Jasper Blom Quartet met Bert Joris en Nils Wogram – Polyphony

Het heeft even geduurd, maar daar zijn de nummertjes vijf en zes van de serie van tien cd’s die Jasper Blom twaalf jaar geleden met dit kwartet beloofde te maken. Eigenlijk houd ik het liever op nummertje vijf, dan is de tweede cd van deze dubbelaar extra!
De beide cd’s zijn in het BIMHuis opgenoemen, elk met een andere gastspeler. Op de eerste uit 2016 speelt de Belgische trompettist Bert Joris mee en op de tweede uit 2018, de Duitse trombonist Nils Wogram. Beide musici zijn precieze, muzikanten, met een warme klank. Als zodanig passen ze mooi bij dit kwartet.

Bert Joris

In vergelijking met hun eerste vier cd’s speelt het kwintet met Bert Joris niet zozeer gedreven om te presteren, maar vooral om de stukken goed uit te voeren. Daar was wel reden voor. Jasper Blom was toen helemaal in beslag genomen door de polyfonische muziek uit de Middeleeuwen en de Renaissance. Voor zover na te gaan heeft hij de gevonden melodieën drastisch naar zijn kwartet met de trompettist vertaald.
Uit de titels blijkt dat hij naast enkele oorspronkelijke muziekstukken ook verschillende Middeleeuwse en Renaissance begrippen en technieken als uitgangspunt heeft genomen.

Als introductie heeft Blom zijn Hit ‘Waltz for Magnus’ ingezet. Mede dankzij het brushes werk van Martijn Vink werd het een mooie uitvoering en een mooie inleiding op de cd.
Voor de overige stukken gebruikte hij een oorspronkelijke melodie, zoals in ‘l’Homme Armee’. Dat is in het thema nog wel te herkennen, echter als hij als afsluiting dit thema nog eens zingt, blijkt dat Blom de melodie verder heeft ontwikkeld, en het lichter laat klinken.

In ‘Fontayne’ heeft hij de compositie van de Vlaamse Middeleeuwse componist Ciconia ter hand genomen en die in ongeveer de zelfde sfeer gespeeld, maar uiteraard naar zijn kwartet met trompet solist getrokken. In het slot nummer, ‘Ciconia’ hoor je diezelfde rust terug.
‘Virelai’ is een Middeleeuws vierregelig gedicht waarvan de tweede en derde regel rijmen. Jasper Blom heeft hier de polyfonie, de meerstemmigheid, als rijmende tweede en derde regel in het thema toegepast. De instrumenten laat hij als in een Fuga achter elkaar aan spelen.

Nils Wogram

De tweede cd van deze dubbelaar is in zekere zijn heel andere muziek. Sowieso omdat de trombonist een heel andere muzikant is dan trompettist Bert Joris. Maar ook omdat het polyfone aspect van de muziek hier in prachtig weefwerk meer tot uiting komt.

Het openingsstuk van dit concert heet ‘Decidophobia’, dat is: de angst om beslissingen te nemen. Daarin krijgt de gasttrombonist Wogram alle ruimte om zich te presenteren. Juist de rust en het samenspel in dit stuk van tenorsax, trombone en gitaar en de uitgestelde muzikale conclusies maken het spannend. Doordat Marijn Vink wat naar achteren is gemixt, krijgen de solisten de ruimte. Bas en drums leggen een mooi tapijtje neer, waarop Blom op zijn tenor, Ruller op zijn gitaar en Wogram op zijn trombone prachtig uit de verf komen. Een meeslepende intro van de cd.

Martijn Vink komt lekker uit de voeten op zijn drumstel. Zonder te overheersen is hij bijvoorbeeld in ‘Running Gag’ heel actief terwijl hij in het geheel niet overheerst. Het stuk is dan ook een feature voor bassist Van der Hoeven die als uitgespeelde grap voortdurend het zelfde snelle motiefje speelt, waar de drie solisten hun eigen ding overheen zetten. Opgedreven door de spanning van het motiefje en het ritme van Vink gaan de solisten vanzelf met hem mee door het creëren van een prachtig weefwerk waar opnieuw het polyfone mooi tot uiting komt

In ‘Macedonian Candidate’ krijgen we net zo’n lekker ritme voorgeschoteld waar overheen de solisten vrij zijn om in de swing ervan te soleren. Wogram krijgt voluit de ruimte om zijn mogelijkheden voluit te etaleren. Net zoals Jesse van Ruller, die in zijn eentje ongeveer een compleet orkestraal arrangement neerzet
Ook tijdens dit concert stond een oude ‘hit’ van Blom op de setlist, ‘Least of your worries’ kreeg een heel gestoken uitvoering en valt in dit verband op door zijn rockende karakter. ‘Whirl’ heeft een strak arrangement maar komt toch heel vrij over.

Het bijzondere en opvallende aan deze beide cd’s is het fijne weefwerk waaraan de solisten zich meermalen te buiten gaan. Dat te kunnen volgen maakt van deze beide concerten een intrigerend  en uitdagend geheel.

Jasper Blom (tenorsax),
Jesse van Ruller  (gitaar)
Frans van der Hoeven (bas),
Martijn Vink (drums)
+
Bert Joris (trompet) (tijdens de opname in 2016),
Nils Wogram (trombone) (in het 2018-concert)

Verkrijgbaar bij: Whirlwind Recordings
Presentatie: Amsterdam 22 februari 2019

Eric Vaarzon Morel, Juan y Miguel Martínez – Cádiz, canciones de ida y vuelta

De samenwerking tussen de Flamenco gitarist en de beide saxofonisten stond in de sterren geschreven. Alle drie hebben ze connecties met de stad Cadiz, dus was het niet raar dat ze elkaar daar zouden tegenkomen en muziek gingen maken.
In die samenwerking hebben ze een synthese bewerkstelligd tussen de Flamenco en de Jazz. Het resultaat daarvan is te beluisteren op hun cd “Canciones de ida y vuelta”, liederen van heen en terug. De Spaanse zeelui namen hun muziek eeuwenlang mee naar Latijns Amerika. De muzikale invloeden van die overzeese gebiedsdelen kwamen weer terug. De Spaanse muziek is in dat licht gezien migratiemuziek, om een actuele term te gebruiken. Joost Swarte heeft dat in zijn tekening op het frontje van de cd heel mooi verbeeld door de instrumenten als trekvogels uit te beelden: ook die gaan heen en terug.
Deze samenwerking met de wederzijdse beïnvloeding van de Jazz op de Flamenco en andersom, is een nieuwe tak aan deze muzikale boom, met een geheel eigen bloeiwijze. Het lijkt alsof de gitaar heel druk aanwezig is, maar als je bedenkt dat hij ook contrabas en drums vervangt, dan valt het alleszins mee.
De heren hebben vooral eigen composities opgenomen. Die van de gitarist zijn het meest Spaans in hun uitvoering, wat niet verwonderlijk is, gezien zijn specialiteit. De composities van Miguel zijn Jazz-georiënteerd. De opbouw van de stukken is bijna suite achtig, eerst een uitgebreide inleiding van Eric of Miguel, dan de solo’s van de drie muzikanten. Door hun geluid krijgen die een eigen karakter en de afsluiting als toetje.

Met zijn brede gitaartechniek tilt Eric Vaarzon de stukken naar een hoog niveau. De saxofonisten trekken zich als het ware terug in hun eigen specialiteit de Swing. Dat past meer bij hen. Samen maken ze een mix die aangenaam spannend wordt.
De verwerking van de Leadbelly Song ‘My Girl’ is het meest eenvoudig doordat Vaarzon Morel zich aanpast aan de eenvoudige melodie van de trage blues. De blues valt dan eigenlijk door de mand ten opzichte van de zeer gecompliceerde Flamenco ritmes, ook al zet de gitarist een Guajira ritme onder de song. De andere stukken zijn een mooie mix van Jazz en Flamenco.

In ‘Tres Hermanos’ Drie gebroeders, ontstaat ook een synthese tussen de beide stijlen. Maar niet nadat Miguel op zijn alt het thema lyrisch heeft ingeleid. Dan komt er een swingend thema dat door zijn herhaling heel aantrekkelijk wordt. De saxen swingen en de gitaar maakt het stuk lenig.
In het slotstuk van de cd ‘De Aqui P’Alla’ van Gerardo Nunez, gearrangeerd door Juan Martínez, komen swing en Flamenco opnieuw bij elkaar. Met het mooie motiefje kunnen gitarist en de saxofonisten beide goed uit de weg.
Zo blijkt de mix van twee muziekstijlen een boeiend geheel op te leveren, mits je bereid bent om ‘de andere’ stijl met al zijn kwaliteiten te accepteren!

Los Hermanos Marinez y Morelo
Eric Vaarzon Morel – gitaar
Miguel Martínez – altsax, sopraansax
Juan Martínez – baritonsax

Concerto Records
Presentatie: 15 februari 2019
Verkrijgbaar bij: Platomania-Concerto Records

Teus Nobel Liberty Group – Journey of Man

Dit is alweer de vierde cd van Teus Nobel. Ten opzichte van zijn vorige groepssamenstellingen is Jeroen Vierdag weer terug op bas en sinds de laatste cd zijn pianist Alexander van Popta en drummer Tuur Moens gebleven. Het lijkt er op dat hij nu zijn vaste kwartet heeft gevonden. Voor deze cd heeft hij de muziek van Woody Shaw als technisch en intellectueel uitgangspunt genomen. Hij heeft zijn Jazz Master studie aan diens muziek gewijd, dan mag je die kennis ook ten volle gebruiken.
Omdat hij de cd opdraagt aan zijn nog niet geboren zoon, heeft hij toch een beetje een (kleine) held als inspiratiepunt genomen. Dat wil hij ook met de titel van zijn cd zeggen: de reis door de tijd die ook hij zal gaan maken.

Met zijn trompetspel wil Nobel veel vertellen. Dat doet hij met progressie, zijn verhaal is logisch en voortvarend. Daarbij wordt hij geholpen door het trio achter hem. Die nemen een aanzienlijk deel van het geluidsspectrum in, maar ook zij weten waar ze naar toe gaan. Hun omtrekkende muzikale bewegingen lijken volstrekt logisch om het beoogde eindpunt te halen. Als bij een spirograafspel komen ze steeds weer bij het beginpunt uit en is hun verhaal afgerond.

Tuur Moens is een zeer actief slagwerker! In de eerste stukken ‘Chasing Reality’ en ‘Iseo’ lijkt het alsof hij de overhand heeft. De trompet komt er maar nauwelijks boven uit. Alle vier zijn ze daar actief. Fel, alert, knallend. Pas in de beschouwende ballad ‘My Favorite’ van Alexander van Popta komt er rust in de tent. Met ‘Plastic Battle’ Popta’s tweede bijdrage die er achteraan komt, hebben we een rustpunt in de cd.
In ‘Kelewele’ hebben ze een intrigerend motiefje bij de hand dat door de pianist als begeleiding wordt gebruikt. De drummer ondersteunt dat en daar overheen speelt de trompettist zijn ingenieuze spel met demper.
‘Actual Proof’ van Herbie Hancock, gearrangeerd door bassist Jeroen Vierdag, wordt als een ballad als in de Jaren Zestig gespeeld. Als een soort eerbewijs aan deze gigant. Nobel bespeelt hier zijn fluegelhorn.
‘Crush’ van Tuur Moens sluit de cd af. Daarin geeft de drummer zichzelf uitgebreid de kans om zijn techniek te laten horen.
Nobel heeft op deze cd zijn balans gevonden. Hij hoeft muzikaal al jaren voor niemand meer bang te zijn en dat klinkt nu ook heel integer door in zijn muziek. Die is volwassen en sterk gespeeld.

Teus Nobel – Trompet, Fluegelhorn
Alexander van Popta – piano
Jeroen Vierdag – contrabas, Elektrisch bas
Tuur Moens – drums, klokkenspel, effecten

Opgenomen: Wedgeview studios op 17-19 juli 2019
Gepresenteerd: 8 februari 2019
Verkrijgbaar bij: Platomania

Vloeiende Flamenco en down to earth Jazz

Los Hermanos Martinez & Eric Vaarzon Morel

De vader van de gebroeders Martinez is Spaans en liet zijn kinderen een vakantiehuis na in het Spaanse Cadiz. Eric Vaarzon Morel leerde het gitaarspelen definitief in Spanje en was regelmatig in diezelfde stad te vinden. Toen altsaxofonist Miguel Martinez de gitarist daar ontmoette, was het bijna logisch dat de beide muzikanten de grenzen tussen hun muziekspecialiteiten wilden wegwerken. Dat moet toch mogelijk zijn, met de saxofoon als alternatief voor de zang die zo’n belangrijk onderdeel van de Spaanse muziek is! Samen met broer en baritonsaxofonist Juan vormden het trio Los Hermanos Martinez y Morelo. Met zijn drieën smeden ze de gespannen boog van de Flamenco aan de down to earth sound van de baritonsaxofonist. Het lenige spel van de altsax van Miguel kun je zien als verbindende factor.

Sterrenstof
De virtuoze gitarist strooide zijn noten tijdens het concert als sterrenstof in het rond, terwijl Juan met zijn tragere bariton de muziek stevig in de grond plantte en Miguel met zijn altsax lenig en vol ideeën een aantal stukken inleidde. De dramatiek die Morel in zijn gitaarspel legt werd door de altsax van Miguel lichter gemaakt, terwijl Juan met zijn donkere tonen die dramatiek bevestigde, door zijn naar verhouding langzame spel ontzenuwde hij die spanning weer.
In “My Girl” de al door velen uitgevoerde Amerikaanse Blues van Leadbelly, woog de traagheid van de bariton nog het zwaarst. Op de een of andere duistere wijze wist de gitarist met zijn vingers hier een slide effect aan de snaren te ontlokken. Tijdens die song viel ook op hoe eenvoudig de Blues is in vergelijking met het muzikale panorama dat de Spaanse muziek biedt. Gelukkig is de blues één van de vele muziekvormen in Noord- en Zuid Amerika, die tegenover de vele vormen van de Flamenco staat. Dat trekt de balans voor Amerika weer in evenwicht.

Jazzel geniet ……..

Warme muziek
Verderop in het concert leek het wel alsof Juan Martinez warm gedraaid was, want toen speelde hij zijn solo’s soepeler en rijker. Terwijl Eric Vaarzon Morel de eerste set solo eindigde met een stuk van hemzelf, begonnen de broers Martinez de tweede set met een compositie van Manuel de Falla. Dit omdat deze componist ook uit Cadiz kwam. Daarna speelden ze gedrieën ‘El Bosco’ een stuk van Morel. Zijn eerbewijs aan de schilder Jheronimus Bosch. Diens beroemdste schilderijen hangen in het Prado museum in Madrid. Gezamenlijk bewezen ze opnieuw dat het mixen van verschillende muzieksoorten hele spannende muziek op kan leveren.

Eric Vaarzon Morel – gitaar
Miguel Martinez – Altsax, Sopraansax
Juan Martinez – Baritonsax

Los Hermanos Martinez y Morelo – Cadiz
10 februari 2019 bij Bij Hothouse Redbad

www.loshermanosmartinezymorelo.com

https://www.vaarzonmorel.com

JATP Live in Amsterdam 1960

Deze uitgave van het Nederlands Jazz Archief, is een deel van het concert dat binnen het kader van Jazz at the Philharmonic op 19 november 1960 plaatsvond in het Concertgebouw. Op de cd staan twee sessies: van het Dizzy Gillespie septet en van een Jam-gezelschap. Die laatste groep bestond uit vier gerenommeerde blazers en Jo Jones achter het drumstel. De pianist en bassist kwamen uit het septet van Dizzy. Die avond bestond het concert uit drie delen. Het eerste deel, met Cannonball Adderly in de hoofdrol, werd al in 2016 door het Nederlands Jazz Archief uitgebracht.

De oude rotten Roy Eldridge, Coleman Hawkins, Don Byas, Benny Carter en Jo Jones zorgen ervoor dat alles tijdens hun set op rolletjes loopt. Met Lalo Schifrin in de hoofdrol op de piano, zetten ze in met ‘Take the ‘A’ Train’. De vier solisten laten met veel succes horen dat ze uiterst bekend zijn met de ‘ins and outs’ van deze Strayhorn compositie.
Elke blazer krijgt in de ‘Ballad medley’ de gelegenheid om te schitteren. Hawkins in ‘These Foolish things’. Don Byas nam zijn favoriet ‘I Remember Clifford’ als uitgangspunt. Benny Carter gaf aan ‘Laura’ nieuwe kleding en Roy Eldridge legde met zijn wat scherpe trompetgeluid ‘The Man I Love’ nog eens nader uit.
In ‘Stoned’ (ook bekend als ‘Bedlam’) van Wardell Gray, gaat het van dik hout zaagt men planken, geheel in de JATP traditie. Stevig doorblazen, rauw tegen elkaar opboksen en een kwartier lang in uptempo doorjakkeren. Jo Jones laat hier horen hoe hij relaxed op een drumstel soleert.

Eigenlijk is de set van de Dizzy Gillespie groep ook een jamsessie, omdat Stan Getz en Trombonist J.J. Johnson aan Gillespie’s quintet waren toegevoegd.
Het septet speelt eerst ‘The Mooche’, maar niet in de fluwelen setting die Ellington er altijd aan gaf, Dizzy geeft er een eigenwijze eigen inleiding aan, waarna de bekende compositie toch start. De overgang naar de trompetsolist suggereert dat het nu los gaat! Dat valt wel mee, er wordt keurig door Gillespie, Getz en Johnson gesoleerd. Waarna Dizzy het nog eens dunnetjes overdoet.
Getz en Johnson soleren ook uitgebreid in het Afrikaans georiënteerde ‘Kush’. Dat heeft een verend motiefje van de bassist en uitspattingen van drummer Chuck Lampkin. Vooral Stan Getz doet het hier uitgebreid op zijn gemakkie aan.
Het concert werd afgerond met Wadleigh Hall, een snelle compositie van de trompettist. Dizzy kondigt als verrassing percussionist Candido aan en die vervult op de conga’s dan ook een glansrol. Stan Getz laat horen dat hij nog steeds heel snel en genuanceerd kan spelen op zijn tenor. J.J. Johnson soleerde op zijn trombone even snel en nam hier het honken op één noot voor zijn rekening.

Omdat Norman Granz voor deze concertreeks in Europa duidelijk voor een serieus concert had gekozen, in plaats voor opwinding en sensatie, is het een cd geworden die nu groot plezier geeft aan de nostalgisch ingestelde Jazzliefhebber. En 58 Jaar later kunnen de fans die toen in de zaal zaten, het nog eens opnieuw beleven

Concertgebouw, 19 november 1960
Jamsessie:
Roy Eldridge – trompet
Benny Carter – altsax
Coleman Hawkins, Don Byas – tenorsax
Lalo Schifrin – piano
Art Davis – contrabas
Jo Jones – drums

Dizzy Gillespie septet:
Dizzy Gillespie – trompet
J.J. Johnson – trombone
Leo Wright – Altsax, dwarsfluit
Stan Getz – tenorsax
Lalo Schifrin – piano
Art Davis – contrabas
Chuck Lampkin – drums