel gebruiken.  Gelukkig nam ze geen Madame Jeanette pepers. Dat zou wel wat veel van het goede zijn.
Met zijn drieën hebben ze uiterst aangename muziek op de cd gezet, waarnaar het goed  luisteren is.

Sanna van Vliet – zang, Piano en Fender Rhodes
Sven Schuster – contrabas en elektrische bas
Joost Kesselaar – drums

Gepresenteerd op 15 mei 2019 in ‘De nieuwe KHL’ te Amsterdam

Te bestellen bij Sanna van Vliet:info@sannavanvliet.nl
En bij Jazzcenter in Den Haag. Binnenkort bij Concerto Amsterdam.

Rita Hovink zingt Jazz!

Rita Hovink – Love me or Leave me

678 Records

Oorspronkelijke hoes uit 1969

Deze zangeres is indertijd vooral bekend geworden als lid van de winnende Knokke ploeg uit 1964,  de prijzen wegkaapte. In de jaren Zeventig werd ze vooral bekend als zangeres van het Nederlandse lied. Niet altijd voor iedereen oor strelend, maar toch werden haar hits niet zelden ‘oorwurmen’ die in je hoofd bleven hangen. Jammer genoeg stierf ze veertig jaar geleden op 35-jarige leeftijd aan kanker.

In 1969 (vijftig jaar geleden!) kreeg Rita Hovink de gelegenheid om een eigen langspeelplaat op te nemen. Dat deed ze met Jazznummers. Die had ze al in het begin van haar carrière leren zingen. Toen trad ze veel op voor Militairen in  Duitsland en de daar gelegerde Amerikanen hoorden graag muziek waar ze aan waren gewend. Die plaat moest dus Swingen! De nationale platenmaatschappijen waren in die tijd niet echt scheutig met het uitbrengen van Jazzplaten. Veel muzikanten brachten hun platen toen al in eigen beheer uit, maar Decca stapte er met Rita in. Dat werd geen succes, er wordt gefluisterd dat er geen LP’s van werd verkocht. In ‘Jazz en Geïmproviseerde muziek’ uit 1978 onder eindredactie van Wim van Eyle, staat helemaal niets over Rita gemeld. Jan Mulder en Herman Oppeneer c.s. hebben beter hun best gedaan. In ‘The Dutch Jazz & Blues Discography 1916-1980’ óók onder eindredactie van Wim van Eyle, staan wel twee Jazz-elpees van Rita Hovink vermeld. Deze ‘Love me or Leave me’ op Decca en ‘From Rita with Love’ op Polydor uit 1973. Zelf was ik indertijd ook niet bekend met haar Jazz zang.

Frank Jochemsen is de afgelopen paar jaar voor zijn label 678records bezig geweest om de teruggevonden Mastertape van deze Jazz-elpee van Rita Hovink opnieuw uit te brengen. 31 mei werd deze LP opnieuw wordt gepresenteerd.

De songs.
Hoewel Rita zelf niet echt hoog opgaf over haar Jazz-capaciteiten, blijkt uit deze LP wel dat ze swingend kon zingen en ze wist hoe ze een song naar haar toe kon trekken. Elke standard die er op staat is gewoon anders dan je gewend bent. En blijkt de zeggingskracht te hebben die je van hele grote zangeressen bent gewend bent! Of ze nou een toenmalige pophit als Dusty Springfields ‘Don’t sleep in the subway’ zingt of  ‘The Fool on the Hill’ van Lennon-McCartney, of een Jazz original als ‘Softly as in the Morning Sunrise’ of ‘Love me or Leave me’, ze maakte er haar song van. Haar interpretatie is nieuw, origineel. Hoogtepunt van de lp is wat mij betreft  ‘After you’ve Gone’.  Deze song wordt meestal in mid-tempo gezongen, of zelfs als een opgewekt liedje. Rita Hovink zingt het als een ballad en weet daarmee de aandacht vast te houden! Ze zing/zegt zelfs de zelden gehoorde aan het liedje voorafgaande verse en brengt het dan als een hele trage song. Harry Verbeke speelt op zijn tenorsax prachtige obligato’s onder haar zang. Vervolgens soleert hij even indrukwekkend als Rita zingt.

In haar Nederlandse repertoire staat een liedje, ‘Milou’. Dat zingt ze voor haar dochtertje. Daarin bezingt ze met veel gevoel haar spijt voor het feit dat ze zich onvoldoende aan haar opvoeding heeft gekweten.
Op haar Jazz-lp zingt ze het slaapliedje ‘Little man you’ve had a busy day’. Dat doet ze met evenveel invoelingsvermogen als ze voor haar dochter zong. Met naast Rob van Dijk op piano, de altijd te weinig gewaardeerde vibrafonist Carl Schulze, die haar parelend begeleid. Hij soleert intensief en even liefdevol als Rita het slaapliedje voor de kleine man zingt. Schulzes werk hoorde je trouwens ook al feestelijk en vol swingend in de openingssong van de langspeler, ‘Softly as in the morning sunrise’.

Ook bij Rita’s interpretatie van ‘Fool on the Hill’ is het waard om even bij stil te staan. Ze zingt het niet zo verwaaid als The Beatles dat deden, maar meer bluesy, met een daverende tegenslag van Wim Overgaauw en lang aangehouden akkoorden op het orgel. De krachtige zang geeft het geheel een innerlijke drive die staat als een huis. Thijs van Leer blaast op deze versie de dwarsfluit. Een overdonderende versie van deze song. Hier werd echt een prestatie geleverd door in een Beatlesong op je benen te blijven staan en er ook nog een eigen versie van te maken. Dat is weinigen gegeven. – Ik denk daarbij aan grootheden uit de Jaren Zestig als Joe Cocker en Dillard & Clark.

Voor- en achterkant van de EP – hoes , waar op Casey & the Pressuregroup haar begeleidt

Bonus tracks
Op de bij de LP geleverde cd staan nog een aantal extra nummers die ze in 1972 opnam met Cees Schrama’s ‘Casey and the Pressure group’ voor een EP, een uitgebreide single. Dan heeft ze maar even vier van de beste blazers uit die tijd achter haar! Daar staat nog een versie van ‘Fool on the Hill’ Meer Jazzy en mooier uitgevoerd. Samen hebben ze er een uitstekende jazzstandard van gemaakt. Laat dat maar aan Cees Schrama over. Maar geef mij die wat ongepolijste versie uit 1969.

Ze zingt ook dan nog enkele toen actuele hits. Van Carol King ‘I Feel the Earth move’. Rita Hovink zingt het minder subtiel en meer als een blues.  Het is een Jazzsong geworden, die zo maar een hit had kunnen zijn. Daarnaast komt het toen net een paar jaar bekend geworden ‘Mr. Bojangles’ van Jerry Jeff Walker langs. Samen met de Pressure group maakt ze ook hier een ijzersterke song van.

Toegift
Tussen deze twee sessies in staat nog een apart nummer: Rita Hovink zingt ‘Johnny Guitar’ van Peggy Lee, slechts begeleid door een welig spelende gitarist Wim Overgaauw. Samen maken ze er een groots en dramatisch bouwwerk van.

Rita Hovink – Love me or Leave me
Heruitgave: 678records

Op de LP:
Rita Hovink zang
Rob van Dijk – Piano Orgel
Jelle Kikkert – Bas
Erik Gräber – Drums
Wim Overgaauw – Gitaar
Carl Schulze – Vibraharp
Harry Verbeke – Tenorsax
thijs van Leer – Fluit

Op de bonus van de cd.
Casey & the Pressure group:
Cees Schrama – Piano, Hammond Orgel, Fender piano
Leo van Oostrom – Baritonsax, Altsax, Tenorsax
Ferdinand Povel – Fluit, tenorsax
Fons Dierx – Trompet
Cees Smal – Trompet, Trombone
Piet Hein Veening – Basgitaar
Louis Debij – Drums

 

Nota Bene.
Jazzplaatuitgaven in 1969:

Ter illustratie van het bijzondere van deze LP van Rita Hovink, het volgende. De Nederlandse Jazz was toen in twee kampen verdeeld: de progressieven en de musici die bij de Radio de diverse orkesten bevolkten. Pim Jacobs en Rita Reys hoorden (voor de progressieven) als boegbeelden bij de conservatieve c.q. behoudende musici. De heren jazzmusici hadden onderling niet zoveel op met die tweedeling, de meesten communiceerden gewoon met elkaar, maar het was in de kranten en tijdschriften wel een dingetje. Het was wel zo dat de uitgave van de Oude Stijl elpees glorieus afstaken ten opzichte van de uitgave van de progressieve Jazzplaten. Dat waren slechts enkele LP’s die werden opgenomen als bonus bij het ontvangen van de toenmalige Wessel Ilcken Prijs, de illustere voorganger van de Boy Edgar Prijs. Herman Schoonderwalt en Harry Verbeke waren de gelukkigen. Misja Mengelberg speelde een Lp vol bij Artone, Theo Loevendie had Stairs  en Dick van de Capellen (geen prijswinnaar, maar wel een legendarische bassist!) nam zijn Lp op bij Relax.

Gedurende de Jaren zestig werd mondjesmaat een jazz-lp uitgegeven. Als er 15 tot 20 langspelers op de markt kwamen, was dat veel en twee van de drie waren minimaal oude stijl. Pas in 1969 werd eindelijk één progressieve jazz-plaat meer uitgebracht, dan oude stijl en commerciële platen. Dan heb ik het over de 31 langspelers die dat jaar werden uitgebracht volgens het standaardwerk ‘Jazz & geïmproviseerde muziek in Nederland’ uit 1978. Twee meer, want deze LP van Rita Hovink stond er niet bij! In 1970 is de ban verbroken en ‘winnen’ de progressieven: 18 modernen tegen twaalf oude stijl!