De Heilige Graal gevonden.

Sonny Rollins – Rollins in Holland – The 1967 studio & Live recordings, Featuring Ruud Jacobs & Han Bennink

Uitgave: Nederlands Jazz Archief & Resonance

Ultieme vondst in het NJA. Het is toch wat, wanneer je als zoeker naar muziek op het spoor komt van opnamen van een trio uit 1967, waarvan illegale opnamen de ronde doen, maar waarvan déze opnamen helemaal niet bekend waren en geluidstechnisch ook nog eens een hele hoge kwaliteit hebben. Dan ga je wel even uit je bol. Als die dan ook nog van de grootste nog levende tenorsaxofonist zijn, samen met een Nederlands ritme duo van grote klasse, dan is de vreugde niet te overzien. Na een tip van Ditmer Weertman de archivaris van het NJA, maakte Frank Jochemsen van het Nederlands Jazz Archief (NJA) dat drie jaar geleden mee. Toen kwamen de opnamen van het gelegenheidstrio Sonny Rollins, Ruud Jacobs en Han Bennnink uit 1967 boven water, tijdens digitalisering van aan het NJA gedoneerde banden. Hij heeft daarmee als een Ronde Tafel Ridder wèl zijn Heilige Graal gevonden!

Het zijn unieke opnamen die nu in het volle licht staan. Om ze uit te brengen was een samenwerkingsverband nodig van het Nederlands Jazz Archief met het Amerikaanse label Resonance. Een label dat gespecialiseerd is in het uitbrengen van schijnbaar verloren gegane of anderszins obscure live opnamen van Beroemde Grootheden in de Jazz.

Toen Ruud Jacobs de opnamen hoorde, merkte hij op dat hij wel wist dat hij toen goed speelde, “Maar zo goed, Nee.” En bij Sonny Rollins overtrof het ook de positieve herinneringen aan dit tourneetje door Holland. Michiel de Ruyter had het destijds in Arnhem over de mooiste Jazz gebeurtenis van de afgelopen 18 jaar! De man had toch echt heel veel meegemaakt op dat gebied! En Hans Dulfer tenslotte, meldde dat dit misschien wel het Beste Concert ooit was dat hij had meegemaakt.

Je wordt volledig van de sokken geblazen door de eerste tonen van het grote, donkerbruine geluid van de tenorsax van Sonny Rollins. Het is alsof de hemel helderblauw openbreekt nadat je de mistroostige Oostenrijkse Alpen doorgereden bent en de dalen zich verwijden naar het zonnige, mooi blauwe en heldergroene Italiaanse landschap. De eerste tonen van ‘Blue Room’ geven net zo’n euforische ervaring. Dat warme, volle geluid uit de tenorsax is overdonderend. Blijkt het ook nog eens op een van oorsprong Nederlandse tenorsax te te worden gespeeld: die van de Nederlandse tenorsaxofonist Jos van Heuverzwijn

Rollins proeft als het ware even het geluid van de tenor, terwijl hij wat licks en loopjes blaast, op weg naar het thema van ‘Blue Room’. Dan heel relaxed, komen de beide ritme mensen erbij en ontplooit het thema zich met een zekerheid, die als een warme douche over je heen sproeit. Zo moeten Han en Ruud het ook hebben gevoeld. Op zo’n moment word je als begeleider opgetild naar zijn niveau en begeleid je hem als zijns gelijke. 

De muziek op deze dubbel-cd is grofweg in drie hoofdstukken te verdelen: de nooit gebruikte vier stukken voor een radio-uitzending van de NCRV. Twee stukken die in de Go-Go club in Loosdrecht werden opgenomen, de thuishaven van Pim en Rita en het derde hoofdstuk de legendarische opname van dit trio in de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem, twee dagen ervoor. Daar traden de drie voor het eerst samen in de ring. Nooit samen gespeeld, laat staan geoefend en meteen voor de volle honderd procent een eenheid. Dat had Meneer Rollins nog niet meegemaakt! En hij vond het fantastisch. Meldde hij na het concert.

De iconische foto van het Arnhem concert, die we nog kennen uit het blad ‘Jazzwereld’

Voor iedereen die het vage geluid herinnert van de Sonny Rollins opname van ‘They Can’t Take that away’, zal met de ogen knipperen. Het geluid is behoorlijk verbeterd. Het is net of er wat dekens voor de microfoon zijn weggehaald. 

Natuurlijk kan je de muziek over je heen laten komen. Dat is sowieso een prachtig ruim twee uur durend feest om mee te maken. Je kunt ook langs prachtige weggetjes over deze dubbelaar zwerven: Zo kun je tot drie keer toe beluisteren hoe Rollins ‘Love Walked in’ aanpakt: Keurig voor de radio, in een kalm tempo met overtuiging gespeeld, of zoals in Loosdrecht, ruimschoots preluderend door allerlei motiefjes heen, om dan na zo’n drie minuten met zijn drieën het thema binnen te stormen. En tenslotte in Arnhem, waar hij ook zonder veel poespas, maar wel met duidelijk hoorbaar plezier, aan het thema begint en er dan als het ware stevig over begint te discussiëren, gaat onderzoeken wat er allemaal mee kan en hoe het moet.

Of, nog zo’n vergelijkend onderzoek: ‘Four’ staat er twee keer op. Een keer in de radiostudio. Lekker uptempo, mooi droog swingend, vol en ruimtelijk opgenomen. Rollins blaast het thema, werkt het uit en geeft al heel gauw het stokje over aan Jacobs, die uitgebreid soleert in zijn bekende gezwinde tempo, waarna Rollins met korte frasen Bennink langdurig achter de broek zit, die dat dan steeds weer van commentaar voorziet. 

Twee dagen eerder in Arnhem speelde hij ‘Four’ ook. Hier wordt dit thema in een razend tempo ter hand wordt genomen. De bas van Jacobs begeleidt dreunend op de tel. Rollins beukt zich met vaste hand door het thema en geeft er ongeëvenaard zijn visie op. Er zit in het begin, op 2:50 een rafeltje in de band, maar dat geeft niet in een uitvoering van ruim 22 minuten. De tenorist pakt motiefjes van het thema op allerlei manieren aan en omkleedt ze, zoekt naar andere benaderingen, ondertussen opgejaagd door de beide begeleiders. Op een gegeven moment neemt Jacobs ‘t heft in handen en laat langdurig horen, wat hij van ‘Four’ vindt. Waarna Han ook de ruimte neemt, in een soort vage vier om viertjes aangevuurd door de tenorist. Zijn echte solo wordt door hemzelf met kreten begeleid om het meer gewicht te geven. Als de tenor het weer overneemt, blijken ze achteraf pas halverwege de strijd. Ook al gaat Rollins dan even later op weg naar het eind. Hij stottert onderweg even, om weer op stoom te komen naar een nieuwe poging tot afsluiting. Vindt weer een nieuwe manier om het thema te interpreteren. En nog een keer, in zijn eentje. En steeds weer opnieuw, via een aanpalend themaatje, toch weer terug naar de basis. Het houdt niet op. Om tenslotte als hij in het eindspel te raakt, met een stukje van zijn geliefde Calypso, uiteindelijk toch al spelend bij de uitgang van de muziek te komen. De mensen die dat live hebben meegemaakt, zullen na afloop echt moeite hebben moeten doen om hun hoofd weer een beetje op orde te krijgen.

Sommige stukken hebben twee titels, omdat Rollins dan al gauw overgaat op de compositie waar hij dan echt mee aan de slag gaat. Dat is het geval bij ‘On Green Dolphin Street’ dat hij in ruim een halve minuut uitwerkt door op de hem bekende wijze een fragmentje uit het thema te blazen en dan daarover improviseert, een volgend fragmentje neemt, ook weer van pakweg 3 noten en daar dan ook heel even mee aan de gang gaat. Tot dat hij overgaat naar ‘There Will never be another You’. Waar hij datzelfde procedé toepast. Of hij gebruikt de tweede titel als het ware om daarmee de eerste rond te breien. Zoals met ‘Sonnymoon for two’, achter ‘They Can’t Take that away from me’ aan. Leuk om dat uit te zoeken. 

De bijna 90 minuten durende opname uit Arnhem heeft een mythische naam opgebouwd, in de afgelopen 53 jaar en voor de nieuwe luisteraar blijkt dat dat zeer terecht is. Blij toe dat dit nu voor iedereen toegankelijk is. Jochemsen heeft met deze cd dit verborgen pareltje aan de Gordel van Smaragd van Jaren-Zestig-schoonheden-in-de-Jazz prachtig opgepoetst en ‘aan den Volke’ geopenbaard. De officiële instanties kunnen nu maar losgaan met hun prijzen.

Er is in die tijd, de jaren zestig, namelijk veel schoons tot ons gekomen uit de opnamestudio’s van de VARA. Vaak met Meneer Bennink achter de trommels: Bij voorbeeld de Last Date opname van Eric Dolphy uit 1964, of een andere radio-opname van Michiel de Ruyter uit 1965 van Wes Montgomery en Clark Terry, toen met Pim en Ruud Jacobs en dan nu deze dubbelaar met Sonny Rollins uit 1967, opnieuw met Ruud Jacobs aan de bassnaren. Maar ook zonder Han is er veel moois uit Hilversum, nu studio 8, tevoorschijn gekomen: de Bill Evans opname uit 1969 die bij Resonance uitkwam onder de naam ‘Another Time’ als derde uur muziek op de plaat van het unieke, slechts een half jaar functionerende trio Evans, Gomez en DeJohnette. Ook deze laatste vondst werd met medewerking van dezelfde Frank Jochemsen bij het label ‘Resonance’ ondergebracht. 

Frank Jochemsen is nog lang niet oud. Hij mag zo nog jaren doorgaan.

JazzXpress eert Charlie Parker

UIt: het Friesch Dagblad van 2 november 2020

  • Eric Ineke – drums
  • Tineke Postma – altsax, sopraansax
  • Ian Cleaver – trompet
  • Sjoerd Dijkhuizen – tenorsax
  • Rein de Graaff, Peter Beets of Rob Agerbeek – piano
  • Marius Beets – contrabas
  • opgenomen op 22 en 23 juni + 6 juli 2020 in de Studio De Smederij, Zeist,
  • Geproduceerd door Eric Ineke en Marius Beets

JazzXpress met Tineke Postma bij de presentatie van de betreffende cd op 5 september 2020 in het BIMhuis. Hier is Rob van Bavel de (enige) pianist

Jazz Orchestra of the Concertgebouw – The Jazz Influencers

Voorspel:  1988 The Netherlands Concert Jazzband en The New Concert Big Band

Het JOC bestaat al ruim 20 jaar.  Indirect al veel langer: uit 1986 zijn nog sporen van dit orkest te vinden en in 1988 speelde The Netherlands’ Concert Jazzband onder leiding van Henk Meutgeert op televisie. Toen deed de fine fleur van de Nederlandse Jazz al mee. Om maar een greep te doen: Wim Overgaauw en Eef Albers op gitaar, Ack van Rooijen fluegelhorn, Fred Leeflang en Ferdinand Povel op resp. tenor en alt, trompettist Jarmo Hoogendijk, Frans Elsen piano, Cees Kranenburg was de drummer en Viktor Kaihatu de bassist.  Samen met de NOS zorgde Conamus toen voor de uitgave van dit concert op cd! “Voyage of a Villager”. Een jaar later werd opnieuw een cd van dit orkest uitgebracht: “Portrait of Duke Ellington”, gedirigeerd door Henk Meutgeert en met arrangementen van Rob Pronk. 

De muziek op die cd kun je vergelijken met een exquis diner in een drie sterrenrestaurant. De arrangementen zijn stuk voor stuk herkenbaar en toch heel anders dan Duke Ellington ze had geschreven en gearrangeerd. De musici hadden ook de vrijheid om hun eigen visie te laten horen. Daardoor werden het geen kopiëren van de overleden helden, maar nieuwe creaties van levende musici. Michiel de Ruyter heeft er in een paar woorden mooie dingen over geschreven in het omslagje van de cd. 

Sindsdien heeft het orkest een periode in de mottenballen gelegen, omdat Meutgeert te weinig tijd had om te schrijven en te dirigeren.  Ergens in 1996 werd hij gevraagd door drummer Hans Dekker en bassist Frans van Geest om weer voor een liefhebbers bigband te staan, te dirigeren en arrangementen te schrijven. Het bloed kroop waar het niet gaan kon en dat werd de New Concert Bigband. Regelmatig werden in het BIMhuis in Amsterdam concerten gegeven rond een belangrijk artiest, die daarvoor zijn composities bij Meutgeert inleverde om ze te laten arrangeren voor het orkest. Daar kwamen enkele prachtige verzamel-cd’s van op de markt. 

In 1998 de dubbelaar ‘Festival Live in Amsterdam’ nog van de New Concert Big Band en in 1999 ‘Festival 1999 Part I’ onder de nieuwe naam: 

The Jazz Orchestra of the Concertgebouw. 

In 1999 vond Martijn Sanders, de directeur van het concertgebouw, dat een dergelijk orkest onder een Internationaal herkenbare en gerenommeerde naam moest spelen. Vandaar dat dit ’Huisorkest van het BIMhuis’ de naam kreeg van “The Jazz Orchestra of the Concertgebouw” (JOC). Onder deze nieuwe naam steeg dit orkest tot grote hoogte en realiseerde mooie cd’s en internationale tournee’s tot in China aan toe. 

Rond een vaste kern van musici werd ook plaats ingeruimd voor jonge musici, die zo ervaring opdeden in het spelen in een groot orkest. Ondanks dat er daardoor een traag wisselende bezetting ontstond, bleek toch dat dit orkest internationaal steeds hoger aangeschreven werd.

Een bijzonder voorbeeld van buitengewone concerten is de deelname in 2003 aan de viering van het dertigjarig bestaan van Tros Sesjun. Daar begeleidden ze een keur aan artiesten: Peter Guidi, Tineke Postma, Joris Roelofs, Rita Reys, Rein de Graaff en The Four Freshmen! Veelzijndig en flexibel

Spontaan Compliment

Het mooiste compliment dat ik eens van een Amerikaanse Jazzliefhebber hoorde, was tijdens een concert in de Jan Steenzaal tijdens het North Sea Jazz Festival, nog in Den Haag. Met stijgende verbazing en overslaande stem, meldde hij dat dit orkest elke bigband in New York eruit kon spelen! ‘’For Sure!” zei hij nog eens met nadruk. Denkend aan de legendarische bigband battles in de Jaren 30 en de grote kwaliteit van spelen van de grote Amerikaanse jazzmusici, vond ik dat nogal een krasse opmerking, maar ik geloofde hem direct. De geoliede muziek kwam tenslotte tevoorschijn omdat dit orkest zo goed op elkaar was ingespeeld en precies wist wat er van hen werd verwacht. Dat is heel wat anders dan een bij elkaar gebeld orkest in New York, “omdat er op de maandagavonden gespeeld kon worden”. Ik gloeide van trots dat zoiets over deze Nationale bigband werd gezegd. 

Gelukkig trad het orkest regelmatig op in Leeuwarden, zodat hier ook genoten kon worden van de prestaties die Henk Meutgeert op zijn relaxte manier van dirigeren uit dit orkest haalde. Maar net zo gemakkelijk geven ze jaarlijks een Kerstconcert in het Concertgebouw. Want om die naam te mogen dragen, wordt er regelmatig ook in deze muziektempel gespeeld.

Solisten

Het is altijd een vaste traditie van het orkest geweest om nationale en internationale gastsolisten bij het orkest uit te nodigen om voor dit orkest te schitteren. Dat ging van The Houdini’s, via Misha Mengelberg of Han Bennink langs Jasper van ’t Hof, Ack van Rooijen, Bud Shank of Sean Bergin. Kortom een brede range van jazzartiesten mochten zich opgetild voelen door dit orkest. 

In 2007 presenteerde het orkest de eerste thema-cd rond composities van een van de Leden van het orkest: Henk Meutgeert zelf beet de spits af met de cd ‘Riffs ’n Rhythms, Live at the Bimhuis’. 

Overigens was dit eigenlijk de tweede cd die hij met zijn composities vulde: ook de allereerste, ‘Voyage of a Villager’ kwam op een stuk van Frans Elsen na, van zijn hand.

Er volgden cd’s met composities van Jesse Van Ruller, Peter Beets en Jan van Duikeren. 

Tussendoor kwamen er diverse cd’s los met in de hoofdrollen: Dr. Lonnie Smith, Ronald Snijders, jimmy Heath tot en met een Tribute aan de songs van Ray Charles met een glansrol voor Madeline Bell. 

Het JOC bij Hothouse Redbad in Leeuwarden op 5 oktober 2008.. The Secret Champ, Dat was toen ongeveer de signature song van het orkest..
Video opname van Ebbarkj

In 2014 nam Henk Meutgeert afscheid van ‘zijn’ orkest: pensionering eiste zijn tol. Naast hem draaide Rob Horsting al heel lang mee als arrangeur en dirigent, zodat het orkest niet ontheemd achter bleef. In 2015 werd de nieuwe eerste dirigent gepresenteerd. Daarvoor was de Amerikaanse drummer van het voormalig Count Basie orkest en later ook haar dirigent, Dennis Mackrel gepresenteerd. 

Pedagogisch werk

Naast al dit muzikale krachtpatserswerk werken de orkestleden jarenlang ook aan opleiding en begeleiding binnen het kader van The Jazz Academy. Een samenwerkingsverband van het JOC met het Conservatorium van Amsterdam (CvA). Daarmee geven ze jonge musici de kans om hun mogelijkheden en talenten verder te onderzoeken en uit te breiden. 

Daarnaast zoeken ze contacten met nieuwe muziekstromingen om met die nieuwe, jonge artiesten elkaars muziek uit te breiden en te vernieuwen. 

Crossroads, 2018

Van oudsher hoorde je in het programma van de concerten altijd stukken van Nederlandse jazzmusici langskomen. In 2018 kwam de cd Crossroads uit, de eerste onder leiding van Dennis Mackrel. Muziek en presentatie toonden een meer volwassen product van internationale allure. De muziek maakte dit helemaal waar.

Er worden alleen nieuwe composities uitgevoerd van leden van het orkest. Ite weten: lja Reijngoud, Simon Rigter, Jorg Kaaij en Martijn van Iterson zijn de leveranciers.

Op de tweede cd van dit album, staan alleen stukken van basklarinettist Joris Roelofs, gedirigeerd door Rob Horsting. Met als uitsmijter een stuk van deze arrangeur-dirigent. Al deze stukken zijn niet meer te vergelijken met de bekende composities uit ‘The Great American Songbook’. Het is een hogelijk gewaardeerde cd geworden, met onmiskenbaar een heel vernieuwend programma. 

The Jazz Orchestra of the Concertgebouw onder leiding van Dennis Mackrel op 18 november 2018 bij Hothouse Redbad,
Toen werd het programma van de cd Cross Roads uitgevoerd.
foto Willem de Rhoter.

The Jazz Influencers, 2020

De afgelopen maand oktober is de nieuwe cd van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw uitgekomen. Hierop wordt de lijn die met Crossroads is opgepakt, voortgezet. Dit keer zijn composities geselecteerd van MIllenials, jonge componisten/Jazzmusici, die ook regelmatig in het orkest meespelen. Het zijn stukken van Gideon van Gelder, Reinier Baas, Maartje Meijer, Tineke Postma, Simin Tander, Morris Kliphuis, Maarten Hogenhuis en opnieuw Joris Roelofs. Zij zijn de leveranciers van het muzikale geweld. Hiermee wordt aangegeven wat gaande is in de nieuwe muziek c.q. jazz in Nederland. Het was aan Rob Horsting om deze waaier van uiteenlopende composities te arrangeren, zodat het JOC-geluid gewaarborgd bleef en de typische eigenschappen die deze componisten in hun composities hebben verwerkt, ook glanzend uit de verf komen. Dat is hem uitstekend gelukt.

De stukken

Reinier Baas, gitarist en componist van onder andere de spraakmakende meest instrumentale opera “Reinier Baas vs Princess Discombobulatrix” met Typex als de illustrator van dit verhaal, heeft drie springerige composities aangeleverd. Ze zijn onderdeel van een suite met een reeks composities van Reinier Baas rond de planeten. Ze zijn kort van stuk en springen er als geheel ook duidelijk uit door hun grote sprongen. Ondanks dat straalt er evengoed een grote rust uit de muziek. De muzikanten zijn duidelijk thuis in de composities. Ze spelen de eigenzinnige composities daardoor ook heel vloeiend en dus aansprekend. Gitarist Van Iterson is de solist in deze composities. De ballad ‘Lunar’ doet zelfs denken aan een Jaren dertig Swingorkest. ‘Mercurial’ is een springerig thema, wat je niet zou verwachten bij een planeet die zo dicht bij de zon hangt. Misschien vertaalt Baas daarmee de zonnewarmte ie op de planeet straalt.  ’Saturnine’ laat de status horen van een onbeweeglijke planeet op verre afstand. Deze nieuwe stukken zijn dan ook totaal niet vergelijkbaar met zijn muziek in de genoemde opera. 

Maartje Meijer, van huis uit dirigent en componist heeft het bijna rockende Mushroom ingeleverd. Dat wordt hier iets rustiger gespeeld dan op haar cd Virgo. Door het arrangement is het wat minder fel geworden en is het meer vloeiend naar de sound van dit orkest geschreven. 

Wiplash van Joris Roelofs, blijkt een gevarieerd stuk met een gedragen begin, met puur bigband werk, het motief van een ziekenauto sirene en het stommelend weer overeind komen tijdens het genezingsproces. Althans, dat kun je erin leggen. De gitaarsolo’s van Van Iterson zijn wat onderkoeld gehouden, geheel in de lijn van het stuk. In het boekje is misschien wel automatisch, aangegeven dat Tineke Postma op altsax soleert, echter ze bespeelt de sopraansax. De whiplash zal aan dat foutje debet zijn.

Van Tineke Postma staat ‘Freya’ het titelstuk van haar eigen actuele cd op de speellijst. Vergelijkenderwijs met haar eigen opname van dit stuk, merk je dat Rob Horsting met zijn arrangement dicht bij haar compositie is gebleven. Daardoor houdt hij de uitgangspunten van Tineke Postma ook volledig in stand. Zo arrangeerde hij ook voor ‘Mushroom’ van Maartje Meijer.

De stukken van Ben van Gelder zijn een toonbeeld van schoonheid geworden. De intro van de cd is ‘Giant’. Een elegante gebeurtenis, met in de ensembles de trombone sectie als sonore tweede stem. Ruud Breuls laat horen dat hij nog altijd een hemelbestormende solist is, terwijl Ilja Reijngoud nog altijd met een gigantische hoeveelheid nootjes prachtige lijnen op zijn trombone creëert. 

Pixelated’ van Morris Kliphuis, naast hoornist en bandleider is hij vooral een productief componist, blijkt vooral ritmisch een springerig thema dat heerlijk wordt uitgewerkt. 

‘The Peter Cat’ van Maarten Hogenhuis is een echte Ballad die prachtig gedragen wordt uitgevoerd, met een solo van Marco Kegel op altsax. Daarmee steekt hij de componist en altsaxofonist Maarten Hogenhuis naar de kroon. Peter Beets weet ondanks dat hij rollend met veel nootjes speelt, toch de rust in zijn verhaal te houden. Een mooie kalme afsluiter, “Om de mensen weer tot rust gebracht naar huis te laten gaan.”

Opnieuw heeft dit orkest een prachtige cd afgeleverd met mooi gearrangeerde, nieuwe muziek van deze tijd.  Met een mooi vergezicht op de Nieuwe Nederlandse Jazz.

Een afvaardiging van het JOC spelen in Mondo het openingsstuk van de cd Jazz influencers.
Bezetting: Ilja Reijngoud trombone, Simon Rigter tenorsax, Peter Beets piano, Frans van Geest contrabas en Martijn Vink drums

Ella Fitzgerald – The Lost Berlin tapes.

Deze opname is niet de eerste ‘verloren’ live opname van Ella Fitzgerald, die de afgelopen jaren werd uitgebracht. Het Nederlands Jazz Archief kwam in 2017 met een verzamelaar van twee concerten uit het Concertgebouw uit 1957 en 1960 en op Fondamenta, een Frans Label, kwam een vondst naar buiten van Piet Tullemaar uit het instituut voor Beeld en geluid: Live at the Concertgebouw 1961. Bij het Franse Label Fremeaux kwam enige jaren terug ook al een verzamelaar uit met opnamen uit verschillende Parijse concerten uit die tijd.

Nu heeft Verve, het label dat de meeste rechten heeft op de muziek van Ella uit de erfenis van Norman Granz, een opname uit het Sportpalast in Berlijn van maart 1962 opgedoken. Een bijzondere opname, ook al kan hij geplaatst worden in een rijtje beroemde live opnamen van haar. Het aparte van dit concert is dat ze naast ‘Mr.Paganini’ en Mack the Knife’ 14 songs zingt die bijna nergens op live opnamen terug te vinden zijn. Trouwens alle setlists van de genoemde live opnamen verschillen hemelsbreed van elkaar. Slechts een paar heel populaire songs komen regelmatig terug op die lijsten. Ze had in de loop van de jaren een repertoire opgebouwd waar je vijf keer U tegen zegt. 

In 1962 kwam ze dus weer eens terug in Berlijn. De opnamen van haar concert in Berlijn uit 1960 zijn legendarisch, niet alleen door haar uitvoering van haar verrommelde ‘Mack the Knife’, maar ook door de fenomenale scat explosie in ‘How high the Moon’, die alle vorige versies overtrof! Ook tijdens dit concert uit 1962 blijkt weer dat Ella zo’n hoog routine niveau had dat ze tijdens elk concert opnieuw songs bracht alsof ze nieuw voor haar waren. Ze legde steeds weer opnieuw een mix van virtuositeit en warmte in haar songs, zodat de luisteraars er steeds opnieuw aangenaam door werden getroffen.

Dat hoge niveau horen we in deze teruggevonden muziek ook terug. En dat in een reeks zelden gebruikte songs uit haar repertoire. Het is een mix van ingetogen ballads waarvan de intensiteit waarachtig is en van virtuoos zingen op het slappe koord. Je weet niet waar ze terecht zal komen, maar wel op haar pootjes. Maar telkens weer hoor je het grote plezier en de uitbundigheid terug in haar zang. 

Kortom, een live opname uit een periode dat ze steeds weer met een ander repertoire op de toppen van haar kunnen zingt. 

Ella Fitzgerald – The Lost Berlin tapes.

Verve

Paul Smith piano

Wilfred Middlebrooks – contrabas

Stan Levey – drums

Thelonious Monk At Palo Alto – 1968

Met de regelmatigheid van de klok komt er van een overleden grote Jazzheld een nieuwe vondst bovendrijven. Vaak een live opname, die dan na jaren door de technicus teruggevonden wordt en aan de man gebracht. Of hij komt uit een erfenis van ‘die Jazzmusicus’. Binnenkort komt er een ‘nieuwe’ oude opname uit 27 oktober 1968 van de pianist Thelonious Monk beschikbaar. Ook van Monk zijn diverse uitgaven met nieuw ontdekte Live opnamen beschikbaar. Zoals het concert in De Doelen, Rotterdam van 28 oktober 1967. Of het Concert dat hij in Parijs op 15 december 1969 gaf. Concerten waaruit blijkt dat Monk nogal eens dezelfde stukken speelde. Van het concert in de universiteit op deze nieuwe cd stonden bekende stukken op zijn setlist. Toch is het de moeite waard om dit concert nog eens terug te luisteren.

Het verhaal achter deze opname is dat Danny Scherr, een student aan de universiteit in Palo Alto (Californië) die ook Jazzliefhebber was, het voor elkaar kreeg dat Monk met zijn kwartet een set op de Universiteit kwam spelen. Hij was toch in de buurt, voor een optreden in San Francisco. 

Aan de muziek kun je horen dat de pianist er vreselijk veel plezier in had om op de uitnodiging van de 16-jarige in te gaan. Het eerste nummer, ’Ruby My Dear’, is misschien een beetje stroef: alsof ze de vingers even los moesten spelen. Het is natuurlijk ook een typische wat stroeve lovesong van Monk. Maar in ‘Well you needn’t’ gaan ze echt lekker los. De tenorsaxofonist Charlie Rouse kent het nummer na tien jaar spelen bij Monk, op zijn duimpje. Hij blaast zijn solo zo enthousiast, alsof het een nieuwe song voor hem is, waar hij nog veel mogelijkheden in kon ontdekken om op te variëren. Monk zelf gaat net zo lekker tekeer. Hij heeft het duidelijk naar zijn zin in de ambiance bij de studenten. Aan het eind blijkt Charlie Rouse nog veel meer muziek van de song te kunnen maken en glijdt tenslotte als vanzelf terug in het thema. Schitterend.

In de Monk Klassieker ‘Blue Monk’ en zijn vaste slottune ‘Epistrophy’ spelen ze ook alsof ze elkaar een hele tijd niet hadden gezien en het heerlijk vonden om weer eens lekker met elkaar te sparren. De pianist speelt in zijn eentje ‘Don’t Blame me’ met veel aplomb en blue notes, een hele oude song, ook in 1968. Monk sluit het concert ook in zijn eentje, af met het passende ‘I love you Sweetheart of all my Dreams’ uit 1925.  Hij kende zijn klassiekers wel degelijk, ook al was hij in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw een van de unieke nieuwlichters in de Hij neemt er echt de tijd voor om die song naar zijn hand te zetten. Deze Monk muziek is als heel vrolijk te betitelen. (Gedeeltelijk verschenen in de Doarpsskille van Boazum van oktober 2020)

Monk At Palo Alto  Impulse

Thelonious Monk – piano

Charlie Rouse – tenorsxofoon

Larry Gales – contrabass

Ben Riley – drums