Rembrandt Frerichs trio – Graffiti Jazz

Zowel Rembrandt Frerichs als Tony Overwater hebben in de loop van hun carrière gelijkwaardige ontwikkelingen doorgemaakt. Regelrechte actuele jazz tijdens de opleiding, spelen met grote Amerikaanse Jazzmusici en het doorgronden van de Arabische muziek. Beide zijn in staat om flexibel met nieuwe ontwikkelingen om te gaan.

De nieuwe cd van het trio ‘Graffiti Jazz’ is enerzijds te zien als een vervolg op hun cd ‘A Long Story Short’ uit 2014. Nu brengen ze voor de Jazz nieuwe begrippen in, door oneven en langere maatsoorten als 19/8. Op de cd valt het trio hiermee meteen in huis in ‘Binnen zonder kloppen’. Of ze gebruiken een eeuwenoude ritmische eenheid van dertig tellen uit de Arabische muziek, wat ze doen in ‘The King’s rhythm’. Dat is nog eens wat anders dan Europese maatsoorten als 4/4 of het meestal folkloristische 9/8. Of Frerichs heeft in ‘The Big Over Easy’ een alternatief ritme voor het slagwerk bedacht, dat toch swingt. Dat ze ook heel conventioneel een toegankelijke en aangename ballad kunnen spelen blijkt uit ‘After Johannes’. Het venijn zit ‘m hier in de herkomst van het thema: geleend van de eind 19e-eeuwse klassieke componist Johannes Brahms.

Ondanks al deze vernieuwingen wordt in de composities van de hand van de pianist/componist met veel discipline en vaak in uptempo krachtige jazz tevoorschijn getoverd. Iets waar slagwerker Planjer zijn hand niet voor omdraait en de bassist Overwater ook uiterst bedreven in blijkt. Het trio is voor deze opname ook teruggekeerd naar de conventionele muziekinstrumenten als de vleugel en de contrabas. 

Het enige stuk dat niet van de hand van Rembrandt Frerichs is, is het geraffineerde ’50 ways to leave your lover’ van Paul Simon. Het eigene van het Trio ligt ‘m hier in het verwerken van het relaxte keurslijf van het drummotief van Steve Gadd: met zijn drieën verwerken ze het dit in een staccato ritme en gedisciplineerd. Zoals gebruikelijk herken je de oude hit van Paul Simon er wel in terug, maar het is geheel ge“Frerichs’d”. In feite is Tony Overwater de hoofdpersoon in dit stuk, omdat hij op zijn contrabas de hoofdmoot van het stuk uitvoert.  

Voor het hoesje hebben ze opnieuw gekozen voor een statische foto van het trio, ook al lijkt het een dynamisch gebeuren: het trio poseert alsof ze graffiti aan het spuiten zouden zijn. Er is heel veel voor te zeggen, dat hun muziek even kleurrijk is als de vele verschillende, kleurrijke spuitbussen die bij het spuiten van Graffiti worden gebruikt. Frerichs geeft als hoofdargument dat hun muziek dezelfde euforie geeft, die hij ook voelde als jonge graffitikunstenaar. Nu is niet het illegale element, maar zijn het de ongebruikelijke factoren in de muziek die deze vreugde teweegbrengen. Niet alleen bij de muzikant, maar ook bij de luisteraar.  

Al met al is het een bijzondere en spannende cd, met veel humor in de stukken door de verwerking van al die bijzondere, nieuwe elementen.

Rembrandt Frerichs – Vleugel, Tony Overwater – contrabas, Vinsent Planjer – slagwerk

Rembrandt Frerichs Trio – Graffiti Jazz – Zennez

Dash – Rewired.

Deze cd is het resultaat van het feit dat het Trio in de zomer van 2018, elke week een dag in de week buffelden op een compositie, in hun eigen repetitieruimte. Die zomer was niet direct het seizoen waar je een gevarieerde reeks weersomstandigheden meemaakte.

Ornstein geeft aan in de begeleidende tekst dat ze niet verder gingen dan één compositie, per dag. Een enkele keer gingen ze zelfs niet verder dan één take. De cd is dus het resultaat van een langdurig proces en niet van een geconcentreerde opnamesessie. Daardoor ontloop je het risico dat een bepaalde sfeer of invloed de overhand heeft op de hele sessie. Menselijk gezien, hoogstens de hitte… Nu ligt in de muziek het accent vooral op het compositorische en improvisatorische vermogen van de componist/blazer in het bijzonder. Zonder Oele en Hoeke te kort te willen doen, want zij dragen met hun inbreng tenslotte de blazer. Bij vier stukken krijgen zij mede de credits. Die stukken zullen dus terplekke geïmproviseerd zijn. Of soms werd het thema in de loop van die dag door het herhaalde spelen dusdanig veranderd en aangepast, waardoor het niet meer het resultaat was van het uitvoeren van een uitgeschreven idee, maar de uitkomst van het voortdurend veranderen en gezamenlijk aanpassen van het oorspronkelijke idee. 

Ondanks de lange periode van opnemen, is het toch een mooie eenheid geworden. Het is echt een exposé van het inkleuringsvermogen door het trio. Elk nummer heeft zijn eigen kleur en sfeer. Hoogstens dat de beide laatste nummers wat uit de toon vallen, want typisch geïmproviseerd. 

Toch is het geen reguliere saxofoon-bas-drums plaat geworden. Dat komt omdat Maarten Ornstein een stapel elektronica gebruikt heeft om het sax- en klarinetgeluid naar zijn hand te zetten.  De stukken zijn toch heel egaal van intensiviteit geworden. Er zijn geen explosies van geluid. Dat maakt het geheel heel aantrekkelijk.

Nota Bene, de groepsfoto bekijkend, realiseer je je opeens dat er geen bekkens bij het drumstel staan.  En die zijn ook niet te horen! En de Bassdrum staat er ook niet op. Nog eens luisteren om na te gaan of de bekkens ook tijdens de opname ontbreken. Bij de intro van ‘No Boogie’ hoor je nog de tik op een klankschaal en in het slotnummer van de cd hoor je nog wel bekkens. En de Bassdrum komt op de foto ook niet voor het licht. Op de achtergrond van de foto staan overigens trommels zat opgeborgen. Ha, Han B. Is niet de enige die drastisch aan zijn drumstel sleutelt!